Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 74 juli-augustus 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Christian Boltanski

De laatste twaalf jaar heeft Christian Boltanski (Parijs, 1944) in Parijs geen grote belangrijke tentoonstelling meer gehad. In 1989 installeerde hij ter gelegenheid van de tentoonstelling Histoires de Musée in de kelders van het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris zijn Réserve du Musée des Enfants. Dit werk dat al die tijd voor het publiek ontoegankelijk is gebleven, vormt nu het centrum van een retrospectieve tentoonstelling in hetzelfde museum. Met Dernières Années geeft Boltanski in een grote installatie een overzicht van wat hij de laatste tien jaar heeft voortgebracht.

Zijn parcours, zelf spreekt hij liever van ‘un chemin’, begint in een schaars verlichte zaal met een monumentaal werk dat bestaat uit ongeveer 1500 onscherpe zwart-wit foto’s. Het zijn uitvergrotingen van foto’s uit vroegere werken. Moordenaars en slachtoffers uit het weekblad Détective of El Caso hangen er naast kinderen uit een klasfoto van een joodse school uit 1939 en de jeugdige leden van de Club Mickey. We weten allang niet meer wie tot welke groep behoorde. Het unieke van elke mens heeft plaats gemaakt voor de gelijkvormigheid van de anonimiteit. Dit progressief verlies van de identiteit vormt sinds jaren het belangrijkste thema van dit oeuvre. Voor zijn Les Registres du Grand Hornu (1997) bouwde hij met 2.500 blikken koekjesdozen een enorme muur. Op elke doos hangt de foto en de naam van een kind dat tussen 1910 en 1940 in deze mijn was tewerkgesteld. Dit monument, dat na de tentoonstelling in de Grand Hornu een definitieve plaats zal krijgen, is een laatste poging om de herinnering levendig te houden. In de streek van Bergen weet men nog ongeveer wie deze mensen waren. Ouders en grootouders van de huidige bevolking. In Parijs roepen deze namen en gezichten niet de minste herinnering op. Binnen twee generaties zal dat in Grand Hornu ook het geval zijn. Met de identiteit verdwijnt ook de menselijke figuur uit dit oeuvre. De foto’s worden vervangen door anonieme voorwerpen zoals ziekenhuisbedden (Les Lits), mantels (Les Manteaux) of kinderkleren (La Réserve du Musée des Enfants). In de kelder verzamelde hij op metalen rekken ongeveer 5.000 verloren voorwerpen die niemand is komen ophalen. Na de tentoonstelling zullen ze openbaar verkocht worden. Boltanski hoopt dat ze op deze manier toch nog een identiteit zullen verwerven. De tentoonstelling die werd opgebouwd als een theaterstuk in tien bedrijven – de tijd wordt op die manier een even belangrijk element als de ruimte – geeft een goed overzicht van dit indrukwekkende oeuvre. Het theatrale uitgangspunt heeft zo zijn voor- en nadelen. Waar de mise-en-scène onopvallend is, draagt ze bij tot het creëren van een sterke emotie. Daar waar ze zichtbaar wordt, accentueert ze onnodig het drukkende karakter van dit op sommige momenten ondraaglijke oeuvre.

In plaats van een catalogus verscheen bij de tentoonstelling een kunstenaarsboek; Kaddish is een concept van Boltanski zelf en bestaat uitsluitend uit meer dan duizend zwart-witfoto’s die hij gedurende al die jaren in zijn installaties gebruikt heeft. Ze zijn verdeeld in vier hoofdstukken, Menschlich, Sachlich, Ortlich en Sterblich.

 

• Christian Boltanski. Dernières Années: tot 4 oktober in het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris, Avenue Président Wilson 11, 75116 Parijs (01.53.67.40.00).