Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 63 september-oktober 1996

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Beelden in kleur 1840-1910

Deze tentoonstelling in het Van Gogh Museum draagt nog duidelijk de signatuur van scheidend directeur Ronald de Leeuw, die kunst met een decadent tintje wel weet te waarderen. Dat tintje is hier letterlijk op te vatten; het gaat om het gebruik van kleur in de 19de-eeuwse beeldhouwkunst. In de jaren na 1800 versterkten steeds meer archeologische vondsten het besef dat de antieke beelden niet keurig wit waren, maar polychroom geschminkt. Later dreef de neogotische revival de belangstelling voor polychromie nog op. De gevolgen hiervan voor de beeldhouwkunst van de 19de eeuw zijn divers. In het Van Gogh Museum worden voorbeelden van onder meer neoclassicisme, neogotiek, laat-19de eeuwse salonkunst en symbolisme getoond - uiteraard alles met een kleurtje. Naast beschilderde beelden zijn ook sculpturen te zien die uit meerdere, verschillend gekleurde steensoorten bestaan, zoals Charles Cordiers fraaie bustes van een neger, een Arabier en een zigeunerin. De spektakelstukken zijn niettemin de beschilderde beelden die werkelijk de indruk van levensechtheid en vlezigheid willen wekken, zoals Jean-Léon Gérômes verbijsterende “Balwerpster”, die wordt aangevuld door een schilderij waarin de kunstenaar zichzelf met zijn beeld heeft weergegeven - als een mengsel van Pygmalion, Frankenstein en vieze oude man. John Gibsons “Tinted Venus”, die op de Londense wereldtentoonstelling veel stof deed opwaaien, doet niet voor Gérômes werk onder. De beelden in deze categorie overschrijden duidelijk een grens - het is niet zozeer dat zij een unheimlich effect hebben doordat ze te levensecht zouden zijn, maar veeleer dat men ze meer met de decoratie van luxe-bordelen in Las Vegas dan met beeldende kunst associeert. Ernst Gombrich suggereerde ooit dat de afkeer van dit soort al te zoete, als kitscherig ervaren salonkunst een afweerreactie tegen regressie naar een kinderlijke, ongeremde lustbeleving is. Enfin, gelukkig sluit de expositie af met enkele ruwe, primitivistische houten reliëfs van Gauguin. Tot 17 november in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, 1071 CX Amsterdam (020/570.52.00).