Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 73 mei-juni 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Allan McCollum/Sans Titre a dix ans

De installaties van de Amerikaanse kunstenaar Allan McCollum (Los Angeles, 1944) bestaan steeds uit een veelvoud van gelijkvormige objecten. Meest bekend zijn de Plaster surrogates (vanaf 1978), zwarte op gips geschilderde monochrome schilderijen die steeds in serie worden opgehangen. Authenticiteit en de unieke status van het kunstwerk worden hier in vraag gesteld. Ondanks het enge register van de kunstenaar geeft de retrospectieve in het Musée d’Art Moderne in Villeneuve d’Ascq een goed idee van de grote variëteit van dit oeuvre. De herhaling van steeds dezelfde motieven in een accrochage van plint tot plafond beoogt eerder een vervreemdend karakter dan een spectaculair effect. Naast de Plaster surrogates zijn er de Individual works (1987), duizenden unieke, kleine gipsen voorwerpen in dezelfde kleur die op grote tafels worden uitgestald. Zijn Drawings (1988) vertonen verwantschap met de fameuze Rorschachtests, symmetrische inktvlekken die door een proefpersoon geïnterpreteerd moeten worden. Hieruit blijkt dat de visuele waarneming door de persoonlijkheid beïnvloed wordt. De objecten van McCollum zien er voor iedereen hetzelfde uit en toch worden ze op verschillende manieren geïnterpreteerd. Zijn Perfect vehicles (1985) zijn prototypes van vaasvormen die enkel verschillen in kleur en in formaat. In recente reeksen als The Dog from Pompei (1991), Lost Objects (1991) of Natural Copies from the Coal Mines of Central Utah (1994), die bestaat uit afgietsels van sporen van dinosaurussen en andere uitgestorven dieren, verlaat Allan McCollum het terrein van het louter formele en krijgt zijn oeuvre een expliciet maatschappelijk karakter. Retrospectief is het verrassend om te constateren dat dit reeds van in het begin, zij het slechts onderhuids, in zijn werk aanwezig was.

Gelijktijdig met Allan McCollum loopt een tentoonstelling met een keuze uit de verzameling van Françoise en Jean-Philippe Billarant, naar aanleiding van het tienjarig bestaan van hun kunsttijdschrift Sans Titre. In Frankrijk wordt met veel bewondering opgekeken naar de Belgische verzamelaars. In België kijken kunstenaars dan weer afgunstig naar de aankopen van de Franse Staat en andere voorzieningen voor plastische kunstenaars zoals het ter beschikking stellen van ateliers en reisbeurzen. Dat Frankrijk geen verzamelaars zou hebben, is niet altijd juist. Toen het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris enkele jaren geleden in de tentoonstelling Passions Privées uitpakte met het gros van de Franse verzamelaars, besefte men dat er bij onze zuiderburen toch ook wat verzameld wordt. De verzameling van het Musée d’Art Moderne van Villeneuve d’Ascq ontstond trouwens uit de schenking van een belangrijke verzameling, namelijk deze van Jean Masurel en Roger Dutilleul. Deze laatste kocht in het begin van de eeuw bij Kahnweiler topwerken van onder andere Picasso, Braque en Léger. Evenals de verzameling Dutilleul bezit ook deze van Billarant een zekere coherentie. Zowel de minimale schilderkunst van Cécile Bart, François Morellet, Claude Rutault, Niele Toroni en Michel Verjux (die enkel met licht schildert) als de sculpturen van Didier Vermeiren hebben een conceptuele ondergrond. Ze bevinden zich naast de historische conceptuelen als Robert Barry, Peter Downsbrough en Lawrence Weiner, die hoofdzakelijk met taal bezig zijn, dus in goed gezelschap.

Sans Titre loopt tot 1 juni, Allan McCollum tot 29 juni in het Musée d’Art Moderne, Allée du Musée 1, 59650 Villeneuve d’Ascq (03.20.19.68.68).