nr81
september-oktober 1999

Pose, acteren en performen

Het portret, de diva in de Italiaanse stille film, het rockoptreden, het klassieke recital en Eric Clapton in MTV-Unplugged, daarover gaat het allemaal in de eerste vijf essays van dit nummer. Centraal staan de vragen: hoe ziet de opvoering van lichamen (op het canvas, op de scène) eruit, welke conclusies kunnen we uit die karakteristieken trekken, en wat zijn eventueel de (extrinsieke) belangen die meespelen in opvoeringen van ‘de ander’, ‘het zelf’, ‘een rol’ of ‘een code’?

Uiteraard worden deze vragen anders beantwoord naargelang van de betreffende ‘scène’. Een schilderdoek is iets anders dan een filmset, de rockstage iets anders dan de bühne. In de voorliggende teksten komen om die reden zeer veel inzichten aan de oppervlakte die mediumspecifiek zijn. Zo legt Bart Verschaffel van naaldje tot draadje uit hoe een tweedimensionaal geschilderd portret ‘werkt’, en houdt Dirk Lauwaert een zeer vurig pleidooi voor een andere geschiedenis van de film waarin zowel het cinematografische instrumentarium als het acteren aandacht krijgen.

Ook de analyses van de ‘opvoeringen’ zijn grotendeels mediumspecifiek, al zijn er wel heel wat parallellen te vinden tussen bijvoorbeeld het extreem uitvergrote spel van de diva en de overacting van de rock ‘n’ roller, tussen de wijze waarop de geportretteerde zijn presentie stuurt omdat hij beseft dat hij geschilderd wordt - Bart Verschaffel heeft het uitgebreid over dit ‘beeldbesef’ - en de manier waarop de diva haar aanwezigheid voor de camera modelleert.

De vergelijking tussen de uitvoerder die zijn eigen verdwijning op de scène wil bewerkstelligen ter meerdere ere en glorie van de muziek en het Unplugged-optreden van Eric Clapton op MTV levert stof op om deze sporen van zogenaamde “muzikale oprechtheid” (dixit Dirk Pültau in zijn bijdrage over de metamorfosen van het klassieke recital sinds de 19de eeuw) te onderzoeken. Philip Auslander komt in zijn essay Liveness alvast tot de conclusie dat na de authenticiteit ook de simulatie als strategie door het kapitaal is gerecupereerd…

Verder in dit nummer: een tekst van Steven Jacobs over de Duitse fotograaf Andreas Gursky en de tiende aflevering van de strip De Lage Landen: Bonje in Boijmans.

 

Nieuw!

Omdat wij met onze tijd willen blijven meegaan, kondigen wij hierbij de openstelling van onze website aan. Op de website van de De Witte Raaf vindt u het volledige register, waarvan de verschillende rubrieken bovendien gelinkt werden. Van de inhoudsopgaven van de jongste vijfenveertig nummers kan u klikken naar de auteurs, de monografische essays, de boek- en tentoonstellingsbesprekingen en een omvangrijke lijst met trefwoorden.

 

Het adres:

http://www.dewitteraaf.be

 

ESSAYS

Divismo

Dirk Lauwaert

'Rock 'n' roll rock…'

Over de onechte echtheid van het rockconcert

Rudi Laermans

Mystiek lichaam

Dirk Pültau

Liveness

Performance en de angst voor simulatie

Philip Auslander

Andreas Gursky: fotograaf van de Generic City

Bloedige vingerafdrukken

Steven Jacobs

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Laboratorium

Pieter Van Reybrouck

Rosemarie Trockel

Sven Lütticken

Tales of the tip

Sven Lütticken

architectuur


Kisho Kurokawa

Petra Brouwer

Frank O. Gehry

Petra Brouwer

publicaties


Martha Rosler

Etienne Wynants

Inge Morath

Peter Rotsaert

Chris Marker, Immemory

Peter Rotsaert

Bridget Riley

Pieter Van Reybrouck

Terminal anaesthetics

Alexander D'Hooghe
← back