Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Tacita Dean

Naast Bernard Frizes verkitschingen van modernistische schilderkunstige vormen en procédés zijn bij De Pont momenteel tevens twee werken van Tacita Dean te zien. In deze opstelling is goed waar te nemen hoe Dean tracht om een soort alternatieve narrativiteit aan haar werken te geven, een geïmpliceerde in plaats van een expliciete verhalende dimensie. Minder geslaagd is in dit opzicht de film Disappearence at Sea I uit 1996, waarin het eraan ten grondslag liggende verhaal – de dood van de zeiler Donald Crowhurst – volstrekt verdwijnt achter het beeld van de vuurtoren. De nacht valt, en de vuurtoren wordt niet meer direct gezien, maar indirect, via het zoeklicht dat hij op de rotsen werpt. Prachtig, maar deze beelden hebben een wel heel erg dun verband met het verhaal dat Dean fascineerde en tot dit werk aanzette, een veel dunner verband ook dan de krijttekeningen die eraan gerelateerd zijn. Het tweede werk, het onlangs door De Pont aangekochte Der Jungbrunnen (Gellért), is succesvoller. Een krijttekening naar Lucas Cranachs schilderij Der Jungbrunnen uit 1548 geeft het kunsthistorische kader: Cranach schilderde een vijver waarin oude mensen weer in jongeren worden getransformeerd – een bron van de eeuwige jeugd. De film, het centrale deel van dit werk, vertoont sfeervolle beelden van het vrouwen-thermaalbad van Hotel Gellért in Boedapest. In een wazig bruingeel licht ziet de kijker oudere, slechts met witte schorten bedekte vrouwen baden, douchen en loom rondlopen. Het zijn beelden die een enorme rust uitstralen, alsof de vrouwen er vrede mee hebben dat hun thermaalbad geen echte ‘Jungbrunnen’ is. Door de vanzelfsprekendheid van de opnames, en door de schilderkunstig aandoende tonaliteit van het beeld, komt er geen onbehaaglijk gevoel van voyeurisme op. Ook in dit werk gaat de narrativiteit schuil achter een in hoge mate autonoom beeld, maar omdat het in plaats van een idioot incident uit de jaren ’60 (zoals in het geval van Disappearance at Sea I) het mythische motief van de bron van de eeuwige jeugd betreft, slaagt dit werk er toch in te herinneren aan wat het niet kan vertellen. Het is geen toeval dat ook Deans film over de legende van Sint-Agatha tot haar succesvolste werken behoort: de relatie tussen (al dan niet mythisch) verleden en de realiteit van het heden onttrekt deze werken aan de alledaagse banaliteit die zij in zich opnemen.

 

• Werk van Tacita Dean tot 17 januari in Stichting De Pont, Wilhelminapark 1, 5041 EA Tilburg (013/543.83.00)