Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 61 mei-juni 1996

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jimmie Durham

De Londense uitgeverij Phaidon Press heeft onder de naam “Contemporary artists” een nieuwe reeks gelanceerd, waarvoor onder meer Jeff Wall, Jessica Stockholder, Antony Gormley en Jimmy Durham uitgenodigd werden hun werk voor te stellen. Gezien zijn talrijke tentoonstellingen in onze contreien en de ondertussen weer wegdeemsterende multiculturele babbels, pikken we er even het deel over Jimmie Durham uit. Zijn boek kan men zien als een soort afsluiting van Durhams vooral op de U.S.A. toegespitste œuvre, waarbij hij zijn eigen afkomst en statuut van Cherokee zichtbaar uitspeelde. In een uitvoerig interview met Dirk Snauwaert gaat Jimmie Durham uitgebreid in op zijn schrale kunstopleiding, zijn verblijf in Genève en vooral de kunstscene in New York in de aanloop naar de periode van de gekkeprijzenziekte. Met de vinger aan de pols situeren deze passages instructief en helder de oppervlakkige, postmoderne tijdgeest in het officiële kunstcircuit en Durhams tegenvoorstellen vanuit de marge van de belangstelling. Het laatste deel benadert het ambitieuze ‘toetsen’ dat Durham momenteel hier in Europa uitwerkt. Hoe met plastische middelen een tijds- en plaatsbewust verhaal ontwikkelen, waarbij het publiek - vriendelijk gecharmeerd - tot een analyse bewogen wordt. In het essay “Changing objects, preserving time” focust Laura Mulvey nauwgezet in op de schijnbaar chaotische wijze waarop Durham zijn werk doorheen esthetica, geschiedenis en politiek maneuvreert. Niet te versmaden is voorts de integrale reproduktie van de “Caliban Codex”, een vrije interpretatie van Durham naar “The Tempest” van Shakespeare. Hierin volgen we aan de hand van een bundel dagboekaantekeningen, schetsen en sculpturen van de vlijtige inboorling Caliban, diens poging een bevredigend zelfportret te maken voor zijn meester Prospero. Teksten van Durham zelf vervolledigen het beeld met als afsluiter “A friend of mine said that art is a European invention”. Indien (beeldende) kunst in een verlammende identiteitscrisis verkeert dan pleit Durham voor een diepgaand zelfonderzoek, gebaseerd op het heden, vanuit een liefst zo breed mogelijk blikveld en zonder zelfverloochening, cynisme of melancholie. Uitgegeven bij Phaidon Press, Regent’s Wharf, All Saints Street, London N1 9PA (0171/843.10.00).

Op voorstel van Ulli Lindmayr realiseerde Durham dit voorjaar de tentoonstelling “Der Verführer und der Steinerne Gast” in Haus Wittgenstein in Wenen. Onder dezelfde titel verscheen een kunstenaarspublikatie waarin via tekst, foto’s en tekeningen een ruimvertakt web van ‘ontmoetingen’ aangebracht wordt. Rode draad doorheen het boek is de vraag naar de drijfveer achter presentatie- en communicatievormen. Zoals Durham al in zijn tentoonstelling vorig jaar in Galerie Szwajcer in Antwerpen deed, wordt architectuur als begrip onder de loep gelegd. Geen architectuur zonder materiaal - steen bijvoorbeeld - dat geheel onvoorziene en veronachtzaamde uitwerkingen kan krijgen. Durham breit een voorstelling aaneen via fragmenten Joods drama, bijbelse geschiedverhalen met Gilgamesh en Mozes, Mozart, Metternich en Wittgenstein, onder anderen. Antropoloog Michael Taussig, auteur van “Mimesis and Alterity”, curator Ulli Lindmayr, de vertaler naar het Duits, Durhams gezellin Maria-Theresa Alves, John Berger… ze worden allen in het verhaal betrokken. Geduldig - steeds opnieuw - leidt Durham de lezer naar een andere piste en stopt net op tijd om het aangereikte materiaal te laten bezinken. Deze virtuoze aaneenreiging van lezingen uit de Europese cultuur resulteert niet in een opbeurend trots boek. Regelmatig voert de toevallige ontmoeting van een kassei en een televisietoestel het elan van het verhaal tot een absoluut dieptepunt. Dankzij een ontwapenend, facetrijk taal- en beeldgebruik wakkert hij, zonder ooit aanmatigend te worden, de verbeelding van de lezer aan en nodigt hem uit de samenstellende delen van dit boek aan elkaar te toetsen. Dit boek kauwt door, spoelt terug, verspringt, stopt, glijdt en slipt, borrelt en verwijst door; het vormt kortom, plastisch en concreet: een hypertekst.

 

• “Der Verführer und der Steinerne Gast” verscheen bij Springer Verlag, P.O.Box 89, 1201 Wien (01/330.24.15). De momenteel in Brussel verblijvende Jimmie Durham heeft een dubbeltentoonstelling in Calais en Reims uitgewerkt onder de titel “Eurasian project stage one” waarbij eveneens een publikatie in voorbereiding is. Slechts tot 25 mei kan men nog in Le Collège terecht, FRAC Champagne-Ardenne, Place Museux 1, 51100 Reims (26.05.78.32).