Steven Jacobs

DE WITTE RAAF

Editie 73 mei-juni 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Alvar Aalto

Net als de fans van René Magritte en Sergei Eisenstein mogen ook de bewonderaars van de Finse architect Alvar Aalto zich dit jaar verheugen op het eeuwfeest van hun idool. In het Nederlandse Architectuurinstituut wordt een groots opgezette expositie gepresenteerd die door het Finse architectuurmuseum werd georganiseerd. Uit het omvangrijke oeuvre van de grootmeester werden zeven bouwwerken geselecteerd, die representatief zijn voor de verschillende fasen van zijn werk. Uiteraard zijn zijn twee meesterwerken uit het interbellum present: het sanatorium in Paimio (1929-1933), dat een zekere verwantschap vertoont met Nederlandse en Russische ontwerpen uit diezelfde periode en Aalto’s toenadering tot de modernistische vormentaal illustreert, en de bibliotheek van Viipuri (1933-35), waarvoor hij reeds in 1927 een ontwerp had gemaakt dat eerder naar het romantische classicisme van Asplund verwijst. Hoewel in beide gebouwen gebruik werd gemaakt van gewapend beton, werd de esthetica van het functionalisme op een vrij ongewone en bijzonder sensualistische wijze benaderd. Een toepassing van de principes van het plan libre staat bij Aalto op de eerste plaats ten dienste aan een organische ruimte-opbouw, die evenwel steeds beheerst blijft. Het sensualisme wordt ook verkregen door de meticuleuze detaillering, die nauw verwant is met zijn organische ontwerpbenadering van zijn meubilair, en door de zorg die wordt besteed aan de wijze waarop de ruimte wordt bepaald door veranderende factoren als warmte, licht en geluid. In de tentoonstelling poogt men deze moeilijk representeerbare aspecten over te dragen met behulp van onder meer opengewerkte maquettes en monsters van materialen. Aalto’s derde meesterwerk van het interbellum is de villa Mairea in Noormarkku (1937-1939), die eigenlijk kan geïnterpreteerd worden als een samenvatting van zijn gehele oeuvre. In deze uit baksteen en beraapt metselwerk opgetrokken en met houten wandbedekkingen beklede villa komt zowel de functionalistische als de romantische zijde van de architect tot volle uitdrukking. Kunstmatige en natuurlijke vormen contrasteren er harmonisch in de totale compositie, detaillering en in het materiaalgebruik. Het gebruik van een omsluitende L- of U-vorm in de plattegrond duikt terug op in zijn latere werk zoals het raadhuis van Säynätsalo (1949-1952), dat de start inluidt van zijn tweede, naoorlogse creatieve periode. Voorts werden van het latere werk het Rautatalo kantoorgebouw (1951-1955), het Nationaal Pensioeninstituut (1948-1957), beide in Helsinki, en de kerk in Vuoksenniska (1956-1958) geselecteerd. Naast deze zeven architecturale realisaties wordt uitvoerig aandacht besteed aan het meubilair dat Aalto heeft ontworpen.

Alvar Aalto: tot 16 augustus in het Nederland Architectuurinstituut. Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00).