nr141
september-oktober 2009

De jaren 80 (proloog)

Het komende jaar blikt De Witte Raaf uitgebreid terug op de jaren 80. Dit nummer vormt een bescheiden opmaat tot deze reeks en begint met twee bijdragen die het decennium afpalen door respectievelijk één mogelijk beginpunt en één mogelijk eindpunt naar voor te schuiven. Gijs van Oenen vertrekt van het krakersoproer ten tijde van de Kroning van Koningin Beatrix in Amsterdam, eind april 1980, en toont hoe bij de krakers, de vaandeldragers van het linkse verzet van de jaren 60 en 70 in Nederland, plots een rechtse grimas op het gelaat verschijnt. Guido Goossens gaat in op het werk van de Litouwse filmmaker en beeldend kunstenaar Deimantas Narkevicius, dat grotendeels in het teken staat van het scharnierpunt 1989/1991 – respectievelijk het jaar van de val van de Muur en van de onafhankelijkheidsverklaring van Litouwen.

In beide teksten wordt de intrinsieke relativiteit van elk begin- of eindpunt gethematiseerd. Zo stelt Gijs van Oenen niet zozeer dat het linkse verzet van de jaren 60 en 70 met ingang van de jaren 80 naar rechts omslaat; de gebeurtenissen van 1980 maken een ‘rechtse’ impuls zichtbaar die in feite al in de kiem aanwezig was in de jaren 60 en 70. Van Oenen: ‘Door emancipatie te combineren met het onmiskenbare eigenbelang van de gekraakte woning en het afwijzen van overheidsgezag, gecombineerd met de overtuiging desondanks geëngageerd en maatschappijkritisch bezig te zijn, behoren de actievoerders en krakers zelf ongemerkt en ongewild tot de voorhoede van het liberalisme, waarin de autonomie van individuen centraal staat en overheidsbemoeienis primair als noodzakelijk kwaad geldt.’ Guido Goossens van zijn kant herinnert ons eraan dat terwijl de Wende van 1989/1991 voor ons West-Europeanen het einde van een tijdvak betekende - dat van de koude oorlog tussen Oost en West - zij voor de voormalige Oostbloklanden neerkwam op het begin van het verwerkingsproces van de Tweede Wereldoorlog: ‘Want bekijk je het vanuit het perspectief van de voormalige Oostbloklanden, dan markeert ‘1989’ niet zozeer het ‘einde van de geschiedenis’ als wel het einde van de lange nageschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Oude kwesties die in het Westen al in de jaren 70 werden uitgevochten, zijn in Oost-Europa sinds de val van de Muur brandend actueel, zoals de vraag of de Tweede Wereldoorlog wel afdoende verwerkt werd.’ Anders en kort gezegd: wat voor ons een einde was, is voor de Litouwers eerder een begin. Niet alleen is een ‘decennium’ op zich een willekeurig format om de geschiedenis op te delen; beide auteurs tonen ook aan dat geen enkele keuze voor een ‘begin’ of een ‘einde’ inhoudelijk neutraal is.

Aansluitend bij Goossens’ bijdrage over Narkevicius bespreekt Merel van Tilburg een tentoonstelling over fotografie in de DDR van 1980-1989 die plaatsvond in de Akademie der Künste te Berlijn (Übergangsgesellschaft. Porträts und Szenen 1980-1990). Bart Meuleman heeft het over de rockgroep Queen, die zich onder meer onderscheidt door de zwier en roekeloosheid waarmee ze de kaap van 1980 wist te nemen... Ten slotte bevat dit nummer ook een kritisch stuk van Marc De Kesel over Frank Vande Veires interpretatie van de film Salò van Pasolini.

ESSAYS

Vrijstaat

Hoe Amsterdam in 1980 zijn onschuld verloor

Gijs van Oenen

Geen hamer of sikkel te bekennen

De films van Deimantas Narkevicius

Guido Goossens

Fascisme als onagrocratie

Over Frank Vande Veires fascismedefinitie

Marc De Kesel

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Virtuoze zinsbegoochelingen

Alied Ottevanger

elles@centrepompidou

Lieven Van Den Abeele

architectuur


Modell Bauhaus

Merel Van Tilburg

Le Grand Pari(s)

Indira Van 't Klooster

publicaties


The Radicant

Christophe Van Gerrewey
← back