Paoletta Holst

DE WITTE RAAF

Editie 176 juli-augustus 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Debat 'Mediating [Infra]Structures'

In het krantje Brussel Deze Week verscheen op 18 juni een artikel onder de kop Galerijen op sterven na dood. 'Er zijn dagen met nul euro omzet'. Het artikel verhaalt over de Louizagalerij in Brussel, waar als gevolg van slecht beheer en speculatie sprake is van steeds meer leegstand. Vastgoedondernemers kopen systematisch winkelpanden op, verhogen de huren en zorgen er zo voor dat huurders vertrekken en panden leeg komen te staan. De huidige ontwikkeling van de Louizagalerij is tekenend voor een algemenere tendens die de teloorgang van het shoppingcenter lijkt aan te kondigen. Hoe kunnen we die trend duiden en wat betekent dit voor de verhouding tussen publieke en private ruimten? Hebben wij als publiek iets te zeggen over de ruimtelijke ontwikkelingen op dit vlak? Is de democratisering van semipublieke ruimten mogelijk? Of zal de privatisering van de publieke ruimte zich doorzetten?

Het zijn enkele centrale vragen die opgeworpen werden tijdens het ‘Shopping Center’-debat dat op 13 juni 2015 plaatsvond in de Louizagalerij. De discussie vormde de aftrap van een reeks lezingen, debatten en workshops die de komende maanden zal worden opgezet onder de naam Mediating [Infra]Structures. Het gaat om een gezamenlijk project van Common Room, Janina Gosseye en City3, in samenwerking met de Public School of Architecture Brussels, waarin wordt onderzocht of de verdwijnende publieke sfeer kan worden teruggebracht in hedendaagse gemeenschappelijke ruimten zoals winkelcentra, massatransport-hubs en culturele centra. Dit gebeurt onder andere door de lezingen/debatten op te vatten als een daadwerkelijke interventie in de publieke ruimte en te laten plaatsvinden in een omgeving die onder druk of ter discussie staat.

De publieke status van een shoppingcenter als de Louizagalerij is aanvechtbaar. Aan de ene kant zijn shoppingcenters synoniem aan het suburbane leven. Aan de andere kant zijn het geconcentreerde ruimten van consumptie. Ze sturen het koopgedrag van de consument door de dichtheid en drukte van een stadscentrum na te bootsen, maar tegelijk een gefantaseerde stedelijkheid te creëren die ontdaan is van alle ongewenste aspecten van de echte stad: verkeer, criminaliteit, daklozen, afval… In 1992 kondigde de architectuurcriticus Michael Sorkin in zijn boek Variations on a Theme Park 'het einde van de publieke ruimte' aan. Voor Sorkin illustreren shoppingcenters, kantoorwijken en themaparken het verdwijnen van de publieke ruimte omdat zij ontworpen zijn om maximale controle te bewerkstelligen, waardoor de mogelijkheid tot interactie of spontaniteit belemmerd wordt.

Hoe kunnen we het shoppingcenter opnieuw politiek maken, zoals een ‘echte’ publieke ruimte, vroeg moderator Gideon Boie van het actie- en onderzoeksbureau BAVO zich af. Jeroen Dirckx (KCAP Architects & Planners, Rotterdam) ziet shoppingcenters niet als een probleem. Met zijn Rotterdamse bureau is hij betrokken bij het NEO-project voor de ontwikkeling en herinrichting van het Heizelplateau in Brussel. Een groot deel van dit project is bestemd voor retail en dat is goed voor de Brusselse economie, aldus Dirckx. Volgens Dirckx worden er nog altijd shoppingcenters gebouwd omdat dit de behoefte van de consument weerspiegelt.

Gastspreekster Jen Smit, die onderzoek doet naar de openbare ruimte en de waarde van terrains vagues als contrapunt voor stedelijke consumptie en productie, stelt vast dat shoppingcenters momenteel manipulatieve ruimten zijn en dat ze in de architectuurwereld vaak beschouwd worden als banale, tweederangs architecturale objecten, die mensen aanzetten tot passief en conformistisch gedrag. Smit betreurt deze gang van zaken en ziet in protestacties (zoals de guerillapicknicks die zij organiseert) de mogelijkheid om de semipublieke ruimte te claimen en te herdefiniëren. David Smiley, die uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar het fenomeen van ‘dead malls’ in de Verenigde Staten en recent het boek Pedestrian Modern: Shopping and American Architecture 1925-1956 (2013) publiceerde, trekt dit door en vraagt zich af op welke manier die herijking plaats kan vinden. Shoppingcenters zijn gecontroleerde ruimtes omdat het om privé-eigendommen gaat, aldus Smiley, en dus kunnen ze niet door een individu worden geclaimd. Een georganiseerde groep die zich zichtbaar en kenbaar maakt, zou er daarentegen wel in kunnen slagen.

Het debat bewees eens te meer dat het shoppingcenter een dankbaar en noodzakelijk onderwerp voor discussie is. Inhoudelijk kwamen er echter geen prikkelende of vernieuwende inzichten uit de bus. Sorkins ‘einde van de publieke ruimte’ is nog altijd de leidinggevende gedachte en de discussie bleef beperkt tot een herbeschrijving van een verontrustende tendens. Wel klonk er, ook vanuit het publiek, een verlangen naar verzet tegen een verdere afbraak van de publieke ruimte. Kan de verdwijnende publieke sfeer worden teruggebracht in hedendaagse gemeenschappelijke ruimten? Als het aan Smiley en Smit ligt wel. Deze opdracht is niet eenvoudig, maar de handvaten zijn aangereikt: protest, actie, collectieve zelforganisatie.

 

Het debat Mediating Shopping Centers vond op 13 juni plaats in de Louizagalerij te Brussel, met Gideon Boie (moderator), Jeroen Dirckx, David Smiley en Jen Smit. Voor meer informatie: mediatinginfrastructures.org.