Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 73 mei-juni 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Sophie Calle

Nu eens fungeert ze als afstandelijke buitenstaander die anderen informatie, meningen of ontboezemingen ontlokt of zich ondraaglijk diep in het privé-leven van onbekenden wurmt, dan weer lijkt ze zichzelf in sec geschreven autobiografische verhalen voluit bloot te geven. Voor Les Dormeurs bijvoorbeeld nodigde Sophie Calle in 1979, 28 vrienden, buren en onbekenden uit om, de één na de ander, acht uur te komen slapen in haar bed. Ze nam elk uur een foto en hield aantekeningen bij, die uiteindelijk resulteerden in de tentoonstelling van een ‘intieme wand’ met 176 foto’s en 23 teksten. Een blonde pruik en zonnebril kwamen even later te pas aan haar Suite Vénitienne. Sophie Calle volgt een man die ze amper kent zonder zijn medeweten naar Venetië. Geen moment verliest ze hem uit het oog, onafgebroken maakt ze detective-achtige foto’s en notities. De foto’s zijn bewogen, onscherp soms. In de tekst Please follow me die Jean Baudrillard hierbij schreef, wordt over dit fotograferen gezegd dat het geen perverse of archivistische functie heeft. “Het wil alleen maar zeggen: hier op dit uur, op deze plek, bij dit licht, was er iemand. En tegelijk: het had geen enkele zin om hier te zijn, op deze plek, op dit moment. Eigenlijk was er niemand. Ik, die hem gevolgd heb, ik kan u verzekeren dat er niemand was. Het zijn geen souveniropnames van een aanwezigheid, het zijn opnames van een afwezigheid, de afwezigheid van degene die gevolgd werd, van degene die hem volgde, de afwezigheid van beiden.” Voor Self Portraits uit 1980 keert Sophie Calle de rollen om. Via haar moeder huurt ze een privé-detective in om haar een hele dag te volgen. Zo wil ze fotografische bewijzen van haar bestaan verzamelen. In 1981 werkt ze een tijdlang als kamermeisje in een Venetiaans hotel. Met camera en taperecorder legt ze, tussen de schoonmaakbeurten door, de levens van de hotelgasten vast. En in 1983 vindt ze een memoboek vol adressen. Ze stuurt het terug, maar pas nadat ze alle adressen en telefoonnummers van eigenaar, Pierre D., heeft gekopieerd. Ze maakt afspraken met verschillende mensen uit het boekje en vraagt hen om Pierre te beschrijven. Enkel zo wil ze hem leren kennen.

Afgezien van een aantal groepstentoonstellingen die vooral ouder werk oppikten, een reizend retrospectief dat in 1994 ook Boijmans aandeed of het gefilmde relaas van haar ‘huwelijk’, leek het wat stil geworden rond Sophie Calle. In Essen is momenteel wel het recente project The Detachment – Die Entfernung te zien. Daarin geeft ze via foto’s en verslagen van gesprekken, haar speurtocht weer naar de DDR-monumenten die sinds 1990 uit het voormalige Oost-Berlijn werden verwijderd. Niet alleen de lege sokkels of de sporen van in de muur geschroefde gedenkplaten interesseren haar, maar meer nog de wijze waarop de mensen die ze ooit in volle glorie hebben meegemaakt, ze zich herinneren. Het lijkt bijna een ietsje meer politiek correcte variant van haar project Last Seen dat ze in 1991 maakte over de diefstal van schilderijen van Rembrandt, Vermeer, Flinck, Manet, een Chinese vaas en een Napoleontische adelaar uit een museum in Boston. Ze fotografeerde toen de lege plekken in de museumopstelling en vroeg diverse museummedewerkers de gestolen werken te beschrijven. Deze teksten werden samen met foto’s van de lege plaatsen geëxposeerd. Net zo dus in Die Entfernung. Aan de hand van haar foto’s van lege voetstukken, verfresten,… en de verzamelde, subjectieve herinneringen van voorbijgangers, bewoners, arbeiders,… kunnen we dit keer niet een denkbeeldige reconstructie maken van verdwenen kunstwerken, maar van DDR-monumenten.

The detachment: van Sophie Calle tot 5 juli in het Kulturwissenschaftliches Institut, Goethestrasse 31, 45128 Essen (0201/72040).