nr66
maart-april 1997

Ideologie

Renault Vilvoorde sluit en Deng Xiaoping is dood. Bondiger kan de probleemstelling van deze aflevering niet samengevat worden. Het eerste zinsdeel zouden we moeiteloos kunnen uitbreiden: het faillissement van de Forges de Clabecq, de faling van Boel Temse, de talloze ontslagen bij Philips Brugge,… Er mag voor gevreesd worden dat nog heel wat bedrijven zullen volgen. Nog onverbiddelijker en meedogenlozer zal de markt toeslaan. Welke slagvaardige ideeën kunnen wij tegen deze ontwikkelingen in stelling brengen? Het probleem is minder dat we niet over deze ideeën beschikken, dan dat we er geen gebruik meer van willen maken. Ideologieën zijn verbeurdverklaard, of om het met de slogan van een hoofdredacteur van een Vlaamse krant te zeggen: “Het gaat er niet om wat links en rechts is, het gaat er om wat link en recht is”. We moeten niet meer op zoek gaan naar de zichtbare en verborgen mechanismen van ons politiek, economisch en maatschappelijk systeem, maar ons vastpinnen op allerlei formele aspecten van het dagdagelijkse reilen en zeilen. Ook in de Renault-crisis viert deze aanpak hoogtij. De sluiting op zich is pijnlijk, ‘de manier waarop’ schandalig. Het is deze ‘manier waarop’ die tot de blijkbaar nog enig mogelijke handeling aanzet: gerechtelijke stappen.

Problematisch is misschien niet zozeer de zogenaamde afschaffing van de ideologieën, want dat is namelijk onmogelijk, maar de gelijktijdige schrapping van de ideologiekritiek. Wat we in de plaats van die ideologiekritiek gekregen hebben, noemt Rudi Laermans ‘neo-kritiek’. In zijn bijdrage gaat hij op zoek naar het verbond tussen deze neokritische praktijk en de nieuwste gedaanten van het liberalisme. Pierre Bourdieu bespreekt de toenemende invloed van de markt op een van oudsher kritisch veld, de journalistiek, en de impact van die alsmaar meer marktgerichte journalistiek op de culturele productievelden. Alhoewel Bourdieu in een Kort normatief postscriptum aangeeft dat hij geen journalisten wil hekelen of verketteren, hebben we hier toch de voorkeur gegeven aan de uitwerking van een casestudy, meer bepaald over De Morgen, en zijn hoofdredacteur Yves Desmet. Niet alleen de hoger vermelde slogan leek een dergelijke aanpak te wettigen, maar ook de ongebreidelde hartstocht waarmee het ‘onafhankelijke’ dagblad aan de verloedering van de kritiek timmert.

Hoe kunnen de kunst en de kunstenaar zich engageren? De tentoonstelling Face à l’histoire leek op het eerste gezicht een aantal antwoorden op die vraag te kunnen bieden. Zowel Dirk Lauwaert als Craigie Horsfield, van wie trouwens werk is opgenomen in het hedendaagse luik van Face à l’histoire, keerden uiterst ontevreden terug. Naast hun bijdragen over de relatie tussen kunst, geschiedenis en ideologie belicht Dirk Pültau in een eerste verkennende studie de kritische praktijk van Texte zur Kunst.

Tenslotte ook in dit nummer: een bespreking van het boek The return of the real van Hal Foster.

ESSAYS

Yves Desmet

Bart Meuleman

Plassen tegen de maan

Over Face à l'histoire

Dirk Lauwaert

02.03.97

Craigie Horsfield

Incarnaties van de avant-garde

'The return of the real' van Hal Foster

Sven Lütticken

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Groene Pasen

Etienne Wynants

De kunst van het verzamelen

Etienne Wynants

Tacita Dean

Sven Lütticken

The spiral village

Sven Lütticken

Andres Serrano

Sven Lütticken

Breitner

Erik Eelbode

Esko Männikkö

Erik Eelbode

Pierre Molinier

Erik Eelbode

Constante verbinding

Marc Holthof

architectuur


Renzo Piano

Steven Jacobs
← back