Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 66 maart-april 1997

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Esko Männikkö

Gek land, Finland. Denk je ietwat overhaast wanneer je deze kleurfoto’s ziet vanuit één ooghoek. Langs de andere kant blijken de echt ‘lelijke’ dingen die erop staan gewoon dezelfde te zijn als hier. Plastic tuinmeubels, Ikea-matjes, Coca-Cola, afstandsbedieningen of reclamekalenders. ‘Voluit’ bekeken zijn dit indrukwekkende documentaire foto’s over de bewoners van een afgelegen streek tussen de Laplandse bossen en het meer landelijke Ostrobothnië, in het noorden van Finland. De Finnen zijn al met niet zo veel, maar dit is echt een leeggelopen gebied waar in hoofdzaak jagers, vissers, houthakkers, ‘werklozen’ en andere alleenstaande mannen in geïmproviseerde huisjes en hutten leven. Overleven. De fotograaf probeert hen daarin te volgen soms, vist en drinkt met hen mee. Om dan na een paar dagen pas zijn technische camera boven te halen, en hen zonder al te veel ruis te portretteren. Zoals ze op dat moment ‘zijn’, zegt men, of in ieder geval zoals hun biotoop binnen- of buitenskamers erbij ligt. Het is een strategie die in de documentaire fotografie behoorlijk beproefd is, die ook binnen de recente Finse fotohistorie zelf voorlopers kent, maar waar Esko Männikö (1959) behoorlijk virtuoos mee speelt. En alsof dat nog niet genoeg was, of wellicht om het onontkoombare lot van elk fotografisch document - een doofstomme momentopname gevangen in een starre passe-partout - vóór te zijn, haalt hij nog een kunsttoer uit. Hij propt zijn foto’s in tweedehandse schilderijenlijstjes, zo van de rommelmarkt geplukt. In weerwil van de ratatouille aan stijlen en krullen en slijtsporen, lijkt het alsof geen van de foto’s toevallig in ‘zijn’ kader is terechtgekomen. En dan worden ze ook nog eens opgehangen in de witte aseptische ruimten van instellingen voor hedendaagse kunst: Portikus Frankfurt, het Lenbachhaus in München, de Pont in Tilburg en van 21 maart tot 25 mei: in het Paleis voor Schone Kunsten, Koningsstraat 10, 1000 Brussel (02/507.84.66).