Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 60 maart-april 1996

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ulrich Meister

In een zeldzaam handig en ongekunsteld evenwicht heeft Ulrich Meister zijn tentoonstelling in het MUHKA ingepast. Zonder ironie: de ruimte lijkt dit keer bijna als gegoten voor het werk. Op de eerste verdieping wandelt men als door een achterpoort willekeurig voorbij enige vitrinetafels waarin Meisters opengeslagen dagboeken slechts een paar bladzijden prijsgeven. Een provisoire gang en twee disproportionele ruimten bieden vervolgens onderdak aan een aantal objecten, zomaar uit de dagdagelijkse wereld geplukt: een halssnoer, een koffiefilter, een ronde kaasplank… Met enkele woorden blaast Ulrich Meister ze een onvermoed plastisch leven in, terwijl deze ‘vertaling’ tegelijk paradoxaal de spanning opdrijft tussen tekst en object. Na het lezen van de haast charmerende woorden projecteert de kijker zoveel in het nederig object dat het dingwankelt. Deze ruimten, de op de muur aangebrachte en op de vloer liggende trivialiteiten en de teksten sluiten een vanzelfsprekende, eenduidige benadering uit. Voor het eerst duizelt en tintelt het MUHKA-wit hier betekenisvol voor de ogen. Elk werk geeft zich om beurt ten volle, terwijl een zaaloverzicht het geheel minimaliseert tot louter schilderkunstige tekens - de door Meister gerecupereerde technische museumapparatuur incluis. Heel verschillend is dan weer de aansluitende rotonde waar naar mijn mening voor het eerst iets op een echt geslaagde wijze aan de muren hangt. Op witte piepschuimplaten openbaart Meister hier zijn dagboekschrijfsels en -tekeningen. Manshoog staan ze er als uitvergrote A4-bladen bijna schouder aan schouder opgesteld. Naast de poëtische intimiteit van de kleine werken provoceert deze exhibitionistische uitvergroting, waarin de kunstenaar allerlei gedachten ontwikkelt. Terecht schenkt men aandacht aan de vertragende spatiëring tussen de met de hand geschreven drukletters. Een vluchtige lectuur leert ons Meisters dagelijkse beslommeringen, zijn artistieke problemen en allerlei wensdromen; dit alles wordt voor het hongerige oog lekker breed en groot geëtaleerd. In weerwil van de tentoonstellingstitel heeft dit dagboek een artistieke intentie. De door Meister meermaals in zijn teksten vernoemde drager is piepschuim: hyper ontvlambaar, licht, artificieel, composiet en bros. Een materiaal, even (of nog minder) geloofwaardig dan gips. Herwerkingen, invoeging van en becommentariëring van illustraties, arceringen en dergelijke expliciteren op den duur keihard wat Meister motiveert: “Mir Zeit lassen, Vertrauen haben, dass künstlerisch etwas daraus wird!”

• De projectruimte De Praktijk presenteert dit keer ”GA(Donkere Kamer) - GA(MUH)” van Maria Blondeel, een geluids- en projectie-installatie die middels software en verwante vertalers op een of andere wijze beïnvloed wordt door jouw aanwezigheid en - naar verluidt - het weer… Leuk landschap om zintuiglijk inzicht te testen. Beide tentoonstellingen blijven nog tot 24 maart in het MUHKA, Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen (03/216.24.86).