Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Kunst in de openbare ruimte

Nederland is deze herfst weer aardig wat publieke kunstwerken rijker geworden. Zo plaatste Stephan Balkenhol voor de serviceflat De Muzen aan het Muzenpark in Almere een windroos: een paal in het water wordt bekroond door een horizontaal kruis met op de uiteinden vier houten figuren. Door het kruis zijn zij met elkaar verbonden, maar ze vormen eigenlijk nauwelijks een groep. Autistisch staren de twee mannen en twee vrouwen voor zich uit, ook al staat er een briesje en draaien ze daardoor rondjes. Net als Balkenhol met zijn disfunctionele gemeenschap varieert ook Thomas Schütte met zijn beeldengroep voor het nog in aanleg zijnde Griftpark in Utrecht op de traditionele sculpturen in de openbare ruimte. Schütte combineerde voor het jubilerende Fonds Stadsverfraaiing drie van zijn Grosse Figuren (de roestige stalen variant, waarvan ook Museum Boijmans Van Beuningen er eentje voor de tuin heeft aangekocht) tot een groep die er uitziet alsof drie technologische mutanten uit de wereld van Terminator II te lang in de regen hebben gestaan en tijdens het spelen van een potje jeu de boules zijn vastgeroest. Van een geheel andere orde is de opvatting van kunst in de openbare ruimte die uit het Schenkstrook-project van Jan van Grunsven en Arno van der Mark in Den Haag spreekt. Hier gaat het niet meer om ‘stadverfraaiing’ door middel van fraaie beelden: 301 Steps Daylight / Tungsten is geen beeld in, maar vormgeving van de ruimte, in casu een weg met de onmiddellijke omgeving. Van Grunsven en Van der Mark tekenden voor weg, trottoir, fietspad en de verlichting met blauw oplichtende Tungsten-lampen, en legden bovendien een ecologische oeverstrook bij het belendende water aan. Om het geheel ten opzichte van de omgeving te accentueren werd het wegdek iets opgehoogd en bovendien een naamplaat met de titel van het project aangebracht.

Aan de Universiteit van Amsterdam initieerde de onlangs overleden collegevoorzitter Jankarel Gevers enkel jaren geleden een project dat de over vele gebouwen verdeelde universiteit door middel van kunst zichtbaarder moest maken in de stad. Het eerste zichtbare resultaat daarvan was de grondige opknapbeurt die het Spui – het pleintje voor het hoofdkwartier van de UvA – onderging, en het werk van Lawrence Weiner dat er werd geïnstalleerd. Een vertaling van de ene taal naar de andere bestond uit drie natuurstenen ‘boeken’ met de tekst van de titel in meerdere talen. Niet alleen werd het werk in kwaliteitskranten als ontaarde kunst aan de kaak gesteld, de vaak als struikelblokken beschimpte stenen kregen het ook fysiek zwaar te verduren – onder meer van auto’s, die eigenlijk niet op het plein thuishoren. Onlangs werd een tweede versie van het werk geïnstalleerd, nu van staal. Wil een kunstwerk in de openbare ruimte overleven, moet het tenminste aan een van de volgende voorwaarden voldoen: het is populair bij het volk, of het is niet herkenbaar als kunstwerk, of het is onverwoestbaar. Een vierde mogelijkheid is om het werk zo te installeren dat niemand erbij kan, hetgeen het geval is bij het onlangs opgeleverde gevelproject van Joseph Kosuth, dat aan te treffen is op de UvA-gebouwen van de Oudemanhuispoort en het Binnengasthuis. Located Text, Amsterdam bestaat uit tien platen van Ardenner hardsteen die met een sterk classicistisch effect symmetrisch op diverse gevels zijn aangebracht. Op die platen zijn teksten van Amsterdamse academici uit de afgelopen eeuwen te lezen: “Wie het zelfde anders zegt, zegt iets anders,” luidt een van die citaten. Voor Kosuth is dit natuurlijk een gedroomde opdracht, en men mag dankbaar zijn dat hij zich tot (slechts met initialen aangeduide) Amsterdamse geleerden beperkte en Wittgenstein met rust liet. Al met al is met de werken van Weiner en Kosuth in de Amsterdamse binnenstad een uniek ensemble gerealiseerd.

Op zijn zachtst gezegd problematisch is het project van Matt Mullican voor het stadserf in Schiedam. Het nieuw aangelegde plein, dat de enigszins verloederde stationsbuurt met de binnenstad verbindt, bestaat uit twee tegenover elkaar liggende italianiserende, postmoderne gevelwanden met colonnades. Aan de kant van het station wordt het korte einde van het plein afgesloten door de Sint-Liduinabasiliek, terwijl ertegenover, aan de kant van het centrum, de Grote Kerk op de as van het plein ligt. De nieuwbouw is een toonbeeld van potsierlijke, provinciaalse megalomanie, en een poging om enkel met stilistische verwijzingen een levende openbare ruimte te scheppen. Monotonie en onduidelijkheid zijn het resultaat: niets wijst erop dat achter een van de gevels onder meer een theater schuilgaat. Voor de kunstige aankleding van dit plein werd Gijs Assmann, Tom Claassen en Matt Mullican gevraagd een ontwerp te maken. Daarbij speelde mede een rol dat het plein volgens de architecten leeg moest blijven, en dit kon met Mullicans ontwerp worden verwezenlijkt: naast een metalen reliëf in een van de hoeken bestaat Mullicans werk uit een patroon met drie van de bekende tekens uit zijn ‘kosmologie’, in grijs graniet ingelegd in een plaveisel van roze graniet. Lopend over het plein zijn de enorme figuren nauwelijks herkenbaar; men bevindt zich in het beeld. Uit de lucht moet het geheel er uitzien als een landingsplaats voor UFO’s. Het is onduidelijk wat deze totalitaire enscenering voor waarde heeft – laat staan de kritische waarde die Bartolomeu Marí er in de door het Stedelijk Museum Schiedam aan het Stadserf gewijde publicatie in tracht te herkennen. Mullican is erin geslaagd een mislukt plein nog gradiozer te laten falen als sociale ruimte, maar zijn werk is vanaf grondniveau zo onzichtbaar dat het niet eens de functie van steen des aanstoots kan hebben, zoals eertijds in New York Serra’s Tilted Arc.

 

• In het kader van 301 Steps (Daylight/Tungsten) is tot 28 november de video-installatie Limited Quotes van Jan van Grunsven en Arno van der Mark te zien bij Stroom hcbk, Spui 193-195, 2511 BN Den Haag (070/365.89.85). De tentoonstelling Beelden voor het Stadserf Schiedam is nog tot 22 november te zien in het Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam (010/246.36.66).