nr166
november-december 2013

Inleiding

Wat is een beeld? Hoe ‘werkt’ een beeld? In de openingstekst van dit nummer van De Witte Raaf stelt Hanneke Grootenboer dat een beeld zélf een vorm van denken kan zijn. Het ‘bedachtzame’ beeld dat het uitgangspunt van haar tekst vormt, is een schijnbaar onooglijk tafereeltje, dat omstreeks 1660 geschilderd werd door Hendrick van der Burch. We zien een stuk van een gang met twee muiltjes en een bontjakje dat over een stoel is geworpen; links een openstaande deur. Wat ‘denkt’ dit schilderij? Op zich toont het niets dat de aandacht waard lijkt te zijn, maar toch is het gevuld ‘met de spanning van een ophanden zijnde ontknoping’, aldus Grootenboer. Die combinatie van ‘openheid’ en ‘nietszeggendheid’ zorgt ervoor dat onze interpretatiedrift wordt opgeschort, maar dat we tegelijk aan het denken worden gezet: ‘De objecten […] vragen in de stilte van dit tochtige gangetje onze aandacht, maar zonder ze te sturen. We worden niet zozeer gevraagd om te interpreteren, maar om te peinzen.’ Meer zelfs: het lijkt alsof het schilderij zélf een gedachtegang verbeeldt, die nooit in een definitieve betekenis stolt. Vertrekkend van Van der Burchs schilderij gaat Grootenboer op zoek naar andere beelden en teksten die weigeren op een decodeerbare betekenis uit te geven en eveneens de openheid en de onafheid van een ‘gedachtegang’ laten zien – van Hollandse stillevens tot de ‘Denkbeelden’ van Walter Benjamin, Johann Gottfried Herder en de 17e-eeuwse illustrator Romeyn de Hooghe.

De fascinerende ‘openheid’ van de betekenis van het beeld staat ook centraal in het essay van Bart Verschaffel over het werk van Elly Strik. Voor Verschaffel ligt de kern van Striks werk in de onontwarbare verknoping van de bedreigende, animale vrouwelijkheid die bij uitstek wordt belichaamd door het motief van het vrouwenhaar – het belangrijkste onderwerp in haar werk – met het medium van de tekening: ‘haar’ en ‘lijn’, betekenis en betekenaar, kantelen voortdurend in elkaar.

Eveneens in dit nummer gaat Stefaan Vervoort op zoek naar een andere interpretatie van het werk van Bernd en Hilla Becher, waarbij hij niet kiest voor het lineaire geschiedenisbegrip van de moderniteit – dat zo vaak met de Bechers wordt verbonden – maar voor een dynamische opvatting van de  geschiedenis à la Robert Smithson. Koen Brams & Dirk Pültau spreken een derde en laatste keer met Wim Van Mulders over diens docentschap aan het K.A.S.K., meer bepaald over de laatste veertien jaar van zijn docentschap (1989-2003). Zowel de inhoud van Van Mulders lessen Kunstactualiteit als de gevolgen van het Hogescholendecreet van Vlaams Minister van Onderwijs Luc Van den Bossche worden onder de loep genomen. Net als in de vorige afleveringen interviewen Brams & Pültau tevens een ex-student: Renzo Martens, die van 1992 tot 1993 de lessen van Van Mulders bijwoonde.

ESSAYS

Het Bedachtzame Beeld [1]

Hanneke Grootenboer

Harigheid

Over lijnen en gezichten, patronen en maskers in de tekeningen van Elly Strik

Bart Verschaffel

De centrifugale blik

Over het ‘gedrukte werk’ van Bernd & Hilla Becher, Robert Smithson, en de fotografische verbeelding van geschiedenis

Stefaan Vervoort

1989-2003

Gesprek met Wim Van Mulders over zijn docentschap aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent (1973-2003)

Koen Brams, Dirk Pültau

1992-1993

Gesprek met Renzo Martens over de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (Gent) in het algemeen en de lessen van Wim Van Mulders in het bijzonder

