Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 74 juli-augustus 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lewis Carroll

Is het pseudoniem waarmee de Britse wiskundige en Oxfordprofessor Charles Lutwidge Dodgson (1832-1898) wereldberoemd werd als auteur van de (kinder)boeken Alice’s adventures in Wonderland (1865) en Through the looking glass (1871). Naar aanleiding van de honderdste verjaardag van zijn overlijden brengt de Londense National Portrait Gallery in herinnering dat Carroll ook een indrukwekkend Victoriaans amateurfotograaf was. Het duurde nochtans tot 1949 eer dit oeuvre van pakweg zevenhonderd beelden door de fotohistoricus Helmut Gernsheim werd herontdekt en omstandig beschreven. Maar hij gaf Lewis Carroll dan ook meteen een plaats ter hoogte van andere 19de-eeuwse grootheden als Hill en Adamson of Julia Margaret Cameron. Dankbaar materiaal om zicht te krijgen op Carrolls fotografische bezigheden en motieven zijn de talloze brieven en de dagboeken die hij minutieus bijhield. Carroll komt erin naar voor als een excentrieke, mensenschuwe man die het gezelschap van kinderen veruit verkoos boven dat van zijn intellectuele collega’s. “Children are three-fourth of my life and their presence has a tremendously refreshing effect on my spirit.” Zijn foto’s van kinderen horen inmiddels ook veruit tot de bekendste van zijn beelden, toch fotografeerde Lewis Carroll daarnaast een aanzienlijke portrettengalerij bij elkaar van bisschoppen, Oxfordprofessoren, schrijvers, kunstenaars (zoals John Ruskin of Dante Gabriel Rossetti), acteurs en actrices. Portretten die voor die dagen vrij uitzonderlijk waren omdat Carroll steeds een ‘natuurlijke’ achtergrond gebruikte in plaats van het obligate geschilderde decor en omdat hij, ook al anders dan veel zijn collega’s, nooit enige foto retoucheerde. Zo meticuleus en rationeel als hij op technisch en compositorisch vlak tewerk ging, zo passioneel leek hij begaan met zijn ‘lievelingsmodellen’, zijn “child friends” zoals hij ze zelf noemt. Zijn kindsterretje was het dochtertje van de rector van de universiteit, Alice Liddell, voor wie hij zijn beroemde boeken zou schrijven en die hij leert kennen in 1856, het jaar dat hij begint te fotograferen. Alice Liddell figureert in tal van opnamen, zij is bijvoorbeeld het ‘bedelaresje’ op een van Carrolls bekendste foto’s. Geleidelijk aan raken de kinderportretten meer en meer geënsceneerd, hij laat ze zich verkleden en allerlei, vaak exotische toneeltjes opvoeren. Carroll lijkt er ook steeds meer de voorkeur aan te geven om de meisjes naakt – ‘as nature intended’ – te portretteren. “…I should like to know exactly what is the minimum of dress I may take her in, and I will strictly observe the limits. I hope that at any rate, we may go as far as a pair of bathing-drawers, though for my part I should much prefer doing without them…,” schrijft hij aan de moeder van een potentieel modelletje.

In de zomer van 1880 stopt Lewis Carroll van de ene dag op de andere met fotograferen, een beslissing die in zowat alle fotohistorische overzichtswerken de stempel ‘mysterieus’ meekrijgt. Eén mogelijke verklaring wordt gezocht in een fototechnische vernieuwing die rond die tijd opgang maakt en die de ‘natte collodion’-methode, waar Carroll bij zwoer, opzijschoof. Onzin, zeggen anderen, hij wilde zich op zijn vijftigste voluit op zijn grootste talent gaan toeleggen, en enkel nog schrijven. Dat hij uiteindelijk misschien toch in de problemen is geraakt met de ouders van zijn modelletjes, wordt eveneens gesuggereerd. En weerlegd door Carroll-kenner en samensteller van deze tentoonstelling, Colin Ford, die ook de ongepubliceerde dagboeken doornam en behalve occasionele aanvaringen met preutse ouders geen spoor van een schandaal terugvond (al meldt hij tussen haakjes wel “that there appear some volumes and pages missing”). 1880, tenslotte, blijkt ook het jaar te zijn waarin Alice Liddell in het huwelijk treedt.

 

• Lewis Carroll: Through the Viewfinder: van 10 juli tot 11 oktober in de Photography Gallery, National Portrait Gallery, St Martin’s Place, London WC2H OHE (0171/306.0055 ext.241).