Leen Bedaux

DE WITTE RAAF

Editie 185 januari-februari 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Michael Gibbs in Soledad Senlle en De Appel

Naar aanleiding van intensief onderzoek en de archivering van de nalatenschap is in Amsterdam onder de titel Let it keep secrets een manifestatie gewijd aan het oeuvre van de Britse kunstenaar Michael Gibbs (1949-2009). Gibbs wordt gezien als een ‘visueel dichter’. Hij was kunstenaar, schrijver, dichter en uitgever. De hoofdtentoonstelling in Soledad Senlle Art Foundation concentreert zich op de periode 1965-1985, met veel aandacht voor Gibbs’ concrete poëzie, kunstenaarsboeken, fotografie, videowerk, performances en mail art. Het kunstcentrum De Appel toont de door hem gepubliceerde kunsttijdschriften Kontexts (1969-1977) en Artzien (1977-1979), en de website Why not Sneeze (1996). Daarnaast zijn er nog kleine presentaties en activiteiten op andere locaties in de stad. De gehele manifestatie kwam tot stand dankzij de onschatbare en tomeloze inzet van collega-kunstenaar en kunstcriticus Gerrit Jan de Rook, weduwe Eva Gonggrijk en anderen die destijds met Gibbs hebben gewerkt.

Gelijktijdig met de manifestatie Let it keep secrets is er in De Appel herwaardering voor het In Out Center (1972-1974), een kunstenaarsinitiatief dat gezien wordt als voorloper van De Appel. Het betreft een publiek gemaakt onderzoek met bruiklenen van destijds getoonde werken waarbij Tineke Reijnders en Corinne Groot, tijdens de openingstijden, aanwezig zijn om met de bezoeker in gesprek te gaan. In Out Center was een podium voor experimentele kunst geïnitieerd door Michel Cardena, Ulises Carrión, Hreinn Fridfinnsson, Sigurdur en Kritján Gudmundsson, Hetty Huisman, Pieter Laurens Mol, Raúl Marroquin en Gerrit Jan de Rook. Zij vormden een internationale groep in Amsterdam gevestigde kunstenaars die hun kunstactiviteiten ontplooiden buiten de geijkte instituten. Ook Gibbs begaf zich in deze kringen en heeft in die jaren intensief met enkele van de hierboven genoemde kunstenaars samengewerkt.

Michael Gibbs kwam in de jaren zeventig terecht in een stad die bekendstond om haar experimentele kunstklimaat. Amsterdam trok veel buitenlandse kunstenaars en organisatoren aan, zoals ook Marina Abramovic, Lawrence Weiner en Seth Siegelaub. De stad bood vestigingsmogelijkheden voor kunstenaars en had een gunstig subsidiebeleid. De huidige aandacht voor deze florissante periode voelt enigszins wrang aan, nu het kunstcentrum De Appel door subsidietekort en hoge huur – en dat uitgerekend na afloop van deze tentoonstelling – zijn deuren aan de Prins Hendrikkade zal moeten sluiten. De verleiding om de tentoonstellingen met een nostalgische blik te bekijken is dus groot, maar daarmee doe je deze kunstenaar onrecht aan.

De huidige manifestatie betekent een erkenning voor zijn kunstenaarschap, een status die Gibbs bij leven niet gekregen heeft. De organisatoren slagen erin een beeld te schetsen van een levenswerk dat zich niet in iconische werken laat vastzetten, maar wel getuigt van intelligentie en een gedreven attitude. Zijn artistieke activiteiten vonden hun oorsprong in concrete poëzie, maar zijn oeuvre verbreedde zich snel. In de publicatie die bij de manifestaties werd uitgebracht, beschrijft initiatiefnemer De Rook de reikwijdte van Gibbs' meest invloedrijke periode in de jaren zeventig als volgt: ‘Concrete/visual poetry is still a pronounced presence, but it is supplemented with language reductions, semiotics, essays about artist’s books and DaDa, calligraphy, narrative photography and graphics, video, conceptual art, and language experiments.'

