Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 74 juli-augustus 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jitka Hanzlova

Haar oeuvre is klein en lijkt doorzichtig eenvoudig. Het bestaat tot dusverre uit twee reeksen kleurenfoto’s, twee boeken. De eerste serie heet Rokytník en verzamelt mensen, dingen en omgevingen van een landelijk dorp in Tsjechië, het meer recente project heet bewohner en richt een analoge blik op een Duitse grootstad. Het urbane versus het rurale… Hoewel beide reeksen deze voor de hand liggende tegenstelling wel aanraken, vertonen alle beelden echter vooral een merkwaardige continuïteit.

Jitka Hanzlová (1958) is zowat vijftien als ze haar geboortedorp Rokytník verlaat voor andere oorden in het toenmalige Tsjecho-Slowakije. In 1983 krijgt ze asiel in Duitsland. Daar gaat ze aan het fotograferen. Aanvankelijk gooit ze zich op de fotojournalistiek: kritische thema’s, zwart-wit. Zo werkt ze een tweetal jaar aan een reeks over een met sluiting bedreigde school waar asielzoekers een diploma middelbaar onderwijs kunnen halen. Het weekblad Stern publiceert de foto’s, maar de wijze waarop en de ultieme consequenties van het journalistieke bestaan – nieuwswaarde, vluchtigheid en deadlines – blijkt dan al te botsen met haar beelden. Exit fotojournalistiek. In de loop van de volgende jaren keert ze met regelmaat terug naar haar geboorteplaats, fotografeert er en probeert de beelden de tijd te laten om zichzelf uit te wijzen. Van horizontaal kantelen ze na een tweetal jaar uiteindelijk allemaal naar een opstaand beeldvlak, zwart-wit wordt kleur – “omdat de kleuren in Rokytník zo kleurloos lijken…” – en pas geleidelijk aan komen portretten het aanvankelijke monopolie van stillevens en landschappen doorbreken. Het Rokytník-boek dat in 1997 uitkomt, geeft tussen het eerste en laatste beeld – een revival van het fotografisch zo uitgeputte motief van de waslijn! – voor het overgrote deel de dorpsbewoners te zien, met als onregelmatige interpunctie zo nu en dan een enkel beeld van een hoopje brandende herfstbladeren, een braadspit, een slaapkamer of een afgebroken plasticbloem. De beelden zelf maken de achter in het boek opgenomen tekst van L. Fritz Gruber voor het grootste deel redundant. Toch suggereert hij terecht dat achter het schijnbaar pretentieloze, de ‘nederige beperking’ van deze foto’s, een treffende ‘welsprekendheid’ schuilgaat. Een ingetogen welbespraaktheid die zich in hoofdzaak richt op het introduceren van noties als ‘tijd’, ‘afstand’ en vooral ‘verstilling’ in de beelden zelf. Ook in het in 1996 gepubliceerde bewohner stemt Hanzlová haar waarneming van mensen, dieren en dingen in een niet nader genoemde, maar herkenbare Duitse stad, hierop af. Al ‘verklaart’ het wellicht slechts voor een stuk mijn indruk dat Jitka Hanzlová met deze foto’s zowel de meest vanzelfsprekende en tegelijk erg onverwachte beelden van een stad biedt, die ik de laatste tijd te zien kreeg.

 

• Een selectie uit bewohner is elke vrijdag en zaterdag tot 25 juli te zien in db-s fotografie, Vlaamse Kaai 76b (binnenkoer), 2000 Antwerpen (03/237.83.05). Beide boeken zijn een aanrader: Rokytník verscheen als catalogus bij een tentoonstelling in Museum Schloß Hardenberg, 1997 en bewohner is een uitgave van Richter Verlag Düsseldorf, 1996.