Birgit Cleppe

DE WITTE RAAF

Editie 186 maart-april 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Bram De Jonghe. Brushless Thoughts

Al in de gang die in het verlengde van de inkomhal ligt, worden het technische raffinement en de poëtische humor aangekondigd die het werk van Bram De Jonghe typeren. Twee gekromde tl-lampen, 90° en 120°, verlichten er als eigenaardige toortsen de toegang tot de tentoonstelling. Voor Brushless Thoughts / De heldere essentie van de schemering heeft De Jonghe een reeks sculpturen en installaties samengebracht waarvan er een aantal als machines werken. De oprechte gekunsteldheid – er staan plastic potjes om druppelende olie op te vangen – of anekdotische attributen – een hoed, een wandelstok, een schelpje – beletten niet dat het om complexe, intelligente kunstwerken gaat. Vernuftig is bijvoorbeeld de manier waarop hij de grens tussen kunstwerk, sokkel en scenografie uitdaagt. Zijn skeletachtige sculpturen zijn samengesteld uit aaneengelaste metalen kokerprofielen die hij eveneens voor zijn sokkels gebruikt. Ook twee wanden van de kamer die hij centraal in de tentoonstellingsruimte heeft neergezet, zijn uit die kokerprofielen opgebouwd en werden overspannen met doorschijnende krimpfolie. Die kamer blijkt vanuit de zaal zelf echter niet te bereiken. Een schaduw die hier en daar op de krimpfolie valt en een ritmische getik verraden dat er werk staat opgesteld. Om het vertrek te betreden moet de bezoeker terug naar de inkomhal. Daar heeft De Jonghe via het café een doorgang gecreëerd naar de kamer, die hierdoor als een autonoom orgaan in de buik van de tentoonstellingszaal zit.

Net zoals bij eerdere solotentoonstellingen creëert De Jonghe door zijn ingreep twee plekken die elkaars negatief zijn. Voor New skin on my elbows (Billytown, Den Haag, 2013) timmerde hij een hellende vloer uit OSB-platen die de volledige ruimte in beslag nam. De werken op de vloer werden hierdoor in één perspectivisch zicht gevangen, terwijl onder de vloer een restruimte ontstond waar ander werk werd gepresenteerd dat nood had aan meer intimiteit. Bij Grist To The Mill (Stroom, Den Haag, 2014) splitste hij met een horizontaal vlak op ooghoogte de ruimte in twee. De hangende constructie verhindert de bezoeker om de ruimte te betreden.

In Netwerk vormt de kamer een obstakel in de tentoonstellingszaal waardoor de tentoonstelling op geen enkel moment in haar totaliteit kan worden overschouwd. De Jonghe bepaalt op die manier niet alleen de ruimtelijke randvoorwaarden waarbinnen de toeschouwer zijn werk moet bekijken. Hij legt ook nadrukkelijk een ritme op aan het tentoonstellingsbezoek. De scenografie splitst de tentoonstelling nadrukkelijk op in twee tijdsblokken. Zo installeert De Jonghe een radicale cesuur in de tijdsbeleving van de expo, die nog wordt aangescherpt doordat verschillende werken slechts af en toe in werking treden. Voor Mei Li Lang Duster heeft De Jonghe een kleurrijke plumeau samen met een grote glazen plaat op een gelaste stalen sokkel gemonteerd, die duidelijk aan een schildersezel doet denken. Niet alleen de spanning tussen de opstaande borstel en het glimmende paneel op de schildersezel, maar evenzeer de wirwar van elektrische kabeltjes, de timer en de kleine compressor, creëren de verwachting dat de machine de borstel zal manipuleren. Als de compressor in werking treedt, worden de haartjes van de stofkwast met ritmische stootjes aangeblazen en transformeert de sculptuur in een puffende installatie. Maar de arbeid die ze verricht en de energie die ze verbruikt, blijken geen sporen na te laten: als de mechaniek weer stilvalt, blinkt het glazen paneel immers even maagdelijk als voorheen. Het doelloze voortschrijden van de tijd keert ook terug in de andere installaties. Mensen en dingen hebben éénzelfde lot is een glazen kijkkast waarin een slanke tl-lamp traag en onverstoord rond haar as blijft draaien. Bij Impression soleil levant schuift een verticale metalen pijp omhoog en komt een tl-lamp tevoorschijn. Vervolgens zakt de pijp en wordt de ruimte opnieuw donker, afgezien van een kleine lichtspleet onderaan. Doordat de tl-buis de enige lichtbron in deze ruimte vormt, wordt de ervaring van de ruimte in een tijdsperspectief gezet. Drie slakken die een evenwicht proberen te vinden bestaat uit een horizontaal metalen staafje waar drie slakken op lijken te balanceren, en dat met een scharnier aan een stalen profiel is bevestigd. Op gezette tijden onderwerpt De Jonghe de mobile aan de korte luchtstootjes veroorzaakt door een compressor die elektrische impulsen krijgt via een kwikreservoirtje dat op het uiteinde van de staaf gemonteerd is. Op de zeldzame momenten dat de mechanische installaties in de twee ruimtes tegelijk in werking treden, lijken de plekken te worden verenigd in één gesonoriseerd veld.

De Jonghe weet in zijn werk de tijd nog op andere, enigszins misleidende manieren te thematiseren. Zo zijn twee werken, beide Embedded Fresco genaamd, overspannen met krimpfolie alsof ze pas uit de winkel komen. Deze allusie op het concept Neuheitswert van de Oostenrijkse filosoof Alois Riegl (1858-1905) speelde De Jonghe al eerder uit op Art Rotterdam door een meterslange taxushaag in krimpfolie te verpakken. De gipsplaten in aluminium kaders in Netwerk vertonen echter nog brandsporen van toen ze als onderleggers voor laswerken fungeerden; ondanks hun kraaknette verpakking getuigen ze dus toch van een verleden. Elders suggereert De Jonghe dan weer een zekere Alterswert. Zo zitten in de metalen skeletten van zijn sculpturen en sokkels meermaals mosselen en andere schaaldieren verstopt. Zijn fascinatie voor het vergroeien van de natuur met industriële materialen thematiseert hij ook in een van de kleinere werken in de tentoonstelling, waar op een steen met schelpen een schijfje in geslepen glas is aangebracht. De titel Abutment verwijst naar het verbindingsstuk tussen bot en implantaat. De Jonghe haalt voortdurend onze noties van wat oud, jong, natuurlijk of industrieel is overhoop. Hij installeert op die manier een vorm van romantische gespletenheid in zijn werk die in een van de uithoeken van de tentoonstelling treffend wordt samengevat door de poëtisch verstilde video Korean Fischer, een vissende Rückenfigur die vanaf de rotsen het geïndustrialiseerde zeezicht van een Koreaanse haven gadeslaat.

 

• Bram De Jonghe, Brushless Thoughts / De heldere essentie van de schemering, tot 12 maart in Netwerk – Centrum voor Hedendaagse Kunst, Houtkaai 15, 9300 Aalst (053/70.97.73; netwerk-art.be).