Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 72 maart-april 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Christian Schad

Schadografieën’ doopte Tristan Tzara de cameraloze fotografische beelden die deze Duitse kunstenaar rond 1919 onder de hoede van dada Zürich realiseerde. Her en der samengeraapte objecten worden op lichtgevoelig papier gelegd en laten hun afdruk na. De nulgraad van de fotografie. Fox Talbot had in 1839 al uitvoerig gedemonstreerd hoe het werkte, maar Christian Schad (1894-1982) is een van de eersten die er ten voeten uit mee experimenteert; Nonsense-Miniaturen noemt hij zijn fotogrammen. Moholy-Nagy en in mindere mate Man Ray – die zijn lensloze exploten in alle bescheidenheid zelf Rayogrammen noemde – zouden het genre tot wasdom brengen en tegelijk de weg vrijmaken voor de latere karrenvrachten bloedeloze ‘subjectieve fotografie’-konterfeitsels. Schads vroege aanvaring met de fotografie is fors maar kort. Na enige krachtige houtsneden, een paar houtreliëfs of schrijfmachine-experimenten legt hij zich in hoofdzaak toe op het portretschilderen, meestal in een koeler dan onderkoelde Neue Sachlichkeitsstijl, die zelfs Otto Dix nu en dan kippevel moet bezorgd hebben. Hallucinant realistisch, klassiek (‘Postraffaelitisch’) en technisch chirurgisch nauwkeurig schildert hij evengoed het portret van Paus Pius XI (1925) als circusartiesten, societyportretten, een operatietafel of masturberende vrouwen. Nadat zijn Berlijnse atelier in 1943 in een bombardement werd verwoest, aanvaardt hij zelfs een jarenlange opdracht van de stad Aschaffenburg om er Grünewalds Stuppacher Madonna meticuleus te kopiëren… Moeten bepaalde portretten van de jaren ’20 en ’30 het soms al afleggen tegen zijn rake, erotische pentekeningen, vanaf de jaren ’50 en zeker in de portretten van de vroege jaren ’70, gaat het bijna pijn doen. Nieuwe Zakelijkheid wordt dan voluit Magisch Realisme. Schad, die zich vanaf de jaren ’30 al was beginnen te verdiepen in de oosterse filosofie, schildert en herschildert gedreven zijn eigen anachronismen, tot aan de pure kitsch toe, die – en dat wordt duidelijk vanuit een retrospectief standpunt – al een oeuvre lang af en toe op de loer had gelegen. Draken! Vanaf 1960 neemt Christian Schad ook de draad weer op met zijn fotografische experimenten en daar blijkt de tijd milder op hem te hebben ingewerkt. Hij zoekt nieuwe mogelijkheden en technieken om met een fotogram complexere verhalen te vertellen. Aan de ‘nonsensicale’, brute kracht van die pakweg vijftig jaar oudere Schadografieën raakt hij echter nooit meer.

 

• Het omvangrijke retrospectief Christian Schad 1894-1982, een samenwerking tussen het Kunsthaus Zürich en het Lehnbachhaus, München, is nog tot 19 april te zien in de Kunsthalle in Emden, Stiftung Henri und Eske Nannen, Hinter dem Rahmen 13, 26721 Emden (04921/97.50.50) http://www.et-inf.fho-emden.de/Kunsthalle/kunsthalle.html