Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 66 maart-april 1997

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ann Veronica Janssens, Eran Schaerf

Twee tentoonstellingen in het MUHKA, die een nadrukkelijke en radicale omgang met de ruimten ontwikkelen: het is een uitzonderlijk gegeven in dit museum. Bovendien zijn beide kunstenaars - Eran Schaerf en Ann Veronica Janssens - in hun verhouding tot de ruimte mekaars omgekeerde.

Schaerfs tentoonstellingsparcours is dwingend en manipulatief: zijn Recasting stuurt de toeschouwer van de eerste tot de laatste meter. De tentoonstelling binnenstappen doe je - willens nillens - door een catwalk te betreden, gevormd door drie lagen Euro-paletten, en die dwars doorheen de ruimten wordt doorgetrokken tot in de rotonde achteraan. Onderweg loopt een blauw, sluierachtig gordijn op die gestrekte ‘Euro-pier’ toe. Deze laadborden-catwalk vindt aan zijn uiteinde aansluiting op een groen, met tekst bedrukt zeil, en dat zeil leidt je weer naar een andere, tekstloze kunststoffen lap, hangend aan de zoldering, met kleren eraan opgehangen. Zo word je automatisch de laatste ruimte binnengeleid, waar gelijkaardige paletten schuin tegen de muur gestapeld zijn. Uit luidsprekers klinkt het hoorspel Wie gesagt. Theater oder Taxistück. We worden door dit parcours bij de hand genomen, door de gestrekte catwalk, de zeilen, kleren en ander zich vouwend, ontvouwend, doorhangend textiel. Geleid en gestuurd, waarbij we nauwelijks nog worden gestoord door de ruimte daarrond, hoe opdringerig die witte luchtspiegeling met haar tegelijkertijd ongedefinieerd én dwangbuisachtig parcours anders ook is. Niet omdat Schaerf de ruimte ‘naar zijn hand zet’. Hij duwt ze eerder van zich af, hij baant er zich een weg door, als een zwemmer die door het water snijdt. Zijn parcours wentelt en ontvouwt zich in zichzelf, en degradeert de ruimte tot steun- en ophangsysteem. Die decisieve bezwering - eerder dan beheersing - van de ruimte, gaat gepaard met een ander markant aspect: de massale recuperatie van onderdelen uit vroeger werk. Schaerf heeft altijd stukken uit vroegere tentoonstellingen gerecupereerd, maar die hertalingsmanoeuvres waren zelden zo massaal als in deze, toepasselijk Recasting gedoopte tentoonstelling. In die zin botst deze installatie in tweeërlei opzichten op een grens: die van haar ‘hertalingsvermogen’ en die van haar vermogen om zich in zichzelf te ontvouwen, en de ruimte daarin te ‘bannen’. Schaerfs schriftuur van kleren, vouwen en geplooide tekst ontplooit zich steeds ‘in zichzelf’. Schaerf maakt geen ‘in situ’ werk, maar ontvouwt talige binnenruimten, met tekst, textiel en voorwerpen als weefselstof. Dit ‘in zichzelf ontvouwen’ is terzelfder tijd open, omdat het talig is. Het talige ontvouwen is per definitie veranderlijk - wat ‘herbruikbaarheid’ van de verschillende elementen impliceert. Elke tentoonstelling van Schaerf eindigt op zoiets als een gedachtenstreepje.

In haar benadering van de ruimte maakt Ann Veronica Janssens zowat de tegengestelde beweging van Schaerf. Ze zet de ruimte niet opzij, maar gaat er haast in op. Haar ‘rooksculptuur’ vult twee zalen op de eerste verdieping, tot aan het balkon dat uitgeeft op de in een punt uitlopende ruimte van het gelijkvloers. Vult: dat mag letterlijk genomen worden. Er hangt een dichte, witte mist die je dwingt om de omgeving schuifelend af te tasten. Er klinkt gedempt straatlawaai, iets te sterk om niet uit luidsprekers afkomstig te zijn. De mist en het geluid houden de buitenwereld in het geheugen. Tegelijkertijd echter, is dit werk ook vanuit het ‘binnen’ van dit instituut gedacht. Beter gezegd, het articuleert het binnenkomen in deze plaats, met het ‘buiten’ onder de arm. Hoe dient deze ruimte zich aan, als we van ‘buiten’ naar ‘binnen’ komen? Wat gebeurt er bij dit binnentreden: dat is de vraag van waaruit het werk is gedacht. Het werk articuleert dit binnentreden als een opgenomen worden in een hypnotiserend vacuüm: dit instituut. Terwijl we hier normaal op zoek gaan naar kunstwerken in een afgesloten ruimte, loopt precies dit zoekgedrag - deze institutionele richtingloosheid - ons nu voor de voeten. Schuifelend door de mist, wordt ons bezoek aan dit institutionele vacuüm zichzelf tot voorwerp. De witte, contourloze ruimte - dit institutionele fata morgana - wordt middels witte mist aan zichzelf teruggegeven. Tot ze bijna in zichzelf oplost. Nog tot 30 maart in het Muhka, Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen (03/238.59.60), samen met Raoul De Keyser en Marijke van Warmerdam.