Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 62 juli-augustus 1996

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Middelheim

In onbedekte, onthullende termen zetten enkele ‘leken’ - lees: politici - het voorstel tot aankoop van een werk van Lawrence Weiner van een door henzelf aangestelde adviescommissie (Alexander van Grevenstein, Jan Hoet, Laurent Busine…), de kostprijs (slechts 1,3 miljoen BF) en de verantwoording ervan jegens minderbedeelde bevolkingsgroepen in “tijden van aanhoudende budgettaire inspanningen” op de helling. Een stadsbestuur dat hoog oploopt met stedelijke dynamiek, creativiteit en ruimdenkende openheid kruipt terug in z’n schulp als het tot de realisatie van zijn objectieven uitgenodigd wordt. Terwijl Van Ostaijen met vaandels en banieren tot pure folkloreworst gedraaid wordt, heeft men uitgerekend voor Weiners publikaties, multiples, posters en dergelijke geen oog. In Antwerpen wentelt men zich graag nostalgisch intisjistisch  het culturele verleden. Willem Elsschot en zelfs Paul Van Ostaijen kunnen er van meespreken, nu ze beide ter lering van het volk oubollig monumentaal door een lokale artiest in brons werden vereeuwigd (een feprocédé dat ook wel op babyschoentjes toegepast wordt). “Wat moet onze held doen?” bloklettert Weiner zonder voorkennis van dit incident in de publikatie die Yves Gevaert bij de onthulling van dit werk voor Middelheim uitgaf: “Wind & de Wilgen/zij hebben erom gevraagd/zij hebben ernaar gezocht/wind & de wilgen/verander de toestand & maak de waarde anders/de nominale waarde werd gespiegeld in het water/wat moet onze held doen?” Met deze aanwinst, tussen twee raampjes over de straatgevel van de orangerie aangebracht, keert het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst zich haast frivool naar de buitenwereld toe en verlegt het beslist het bereik van de collectie. Sceptici kunnen overigens in de bibliotheek achter deze muur hun absorptievermogen verhogen.

De beelden die Henk Visch tijdelijk in het park en in het Braempaviljoen opstelde, verrassen in hun uiteenlopende stijlvormen. Visch komt het oververtrouwde beeldenpark in Middelheim Hoog tegemoet met een aanstekelijke “Morgen is alles anders”, een beeld bestaande uit drie quasi manshoge vlammendrode bloeddruppels, in hun vrije val bevroren net vóór ze op het grasveld uiteen zouden spatten. Als drie gratiën staan ze in zichzelf besloten en wereldvreemd te pronken. Binnen in het paviljoen permitteert Visch zich een andere extravagantie met het beeld “Ik heers en verdeel: couleur locale”, een amorfe rechtopstaande hoop blubber in polyester, met harlekijnskleuren besmeurd. Geknipt als vergiftigd geschenk. Abstractie gemaakt van een “pletwals van onverschilligheid” ordenen de overige beelden zich als eilanden, fragiele bewustzijnstoestanden in een landschap dat scenisch geritmeerd wordt via aftandse lantaarns aan het plafond. Opmerkelijk hoe Visch met een haast klassiek repertorium het pathetische vóór blijft. Een nieuwe aanwinst “Telling no lies” staat in Middelheim Laag opgesteld. Als een monumentaal handvat prangt dit bronzen beeld zich tussen hemel en aarde.

 

• Bij deze tentoonstelling verscheen een bescheiden catalogus met fraaie teksten van de kunstenaar en zijn collega’s Benoît Hermans, Ulrich Meister en Jimmie Durham waarbij glashelder op het werk en zijn context ingegaan wordt. De tentoonstelling loopt nog tot 18 augustus in het Museum voor Beeldhouwkunst Middelheim, Middelheimlaan 61, 2020 Antwerpen (03/827.15.34).