nr82
november-december 1999

Het gebruik van de kunst

Hebt u al kennisgemaakt met Bobby? Of is het Bobette, want het geslacht van het beestje ken ik niet, maar dat het een allerschattigste hond is, daaraan durf ik niet te twijfelen. Bobby is niet alleen zeer lief, hij heeft ook een brede culturele interesse. Bovendien is hij hyper-sociaal: het liefst van al snuffelt hij op plaatsen als de Brusselse marollen. Cameraschuw is Bobby evenmin, meer nog: de camera’s zijn dol op hem. Op zoek naar een geschikt campagnebeeld smolten de harten van de publiciteitslui van Brussel 2000 meteen toen ze een foto van Bobby – op een gammele stoel op het Vossenplein – onder ogen kregen. Dit was het, hier waren ze nu al de hele tijd naar op zoek!

De Culturele Hoofdstad van Europa in 2000 voert dus campagne met een hond. Nauwelijks zes jaar geleden koos Antwerpen 93 voor een foto van een werk van Édouard Manet, met een slogan die toen bijzonder ironisch in de oren klonk: Kan kunst de wereld redden? Neen, natuurlijk niet, was onze spontane reactie, en de organisatoren waren het daar volmondig mee eens: het was een leuk ideetje van een reclamebureau, een zinnetje dat tot nadenken stemde, meer niet. De hond van Brussel 2000 geeft aan dat de publiciteitsstunt van weleer bittere ernst is geworden. En een sociaal imago alleen is niet genoeg. Het is een goed begin, uiteraard, maar ook de programmatie moet een beetje sociaal zijn. Hoe doe je dat? De voorstellen klinken nog enigszins preuts: artists in residence in scholen, kunst op de straat, inspraak van bewoners bij de plaatsing van kunst in de openbare ruime, incentives om allochtonen de musea in te lokken, enzovoort.

Waar komt die esthetisering van het sociale, of de socialisering van de kunst eigenlijk vandaan? In tegenstelling tot onze buurlanden, Nederland en Frankrijk, lijkt het initiatief niet uit te gaan van de politieke wereld sensu stricto, maar van de culturele wereld zelf. Kunst en cultuur hebben nooit hoger spel gespeeld: ten eerste, omdat ze met die zelf gewilde instrumentalisering bepaalde actoren op zeer slechte ideeën brengen, en ten tweede, omdat met de zo goed als onvermijdelijke mislukking van dit socio-culturele project ook de rest van de kunst verzopen dreigt te worden. Over het gebruik van de kunst en engagement in de jaren ’90 handelt deze aflevering, met bijdragen van Henri-Pierre Jeudy, Sven Lütticken, Jorinde Seijdel en Alain Géronnez.

Verder in dit nummer: twee teksten over het onlangs geopende Stedelijk Museum voor Actuele Kunst van Gent, de eerste over de architectuur van het nieuwe museum (door Geert Bekaert), de tweede over de collectie en de presentatie van de collectie (door Koen Brams & Dirk Pültau); en de elfde aflevering van de strip De Lage Landen: Bertje & Bartje.

ESSAYS

De esthetisering van de armoede

Henri-Pierre Jeudy

Het nut van verspilling

Sven Lütticken

A sense of fun - a sense of evil

Over kunst & nering

Jorinde Seijdel

S.M.A.K.

Over de aangeboren angst voor architectuur

Geert Bekaert

Het mislukte theater van de verzoening

Over het S.M.A.K.

Koen Brams, Dirk Pültau

BESPREKINGEN


beeldende kunst


Elck zijn waerom

Etienne Wynants

Marlene Dumas

Ilse Kuijken

Glad ijs

Sven Lütticken

Balthasar Burkhard

Peter Rotsaert

Huis Marseille

Sven Lütticken

architectuur


Stéphane Beel

Steven Jacobs

100 jaar kantoren in Brussel

Dieter De Clercq

Op Europees spoor

Petra Brouwer

publicaties


Jean Baudrillard

Peter Rotsaert

Rosalind Krauss, Bachelors

Sven Lütticken
← back