Rogier Schumacher

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jason Rhoades

De titel van het Nederlandse debuut van Jason Rhoades is veelbelovend. In maar liefst vier allitererende volzinnen wordt het publiek een paarse penis, een venus, een molen, een spiraal met twee nutteloze aanhangsels, zeven magen en de mythe van de creatie in het vooruitzicht gesteld. Dat belooft wat. Te zeggen dat die belofte wordt ingelost, is nog voorzichtig uitgedrukt. De installatie die Rhoades voor het Van Abbemuseum maakte, blijkt nog ambitieuzer dan de kolderieke titel doet vermoeden. Om al het materiaal van de afgelopen zeven jaar te kunnen verstouwen zijn de tussenmuren van het achterste deel van het tijdelijk onderkomen van het Eindhovense museum geslecht. En alsof hij daarmee nog niet uit de voeten kon, heeft Rhoades ook nog twee aangrenzende zaaltjes geannexeerd. In de grote ruimte die door de sloop is ontstaan, heeft hij een duizelingwekkend doolhof opgetrokken. Ogenschijnlijk lukraak zijn meubels, doe-het-zelf-materiaal, keukentrapjes, auto-onderdelen, speelhutten, lampen, spiegels en flipperkasten uitgestrooid. Om nog maar te zwijgen van de duizenden kleine voorwerpen van diverse pluimage. Op tafels, die tot metershoge torens zijn opgestapeld, staan flikkerende beeldschermen rond te tollen. Een speelgoedtreintje waarop klungelig een stukgeknuffelde pluchen slang is geknoopt, rijdt doelloos rondjes over de tafelbladen. Hoog boven het overbevolkte speelterrein slingert zich een spiraal de ruimte door, waaraan brede strengen oranje elektro-snoeren zijn vastgeknoopt die de hele kermis van stroom voorzien. Een ding mogen titel en werk duidelijk maken; de in Los Angeles woonachtig Rhoades (1965) is niet vies van spektakel. Voor hem is groot goed, en veel lekker. Dat we nog altijd te paaien zijn met spiegeltjes en kraaltjes weet hij ook. In een hoek van het veld bouwde hij een spiegelpaleis, die de bonte uitdragerij nog eens verdubbelt. Rhoades imponeert zijn publiek met het brede gebaar, maar zoekt zijn toevlucht ook bij meer subtiele verleidingsstrategieën. Kleur is er een van. Rhoades schildert in de derde dimensie. Uit oranje, gele of rode voorwerpen stelt hij uitgewogen ensembles samen, die stemmige enclaves vormen in het kakelbonte circus. Felgekleurde plastic emmers met neonbuizen erin fungeren als bakens in de onoverzichtelijke brij. Zo ondoorzichtig het geheel oogt, zo eenvoudig is het om Rhoades’ artistieke wortels te achterhalen. Met zijn allegaartje van producten uit het winkelschap en zelfgemaakte waar treedt hij in de voetsporen van pop art-kunstenaars als Claes Oldenburg en Alan Kaprow. Net als zij blaast hij zijn beelden op tot wervelende theaters, waarin de parafernalia van de consumptiecultuur een warm onthaal geboden wordt. Maar er is meer. Kunst moet ergens over gaan. Over andere kunst, of over de grote dingen des levens. Rhoades doet erg zijn best om zijn werk die inhoudelijke gewichtigheid – of liever gezegd de suggestie ervan – te verschaffen. Daarvoor zoekt hij zijn heil bij de kunstgeschiedenis, de kunstsociologie, maar vooral bij zichzelf. Voor alles geeft The purple penis vorm aan Rhoades’ persoonlijke mythologie. Die is fascinerend maar onnavolgbaar. Zo onnavolgbaar dat er een dikke stapel papier nodig is om het hele spektakel te duiden. Getuige het uitvoerige persbericht legt Rhoades “het proces van de verwerking van beelden, indrukken en impulsen bloot”, en “vraagt hij zich af waarom het ene wel in de hersenen wordt opgeslagen en het andere niet”. En of dat alles nog niet voldoende gewicht in de schaal legt, stelt hij zich tot slot ook nog de vraag “welke morele principes als goed en kwaad hierin spelen”. De antwoorden op al deze diepzinnige kwesties schijnen zich met name schuil te houden in het meest recente deel van de installatie, dat toepasselijk The creation myth is gedoopt. Wat bij eerste inspectie nog een vervaarlijk wiebelende berg volgestouwde klaptafels had geleken, blijkt na uitleg een metaforische verbeelding van het menselijke brein – netjes onderverdeeld in de onbewuste staat, de bewustwording en het onderbewuste. Die uitleg heb je nodig, want de meters hoog opgehoopte rommel op de derde etage onderscheidt zich in niets van die op de onderste. Even diepe als ondoorgrondelijke betekenis blijkt ook te huizen in de overige bric-a-brac die over de vloer ligt uitgestrooid. Betekenis schuilt in elk detail, in elke onooglijke snipper papier, in elk op drift geraakt stukje speelgoed. Die suggestie wekt althans de catalogus. Het boekwerkje is – en dat is veelzeggend voor Rhoades’ neiging zijn private preoccupaties tot een hecht systeem te vlechten – opgezet als een encyclopedie. In honderden lemma’s ontvouwt zich het uitdijende universum dat Jason Rhoades heet. Het verdient aanbeveling een exemplaar mee de zaal in te nemen; zonder deze gids ben je in zijn labyrint aan de chaos overgeleverd. Dan ontgaat je geheel dat de dikke rode slang die uit het ‘brein’ steekt de slokdarm voorstelt, en ontwaar je in de reusachtige rode ballon waarin hij uitmondt al evenmin de maag van het metaforische individu. Je blijft verstoken van de kostelijke anekdote achter de houten molen in het hart van het circus. En van de mythe van de purperen penis, niet te vergeten. Maar mis je daarmee werkelijk iets? Iets dat je dichter bij de crux van het werk zou kunnen brengen? Installatie noch catalogus wekken die indruk. Rhoades jongleert naar lieve lust met kleur, vorm en verhalen, en dat moet je hem nageven, hij doet het met verve. Maar als hij zelf iets ten berde te brengen heeft dat het vermelden waard is, smoort zijn caleidoscopisch spektakel dat in de kiem. Tegen de achtermuur staat een schavot. Het vulkaanvormig kanon dat tussen de balken hangt, vuurt om de paar seconden met doffe knal een kring stoom de ruimte in. De volmaakte cirkel is betoverend, maar ongrijpbaar en efemeer als een zeepbel. Net als de hele installatie.

 

• Jason Rhoades, The purple penis and the Venus (and Sutter’s mill) for Eindhoven: a spiral with two flaps and two useless appendages after the seven stomachs of Nuremberg as part of the creation myth nog tot 17 januari in het Van Abbemuseum, Vonderweg 1 in Eindhoven (040/275.52.75).