Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 66 maart-april 1997

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De kunst van het verzamelen

Naar aanleiding van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie werd in Brussel een ruime selectie 20ste-eeuwse kunst samengebracht, voornamelijk afkomstig uit Nederlandse musea als het Stedelijk Museum Amsterdam, Boijmans Van Beuningen, Kröller-Müller, het Haags Gemeentemuseum en het Van Abbemuseum. Hierbij wordt voor de eerste maal voluit (zij het dan in België) vorm gegeven aan Hedy d’Ancona’s initiatief Collectie Nederland; samenwerking en tijdelijke uitwisseling van kunstwerken om lacunes in de Nederlandse publieke collecties op te vangen. Samenstellers Hans Janssen en Piet de Jonge hebben het parcours in het Paleis voor Schone Kunsten optimaal benut om zaalsgewijs werk van Nederlandse en buitenlandse kunstenaars te situeren naar thema’s als structuur, expressie, ordening, mystiek, verdwijnpunt enzovoort. Geen kunsthistorische optelsom of solopresentaties van Hollandse hoogtepunten, wel een genuanceerd samenplaatsen van moderne en hedendaagse kunst waarbij tekstpanelen de accrochage gevat verantwoorden. Over de hele tentoonstelling werkten de samenstellers een driehoeksrelatie uit met als begin- of eindpunt (naargelang men respectievelijk links of rechts de zalen betreedt) het werk van Piet Mondriaan en Kees van Dongen en als derde partner Charley Toorop middenin de omloop. Dit resulteert in soms zeer boeiende combinaties die men niet in de lijn van de Coupletten in het Stedelijk moet begrijpen. Van Dongen bijvoorbeeld wordt duidelijk in een historisch internationaal verband getoond met werk van onder meer Munch, Wouters, Alexej von Jawlensky, maar ook beelden van Karel Appel werden ingepast. Kortom hier wordt de idee van de Collectie Nederland in de praktijk omgezet: om dingen in een onderling verband te zien, uitmuntende werken naast minder bekend werk als dat van Pieter Ouborg of Wim Schuhmacher bijvoorbeeld. Hoogdravend misplaatst blijkt echter de inkompartij, een illustratie van hoe een goed idee in werkelijkheid fout kan lopen. Van Lawrence Weiner werd de zin “De mate van aantrekking van het ene voorwerp tot het andere zoals bepaald door de hoeveelheid hinder door elk voorwerp ondervonden”, als een fries aangebracht in de Europese Unie-talen. Dit idee wordt echter geëxpliciteerd door Brancusi’s De oorsprong van de wereld te combineren met Naumans Double steel cage. Problematisch, alleen al omdat men vanuit de hogergelegen nevenzalen op Naumans verdubbelde kooi kan neerkijken en dit werk daardoor zijn dreigende, verstikkende omvang prijs moet geven. Brancusi’s ‘bronzen ei’ ligt voorts op een erg aanwezige sokkel, ontworpen door Stanley Brouwn en wordt daarenboven ruim omsloten met een plexi-afrastering. De neiging om er een muntje in te gooien is onweerstaanbaar. Niettemin is De kunst van het verzamelen, 20ste-eeuwse kunst uit Nederlandse musea zeker een aanrader, die slechts een topje van de benijdenswaardige kunstijsberg uit Nederland toont. De catalogusbijdragen bundelen artikels over het collectiebeleid van de betreffende periode in de 5 instellingen, waarbij kritische overwegingen de lezer zeker niet onthouden worden. Tot 25 mei in het Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel (02/507.84.66).