Koen Brams, Dirk Pültau

ENGLISH SUMMARY


→ read more

Hanneke Grootenboer – The Pensive Image

In this essay the author starts from a 17th century painting by Hendrick van der Burch to explore how images can be ‘pensive’, not telling stories or conveying meanings, but rather rendering a train of thought. Using concepts of Roland Barthes (including the ‘pensive image’), Grootenboer’s quest for a ‘non semiotic approach to images’ invites her on a journey which leads her through other images such as still lifes and a 17th century ‘action painting’ by Cornelis van Wieringen showing the explosion of a ship and also various kinds of texts in which the concept of ‘Denkbilder’ or ‘Denkbeelden’ [‘Thought-Images’] plays an important role. Among these latter are Walter Benjamin’s collection of short prose, Einbahnstraße [One-way street], and poems by Stefan George and Albert Verwey. She concludes by discussing the concept of Denkbilder in the work of the German philosopher Johann Gottfried Herder and in the emblem book Hieroglyphica of Merkbeelden der oude volkeren by 17th century illustrator Romeyn de Hooghe. She explains how the visual and the thoughtful – philosophy, image and thinking – are brought together in this concept, and how these text-images bring trains of thought to a standstill, to form a ‘constellation’ (Benjamin) or, in other words, a ‘thought-image’.

Theory of Image – 17th century painting – Roland Barthes – Hendrick van der Burch – Cornelis Claesz. van Wieringen – Johann Gottfried Herder – Romeyn de Hooghe 

 

Bart Verschaffel – Hairiness: on lines and faces, patterns and masks in Elly Strik’s drawings

 In this essay, the work of Dutch artist Elly Strik is analysed, starting out from the ‘primitive’ and mythological sources that survive in it, in particular the archaic ambivalence of femininity – the ‘female animal’. Verschaffel discusses the way Strik represents this concept of threatening femininity through the signifier of ‘hair’ or ‘hairiness’. In his view, the ambiguous interference of the medium of drawing – in which the lines always more or less resemble ‘hair’ – in the representation of hair is at the core of Strik’s work.

Visual art – drawing – Elly Strik

 

Stefaan Vervoort – The centrifugal gaze: on Bernd & Hilla Becher’s ‘printed work’, Robert Smithson, and the photographic imagination of history

This essay discusses the work of Bernd & Hilla Becher, beginning with a solo-exhibition at Fondation A, Brussels, which focussed on the ‘printed matter’ (books, catalogues, editions, invitation cards…) by the German artist-couple. In the light of this material, Vervoort suggests an alternative reading of their work in which a narrative gaze is connected with the representation of history.

Bernd & Hilla Becher – photography – conceptual art

 

Koen Brams & Dirk Pültau – 1989-2003. Conversation with Wim Van Mulders on his tutorship at the Royal Academy of Fine Arts (K.A.S.K.) in Ghent (1973-2003)

This is the third part of an in-depth interview with art critic Wim Van Mulders on his tutorship at the Royal Academy of Fine Arts (K.A.S.K.) in Ghent, where he taught ‘contemporary art’ from 1973 to 2003 and ‘Aesthetics’ from 1980 to 2003. This part deals with his tutorship during the nineties, when he became interested in numerous new artists and started to discuss non-Western art. The interview also discusses the consequences of a decree of 1994 which had a profound effect on Flemish further education institutions, and in particular on art schools like the K.A.S.K.

 Wim Van Mulders – K.A.S.K. (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten), Ghent – Art education

 

Koen Brams & Dirk Pültau – 1992-1993. Conversation with Renzo Martens on the Royal Academy of Fine Arts (K.A.S.K.) in Ghent, with special attention to the teaching of Wim Van Mulders 

This is a conversation with the artist Renzo Martens on his education as an artist, in which special attention is paid to the short period (1992-1993) when he followed classes at the Royal Academy of Fine Arts (K.A.S.K.), Ghent, in particular those of Wim Van Mulders.

Renzo Martens – K.A.S.K. (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten), Ghent – Art education

← back