Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 72 maart-april 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Stuart Davis

Het Stedelijk Museum presenteert voor het eerst in Nederland een (eerder in Venetië getoond) overzicht van het werk van Stuart Davis, een van de aartsvaders van het Amerikaanse modernisme. Hoewel pas na de Tweede Wereldoorlog de generatie van de abstract-expressionisten de Amerikaanse kunst internationaal succes verschafte, was het de generatie van Davis (1892-1964) die voor het eerst serieus de confrontatie met de artistieke vernieuwingen van de 20ste eeuw aanging. Soms bleven zij daarbij steken in een vorm van colonial cubism (zoals een van Davis’ werken met superieure zelfironie is betiteld), maar het overzicht in het Stedelijk bevat ook heel wat overtuigende werken. Het was de roemruchte Armory Show van 1913 die Davis in direct contact bracht met de Europese moderne kunst, hetgeen onder meer tot enkele fraaie Van Gogh-pastiches leidde alvorens hij in de vroege jaren ’20 het kubisme absorbeerde. Behalve door de afrekening met het traditionele perspectief werd Davis ook beïnvloed door de kubistische belangstelling voor elementen uit de massacultuur zoals krantentitels, getuige bijvoorbeeld Cigarette papers uit 1921. Van de kubistische fragmentatie en bijna-abstractie onderneemt Davis ook uitstapjes naar een meer figuratieve stijl: in de jaren ’30 werkt hij in het kader van het kunstenaarsprogramma van Roosevelts Works Progress Administration aan muurschilderingen waarin hij de formele eisen van het modernisme met sociale thema’s en de herkenbare weergave van de American scene tracht te verzoenen. De aan dit werk verwante landschaps- en stadsschilderijen in het Stedelijk doen in hun combinatie van soms Léger-achtige stilering en compositorische drukte weinig overtuigend aan. Magnifiek zijn daarentegen de Pad-schilderijen uit de jaren ’40, waarin een wirwar van sierlijke vormen (die soms de gestalte van letters of cijfers aannemen) een all-over-compositie voor een bonte achtergrond vormen. De term pad, die aan jazz-jargon refereert en daarmee aan Davis’ liefde voor deze muziek, is ook een van de woorden die opduikt in Premiere uit 1957. Deze door een oranje rand omgeven compositie van heldere vormen die enigszins aan de papierknipsels van Matisse doen denken, is doorspekt met termen als ‘LARGE’, ‘COW’, ‘FREE’, ‘JUICE’, ‘100 %’ en ‘NEW’. Premiere en aanverwante werken vormen in Davis’ oeuvre de overtuigende synthese: de formele lessen van de Europese meesters zijn verwerkt en ze worden ingezet voor een evocatie van die andere moderniteit – de commerciële massacultuur waar de abstract-expressionisten zich juist zo tegen afzetten. Het woord ‘POP’ ontbreekt weliswaar op Premiere, maar het had er niet misstaan.

 

• Stuart Davis tot 29 maart in het Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, 1071 CX Amsterdam (020/573.29.11).