nr142
november-december 2009

De jaren 80 (1)

De oprichting van het Centre Pompidou te Parijs in 1977; de val van de Berlijnse Muur in 1989: het zijn twee klassieke voorbeelden van symbolische grensmarkeringen van ‘de jaren 80’, het ene in verband met het veld van de cultuur en kunsten, het andere met betrekking tot algemene ontwikkelingen op politiek en maatschappelijk vlak. Maar gaat het niet eerder om mediagenieke hoogtepunten, die veel complexere en over lange tijd doorlopende processen in een vastomlijnd tijdskader opsluiten? Fieke Konijn vertrekt van de ‘mijlpaal’ die de opening van het Centre Pompidou ‘aan de vooravond van de jaren 80’ zou zijn geweest en toont aan dat het Centre op heel wat terreinen waarop het als nieuw en anders werd voorgesteld, in een (veel) langere traditie kan worden ingeschreven. Ook de problematiek die Hans Blokland in de openingstekst van dit nummer aansnijdt, ontstijgt ruimschoots aan de kalendermatige ‘jaren 80’. Aan de hand van Politics and Markets van Charles E. Lindblom snijdt Blokland de kwestie van de buitensporige macht van het bedrijfsleven aan. Dat dit probleem al vóór de jaren 80 speelde, blijkt uit het feit dat Lindblom zich reeds in 1977 genoodzaakt zag er een boek aan te wijden. Dat het ook ná de jaren 80 actueel bleef, hoeft – de bankencrisis indachtig – geen betoog meer. Blokland stelt dat de ‘lange jaren 80’ tot ‘de meest ideologische tijdperken uit de menselijke geschiedenis’ behoren en wel omdat het ingebakken raken van de vrije markteconomie als algemene norm voor het denken over maatschappelijke ordeningen ‘het einde betekende van het bestaan van concurrerende visies, een einde van een serieuze ideeënstrijd’. Bloklands tekst dwingt ons en passant om de westerse fetisj van de ‘vrije meningsuiting’ te relativeren, maar scherpt vooral ook onze ‘mogelijkeidszin’ aan. Zo vraagt hij zich af waarom Lindbloms boek door de politiek onopgemerkt bleef – en dit terwijl het in vakkringen alom geprezen werd. Met die vraag naar de non-receptie van het boek nodigt hij ons indirect uit om ons een andere ‘jaren 80’ voor te stellen, een jaren 80 die er hadden kunnen zijn…

Twee andere bijdragen in dit nummer vertrekken van feiten – namelijk tentoonstellingen – die wel degelijk in de jaren 80 plaatsvonden. Antony Hudek analyseert de tentoonstelling Les Immatériaux die Jean-François Lyotard en Thierry Chaput in 1985 realiseerden voor het reeds genoemde Centre Pompidou te Parijs. Een jaar later stelde Matt Mullican voor het eerst tentoon in België. Koen Brams en Dirk Pültau hadden een gesprek met Mullican over zijn projecten in België van 1986 tot heden. Daarnaast bevat dit nummer twee besprekingen van actuele tentoonstellingen – Steven ten Thije over de 11de Biënnale van Istanbul en Pieter Verstraete over Serendipity van Ann Veronica Janssens in het Brusselse kunstcentrum WIELS – en een tekst van Bart Verschaffel over het publieke karakter van de kennis en het onderwijs.

ESSAYS

Kunst en België

Een gesprek met Matt Mullican

Koen Brams, Dirk Pültau

Structuren in de waarneming

Duizelingwekkende indrukken in Serendipity van Ann Veronica Janssens

Pieter Verstraete

What Keeps Mankind Alive?

De 11de Biënnale van Istanbul

Steven ten Thije

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Bill Viola. Intimate Work.

Alied Ottevanger

Albert Oehlen. Réalité abstraite.

Lieven Van Den Abeele

Deadline

Lieven Van Den Abeele

James Ensor

Lieven Van Den Abeele

La subversion des images

Steven Humblet

architectuur


← back