Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 73 mei-juni 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Mien Ruys

Hommages aan coryfeeën hangen blijkbaar in de lucht. Wordt in het NAi Aldo van Eyck gefêteerd, terwijl de Cor van Eesterenmanifestatie nauwelijks is afgelopen, in het ABC Haarlem is de jaarlijkse voorjaarstentoonstelling over tuin- en landschapsarchitectuur dit keer gewijd aan Mien Ruys en haar bureau. Het sympathieke van deze tentoonstelling is dat 75 jaar landschappen en tuinen van haar hand allesbehalve als een eerbetoon worden gepresenteerd. Het ongewilde neveneffect iemand daarmee bij te zetten in de geschiedenis is hiermee voorkomen. Eenderde van het overzicht laat actuele ontwerpen van Ruys’ geestelijke erfgenamen zien: het Tuinarchitectenbureau Mien Ruys in Amsterdam. Eén zaal biedt een selectie uit de ontwerpen voor privé-tuinen, met onder meer Ruys’ eigen proeftuin in Dedemsvaart (25 tuinen op 2 hectare), waar ze sinds 1925 experimenteert met planten, materialen, ruimtelijke compositie en vorm. De derde zaal is gewijd aan grotere projecten als terreinen bij fabrieken en kantoren (wandelpark bij het KNSM-gebouw in Amsterdam, aanleg 1958), binnentuinen bij sociale woningbouwprojecten (gemeenschappelijke tuin bij hoogbouw Buitenveldert, aanleg 1962) en de begraafplaats in Nagele (1957).

Haar streven naar eenvoud en duidelijkheid in vorm wordt verbeeld in een strakke aanleg met rechte lijnen, cirkels, vierkanten en rechthoeken waarbinnen de natuurlijke beplanting losjes de ruimte krijgt. Haar voorkeur voor helderheid vond Ruys terug in het gedachtengoed van De 8 en Opbouw. Ze was lid van de groep (tot aan de opheffing in 1950) en werkte met veel architecten-collega’s samen: Rietveld, Maaskant, Merkelbach, Kloos, Van Eyck. Ruys’ signatuur blijkt zich moeiteloos te hebben aangepast aan de verschillende decennia. Waarschijnlijk omdat ze van meet af aan alle mogelijke elementen wist op te nemen in haar ontwerpen. Parkeerplaatsen, spoorrails of vuilcontainers zijn net zo zorgvuldig uitgewerkt als een zitje onder een pergola of een rijtje stapstenen in het gras. Een prachtig voorbeeld hiervan is het IBM-kantoor in Uithoorn, waarbij Ruys zowel de eerste aanleg voor de kantoortuin uit de jaren ’50 verzorgde, als die bij de laatste uitbreiding uit 1987. Dat Mien Ruys niet meer weg te denken is uit de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur, is niet in de laatste plaats te danken aan haar vermogen een groot publiek tuinliefhebbers aan te spreken. Het nog immer bestaande tijdschrift Onze eigen tuin richtte ze reeds op in 1955. Spoorbielzen, borders (randen en vakken met een variatie van vaste planten) en het aanbrengen van subtiele niveauverschillen door vlakken te laten verspringen, werden door Ruys geïntroduceerd. Met slechts drie zaaltjes kan natuurlijk nauwelijks recht worden gedaan aan dit oeuvre, al biedt de selectie voldoende inzicht. Helaas is de vierde zaal niet gebruikt voor de tentoonstelling, maar voor een onbegrijpelijke opstelling over nieuwe dakvormen.

Mien Ruys en Dakvormen in stedelijk perspectief: tot en met 14 juni in ABC, architectuur bouwhistorisch centrum, Groot Heiligland 47, 2011 EP Haarlem (023/534.05.84). Stichting Tuinen Mien Ruys, Moerheimstraat 78, 7701 CG Dedemsvaart (0523/61.47.74). Open van 1 april tot en met 31 oktober.