Charlotte Crevits

DE WITTE RAAF

Editie 185 januari-februari 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ana Jotta in Etablissement d'en Face

Een volledig met behangpapier beklede tentoonstellingsruimte vormt het dynamische decor voor een gevatte selectie kunstwerken van Ana Jotta (°1946, Lissabon). De muurbekleding, aangebracht over de volledige twee verdiepingen van Etablissement d’en face, is bedrukt met reproducties van pagina's uit Jotta’s boek Footnotes, waarop diverse inspiratiebronnen van deze Portugese kunstenares zijn te zien: documenten, prenten, foto's, afbeeldingen van objecten, notities. Zulke documenten worden doorgaans post mortem opgerakeld en dikwijls pas jaren later bij een retrospectieve (als levenloos materiaal) in vitrines geëtaleerd. In deze presentatie daarentegen, gaan de documenten die Jotta tijdens haar carrière verzamelde een levendige dialoog aan met het originele werk. Het is een opmerkelijke presentatievorm, die curator Miguel Wandschneider (directeur Culturgest Lissabon) al in 2014 uitprobeerde in Culturgest Porto en in het voorjaar van 2016 hernam in het Franse Crédac.

Ana Jotta startte haar carrière als scenograaf, maar stapte in de vroege jaren tachtig vanwege haar interesse in simpele, handgemaakte rekwisieten over naar de beeldende kunst. Deze interesse in ‘het maken’ zit reeds in de titel van de tentoonstelling, Portuguese handicraft, vervat. De fonetische schrijfwijze ervan onthult daarenboven Jotta’s belangstelling voor taal. Haar praktijk, die diverse media omvat als keramiek, schilderkunst, tekeningen, assemblage, sculptuur en fotografie, wordt dikwijls bestempeld als polymorf en incoherent. Het dertigtal werken in deze tentoonstelling lijkt dat te bevestigen, maar de Footnotes – de beelden op het behangpapier – laten toe Jotta’s onderliggende interesse in het alledaagse te ontdekken. De afbeeldingen op het behang tonen ons onder meer papieren afvalzakjes, keukengerei, pagina’s uit stripboeken, tijdschriften, spreuken en allerhande handleidingen. Een foto van Duchamps Flessenrek en de opvallende aandacht voor linguïstiek verraden daarbij Jotta’s dadaïstische en 'conceptuele' attitude.

Bij haar originele werken getuigen vooral de assemblages van een dadaïstische insteek. Onverwachte combinaties en subtiele modificaties van allerhande objets trouvés leveren, vergezeld van suggestieve titels, een evocatief resultaat op. Night Light (1981) bijvoorbeeld, een vroeg werk, is een kleine tafellamp gemaakt uit versleten schoeisel, rijkelijk bezet met schelpen van zee-egels, mossels en houten puzzelstukken. Waar haar vroege werken uit de jaren tachtig vanwege hun louter vormelijke spielerei nog sterk haar scenografische achtergrond verraden, vertonen Jotta’s latere assemblages, zoals Esperança (Standvastigheid) (z.d., jaren 90), toch een meer kritische benadering. De combinatie van een verfborstel en een lege fles wijn met de tekst 'En plus je bois' op het etiket, suggereert een ironisch zelfportret van de artiest als ‘peintre maudit’. Nude ten slotte, is een houten schrijftafeltje opgehangen aan de muur dat dankzij de met balpen gemaakte inkervingen, en met hulp van de titel, het beeld van een torso tevoorschijn brengt.

Appropriatie, citaten en toespelingen op auteurschap keren in Ana Jotta’s oeuvre voortdurend terug. In de tentoonstelling wordt heel wat nadruk op dit laatste aspect gelegd. Zo zijn er heel wat ‘zelfportretten’ van de kunstenaar te zien. Een markant voorbeeld is het werk dat behoort tot de reeks Jota’s, waarmee ze al begon in de jaren tachtig en die een van haar bekendste series vormt. Jota's is inmiddels uitgegroeid tot een forse verzameling sculpturen die alle de letter ‘J’ – de eerste letter van haar achternaam – vormen. De hier getoonde Jota (z.d., jaren 90) bestaat uit enkele half opgebrande kaarsen die tot een J-vorm werden gebogen. De gedoofde kaars (die als vanitassymbool kan gelezen worden) en de vele bijbetekenissen van de Griekse letter jota (denk aan: ‘ik begrijp er geen jota van’) verlenen het werk weliswaar de nodige inhoudelijke gelaagheid.

Elders levert Jotta commentaar op de romantische topoi die het kunstenaarschap omgeven. De juxtapositie op het behangpapier van een cover van Que sais-je? (een populaire reeks encyclopedische boekjes die haar titel ontleent aan het beroemde devies van Montaigne) en een sticker met het opschrift ‘When in doubt, go nomad’ benadert de twijfels en onzekerheden die kenmerkend zijn voor de authentieke kunstenaar opnieuw op een humoristische manier. Het werk Eu sei tudo (Ik weet alles) uit 1980, getoond op de benedenverdieping, benadert dezelfde kwestie op een minder filosofische en meer alledaagse manier. Het is een assemblage die bestaat uit een kartonnen schoendoos gevuld met het populaire Portugese gezelschapsspel ‘Eu sei tudo’, een reeks houtskoolstaafjes en een penseel – je zou het als een ideale, en dus ludieke, materiaaldoos van de kunstenaar kunnen zien.

Ana Jotta noemt zichzelf graag excentriek, waarmee ze bedoelt dat ze als kunstenaar het best gedijt in de marge. Niet verwonderlijk dat de kunstenares, ondanks haar opleiding aan het Brusselse La Cambre in de late jaren zestig en vroege jaren zeventig, voor de meesten in België een onbekende is gebleven. Terecht brengt Etablissement d’en face Ana Jotta’s werk voor het voetlicht. De tentoonstelling in Brussel bewijst daarbij dat het door Wandschneider gebruikte presentatiemodel nog niet uitgewerkt is. Het brengt Jotta’s bijzonder gelaagde en diverse oeuvre op een verrassende manier in beeld, waarbij zowel de verbeelding van de toeschouwer als Jotta’s Portugese ‘handwerk’ de nodige speelruimte krijgen.

 

• Ana Jotta, PƆːTJUˈGIːZ ˈHÆNDIKRːFT (curator Miguel Wandschneider), 11 november – 23 december 2016, Etablissement d'en face, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel (02/219.44.51; etablissementdenface.com).