Steven Jacobs

DE WITTE RAAF

Editie 72 maart-april 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwbouw Boijmans Van Beuningen

Het ontwerp van Paul Robbrecht en Hilde Daem voor de uitbreiding van het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen wordt gepresenteerd in het Nederlands Architectuurinstituut. Het resultaat ligt in de lijn van een jarenlange ontwerppraktijk die reeds eerder gestalte kreeg in de tentoonstellingsarchitectuur voor onder meer Initiatief 86 in de Gentse Sint-Pietersabdij, Floor for a sculpture – Wall for a painting in De Appel, Documenta IX en de tentoonstelling Fiamminghi a Roma in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. Hoewel hun oeuvre geenszins tot louter museale opdrachten gereduceerd kan worden, speelt de relatie tussen kunst en architectuur een grote rol in hun werk en hun denken. Geconfronteerd met de kunst kan de architectuur volgens Robbrecht en Daem uitsluitend dienend zijn. Het kunstwerk verdringt per definitie de architectuur naar de achtergrond. Robbrecht en Daem pogen dan ook niet om de tentoonstellingsruimte tot een Gesamtkunstwerk om te toveren of om de architectuur zelf tot een attractie te verheffen zoals dit in diverse nieuwe museumgebouwen het geval is. Toch komt het kunstwerk pas volledig tot zijn recht wanneer het zichtbaar tegenover de architectuur wordt gesteld. Door bouwkundige elementen zoals portieken, doorkijken, balken of glasplaten te isoleren, beklemtonen Robbrecht en Daem de autonomie van de architecturale orde.

In de transformatie van het Museum Boijmans Van Beuningen wordt de integriteit van de oudste, door Van der Steur gebouwde vleugel gerespecteerd en zelfs als model gehanteerd voor de omvorming van de later opgetrokken Bodon-vleugel. Niet toevallig vertoont het oudste gedeelte van het gebouw een evenwicht tussen traditionele, representatieve museumtypologische elementen en de intimiteit van een kunstkabinet – een evenwicht dat precies in andere projecten van Robbrecht en Daem centraal staat, zoals de Brusselse Galerie Hufkens of de tentoonstellingsinrichting van Initiatief 86 of Fiamminghi a Roma. Het geplande nieuwbouwgedeelte rondom de Bodon-vleugel van het museum maakt daarentegen duidelijk dat het instituut eerder een museologisch laboratorium is dan een tempel of een schrijn. In tegenstelling tot de actuele geslotenheid van de Bodon-vleugel, zal het toekomstige museum zich naar de stad openen. De meest opvallende ingreep daarbij is de afbraak van de huidige inkompartij (met het restaurant en de boekhandel) ten voordele van een smalle nieuwbouw die trapsgewijs verhoogt tot aan de Westersingel. Op de plek waar het museumgebouw zich in het stedelijke weefsel zal vasthaken – de hoek van de Westersingel en het Museumpark – wordt niet alleen een videowall voorzien, maar zal op de begane grond de leeszaal van de bibliotheek worden ondergebracht, waardoor de functie van het museum als plaats van permanente educatie wordt benadrukt. De activiteiten die zich binnen afspelen, zullen aan het exterieur zichtbaar worden gemaakt. Zo zal aan de glaspanelen, die aan de gevel worden bevestigd, een artistieke interventie worden uitgevoerd door de Duitse kunstenaar Hermann Pitz. “Op die manier,” zo stelt Robbrecht, “wordt het museum als container van kunstwerken verbonden aan alle kunst extra muros.” Overigens verhuist de toegangsportiek naar het open binnenplein; van actuele parking met containerwerkplaatsen kan dit plein opgewaardeerd worden tot een volwaardige binnentuin met sculpturen. Een andere bestemmingswijziging krijgt het Van Beuningen-de Vriesepaviljoen van architect Hubert-Jan Henket toegewezen. Het is uitermate geschikt als restaurant met panoramisch zicht op het park achteraan het museum.

Op de tentoonstelling in het NAi worden de ontwerptekeningen van het Museum Boijmans Van Beuningen geconfronteerd met werk van kunstenaars die met ontwerpen van Robbrecht en Daem een zekere verwantschap vertonen of die met de architecten reeds hebben samengewerkt. Zo kunnen in de behandeling van de gevel van het nieuwbouwgedeelte van het museum niet alleen overeenkomsten worden aangestipt met de Fenster van Isa Genzken of de ruimtelijke ambivalenties van Cristina Iglesias, maar roept het spel van visuele verschuivingen en de gelaagdheid ook bijvoorbeeld de schilderijen van Gerhard Richter of Raoul De Keyser op. Ook kunstenaars (zoals Hermann Pitz) die speciaal voor het museum werken zullen vervaardigen, komen op de tentoonstelling aan bod.

 

• Van 19 maart tot 17 mei in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00). Bij uitgeverij Ludion verscheen recentelijk overigens de publicatie Werken in architectuur, Paul Robbrecht en Hilde Daem.