Met name zijn vroege werk kenmerkt zich door een constante bevraging van het gesproken en geschreven woord vanuit een existentieel perspectief. Gibbs doordringt ons ervan dat informatie net zo existentieel kan zijn als het leven zelf. Hij ontrafelde en transformeerde taal door de basiselementen uit elkaar te snijden, op te eten, met bloed te herschrijven of te verbranden. In zijn videowerk onderwierp hij spraakklanken aan een technische transformatie door meerdere geluidssporen te mixen. Hij bewerkte de fysieke verschijningsvorm van zijn kunstenaarsboeken door deze te doorklieven of liet alleen het geluid van omslaande pagina’s horen. In alle gevallen brengt hij de kwetsbaarheid en manipuleerbaarheid van taal als communicatiemiddel in beeld.

Een rode draad in de enigszins aselecte presentatie in Soledad Senlle is eventueel te herkennen in zijn omgang met spelling en fonetica, waarbij hij het gesproken woord vaak in een andere schrijfwijze omzet. Gibbs nam bijvoorbeeld deel aan het mail-artcircuit, en bestempelde zijn post met ‘Langwe Jart’ (een alternatieve schrijfwijze voor 'language art') door letterlijk een stempel met deze tekst op de verstuurde documenten te plaatsen. Met de stempel borduurde Gibbs voort op een werk op papier uit 1974 dat de dichtregels ‘leng-Gwidzj aart; lang’guiszh ahrt; la-ǐng-gouǐdj â(r)t; lang’-gwāj ȧrt bevat. Deze en andere originele documenten liggen in vitrines, en nodigen uit – zoals de titel Let it keep secrets al aangeeft – om op zoek te gaan naar een verborgen samenhang.

Uit Gibbs’ publicaties blijkt dat hij fervent naar een artistiek en democratisch model zocht waarbij zender en ontvanger gelijkwaardig zouden kunnen zijn. Kontexts was aanvankelijk gericht op concrete/visuele poëzie en nam in de loop van de tijd een meer conceptuele wending in relatie tot foto, video, performances en muziek. Artzien was beschouwelijker van aard, en informeerde over actuele kunstactiviteiten in de hoofdstad. Beide tijdschriften waren bedoeld om ervaringen te delen en kunstenaars toe te laten elkaars werk te bespreken. Ook De Appel toont deze magazines, maar wel in kopievorm. Daarbij staat in dezelfde ruimte een oude Applecomputer waarop de website Why not Sneeze (1996) te bekijken is, die nog steeds online is. De site houdt het midden tussen een laboratorium voor internetexperimenten en een kritische blog voor kunst en media, met veel links naar andere platforms. Als een kenner van het World Wide Web ontplooide Gibbs zich in de jaren negentig tot een kritische maker/denker binnen een nieuwe subcultuur. Zijn eerdere ambities in de autonome kunst verruilde hij voor participatie in een nieuwe technologische maatschappij.

Zijn vroege ‘analoge’ communicatie-experimenten zijn in zekere zin te vergelijken met latere ‘digitale’ informatie-experimenten. Zoals veel kunstenaars in zijn omgeving verkende Gibbs in de jaren zeventig communicatiemedia en distributiekanalen, zocht hij in de jaren tachtig – in het kielzog van nieuwe technologieën – naar een artistiek gebruik van radioprogrammering, live streaming en kabeltelevisie, en pionierde hij in de jaren negentig met internet. Impliciet wordt via Gibbs een generatie van kunstenaars in het licht gezet die in de marge van de gevestigde kunstwereld nieuwe ontwikkelingen in de informatiemaatschappij en informatietechnologie aankondigen.

 

Let it keep secrets. Works of Michael Gibbs (1949-2009), 21 oktober – 18 december 2016, Soledad Senlle Art Foundation, Sloterkade 171, 1059 EB Amsterdam (06/2667.1215; soledad.nl); LOCUSSOLUS/Let it keep secrets – Michael Gibbs, 4 november – 11 december 2016, De Appel, Prins Hendrikkade 142, 1011 AT Amsterdam (020/625.56.61; deappel.nl). Andere tentoonstellingen vonden plaats in de bibliotheek van de Gerrit Rietveld Academie (Concrete poetry & jottings – Michael Gibbs, 28 oktober – 30 november 2016), OBA Amsterdam (Michael Gibbs’ artists’ books, 28 oktober – 30 november 2016) en Bookie Woekie Artists bookstore (Semaphore, installatie met vroege poëzie en memoires gelezen door bevriende kunstenaars, 12 november – 18 december 2016).