Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 74 juli-augustus 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Mai 98

De titel van de expositie Mai 98 in de Kunsthalle van Keulen verwijst uiteraard naar een uiterst politieke lente, nu dertig jaar geleden. Deze referentie aan mei ’68 in de titel van een kunsttentoonstelling doet vermoeden dat die expositie onderzoekt in hoeverre in de hedendaagse kunst nog sprake is van politieke betrokkenheid, zoals die zich in de jaren ’60 onder meer in de Art Workers’ Coalition uitte. In feite richten de tentoonstellingsmakers zich echter op een ander aspect van de erfenis van de jaren ’60: het vervagen van de grenzen tussen high art en de alledaagse omgeving. Werken van Robert Morris, Richard Artschwager en Claes Oldenburg laten op verschillende manieren de opmars van het object in de kunst van de jaren ’60 zien. Zij dienen als historisch kader voor het werk van de jongere generaties, waarbij in het geval van Franz West, die in de jaren ’60 de activiteiten van de Weense Aktionisten volgde, de band met dat roerige tijdperk vrij sterk is. West toont in samenwerking met Michelangelo Pistoletto een intrigerende Paßstück-cabine met spiegel (1996), waarin de bezoeker zijn eigen handelingen met een van de passtukken kan gadeslaan en daardoor bewust of onbewust gaat acteren. In de schitterende video Yvonne (1997) van Rosemarie Trockel zijn de wollen kledingstukken de echte acteurs. Deze erg losjes gestructureerde film heeft de uitstraling van oude snapshots en home movies uit het alternatieve milieu van de late jaren ’60 en de jaren ’70. De geitenwollen-sokkensfeer wordt echter regelmatig doorbroken door absurdisme, zoals bij de opname van een man die aan een vreedzame ontbijttafel in de keuken een felrode bivakmuts draagt.

Veel werken zijn elders al eerder getoond, maar er zijn ook bijdragen die speciaal voor deze expositie zijn geconcipieerd. Zo bouwde Jorge Pardo het slaapkamermeubilair na dat hij ooit voor zijn ouders construeerde, en dat stilistisch zowel bij IKEA als bij Memphis leentjebuur lijkt te spelen. De ongegeneerde schoonheid van dit werk wordt echter in een ander licht geplaatst door een ouder werk, dat over de twee nachtkastjes is verdeeld: een zelfgemaakte set steeksleutels, die hier het karakter van martelwerktuigen of moordwapens aannemen. Ondanks dergelijke uitschieters wil de expositie niet echt sprankelend worden. Het heeft iets ironisch dat zij uitgerekend plaatsvindt in de Joseph-Haubrich-Kunsthalle uit de Wirtschaftswunderzeit, die met haar verstikkende jaren ’50-aura zo inadequaat is dat zij binnenkort plaats moet maken voor nieuwbouw. De geest van Mei ’98 heeft hier danig last van de geesten van Ernst Wilhelm Nay en Hans Hartung, die hier nog immer rondspoken.

 

• Tot 17 juli in de Josef-Haubrich-Kunsthalle, Josef Haubrich-Hof 1, 50676 Keulen (0221/221.23.35).