Lieven Van Den Abeele

DE WITTE RAAF

Editie 74 juli-augustus 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Les années Supports/Surfaces

Terwijl het Centre Georges Pompidou nog tot eind volgend jaar wegens verbouwingswerken gesloten blijft – opening op 31 december 1999! – wordt haar collectie, deze van het Musée National d’Art Moderne, op thematische wijze in andere Franse musea tentoongesteld. Het kubisme in Villeneuve d’Ascq, werken uit het prentenkabinet in Nîmes, Fernand Léger in Biot, Charles Eames en Miró in Bordeaux, Duchamp-Villon in Rouen, Giacometti in Saint-Etienne en de nieuwe media in Toulouse. In het Jeu de Paume toont het Centre Pompidou een zestigtal werken van de Franse kunstenaarsgroep Supports-Surfaces. Een beweging die op het eind van de jaren ’60 in het Zuiden van Frankrijk ontstond rond kunstenaars als Claude Viallat, Daniel Dezeuze, Louis Cane en Vincent Bioulès. Het was Bioulès die in 1970 de naam van de beweging voorstelde ter gelegenheid van een groepstentoonstelling in het Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris. Aan de hand van een kritische benadering van de relatie tussen de drager en het oppervlak van het schilderij, poogt Supports-Surfaces de schilderkunstige praktijk in vraag te stellen. De beweging werd begeleid door de nodige pamfletten, polemieken en schisma’s. Een groep rond Bioulès met Cane en Dezeuze verbinden hun plastisch werk met op het marxisme, de psychoanalyse en de semiotiek gebaseerde politieke reflecties. Ze verenigen zich met Philippe Sollers rond het tijdschrift Peinture, cahiers théoriques. Claude Viallat, Noël Dolla, Toni Grand en Patrick Seytour beroepen zich op een grotere vrijheid van handelen.

In hun werk herkennen we formalistische echo’s van het Amerikaanse minimalisme en de theorieën van Clement Greenberg en de fundamentele schilderkunst. Esthetische opvattingen die ook andere Franse kunstenaars niet onberoerd lieten. In januari 1967 tonen Buren, Mosset, Parmentier en Toroni in het Musée des Arts Décoratifs gedurende één avond elk een vierkant schilderij met dezelfde afmetingen. Dat van Buren bestaat uit verticale strepen, dat van Parmentier uit horizontale. Mosset schildert een cirkel en Toroni vult het oppervlak met zijn fameuze penseelafdrukken nummer 50. Hierdoor benadrukken ze het anonieme karakter van de schilderkunstige geste. Ook hier wordt het schilderij gereduceerd tot zijn materiële componenten, maar de radicale geste van BMPT, een soort ‘degré zéro’ van de schilderkunst, blijft als manifest veel belangrijker dan de experimentele bricolage van Supports-Surfaces en hun volgelingen. Desondanks zullen beide rivaliserende groepen gedurende een lange periode het artistieke klimaat in Frankrijk bepalen. In een poging af te rekenen met het illusionisme van de schilderkunst ondervragen deze kunstenaars de conventies van de materiële condities van het schilderij. Supports-Surfaces gebruikt hiervoor diverse technieken als afdrukken, stempelen, plooien, snijden en met verf doordrenken van loshangende doeken waardoor niet alleen het verschil tussen drager en oppervlak, maar ook dat tussen de voor- en achterkant van het schilderij wordt opgeheven. Ook in de accrochage verdwijnt het picturale scherm ten gunste van het materiële object.

De tentoonstelling in het Jeu de Paume beperkt zich tot de eerste tien jaar van de beweging, ongeveer van 1966 tot 1976. Dertig jaar later zijn de meeste leden nog altijd bezig met wat in de jaren ’70 al meer weg had van een stijloefening dan van een kritische houding tegenover de schilderkunst. Opvallend is ook de grote kloof die er bestaat tussen hun esthetische en hun politieke opvattingen en de fysieke eigenschappen van hun werk. Supports-Surfaces heeft overigens in de jaren ’70 en ’80 via het kunstonderwijs, waarbinnen de meeste protagonisten een belangrijke rol gespeeld hebben en nog spelen, op de Franse kunst een verstikkende invloed gehad. Getuige hiervan de talloze epigonen. In een periode waarin de schilderkunst zich eerder vragen stelt omtrent haar inhoudelijk karakter en elke louter formele benadering verwerpt, mist de tentoonstelling in het Jeu de Paume elke relatie met de actualiteit. Als historische tentoonstelling is gekozen voor zelfgenoegzaamheid in plaats van voor een kritische benadering. Een confrontatie met de Amerikaanse schilderkunst uit dezelfde periode zou deze lokale beweging maar al te gauw herleiden tot haar ware proporties.

 

• Les années Supports-Surfaces tot 30 augustus in het Jeu de Paume, Place de la Concorde, 75001 Parijs (01.42.60.69.69).