Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Sport in stadsbeeld

‘De stedenbouwkundige aspecten van sport’ lijkt zo’n onderwerp dat een gat moet dichten in de tentoonstellingsagenda en garant staat voor een slaapverwekkende opening met een goedwillende stadsdeelvoorzitter van Welzijn en Recreatie. Totdat je beseft dat sport en stad toch alweer een eeuw tot elkaar veroordeeld zijn en er een gespannen relatie op nahouden.

De 19de eeuw vond het stadspark uit om de bewoners ‘gearrangeerde natuurbeelden’ te bieden in de ongekend snel groeiende en steeds groter wordende steden. Camillo Sitte beschreef in 1900 in zijn artikel Großstadtgrün al haarfijn het dilemma van het stadsgroen. De ‘frisse-lucht-bassins’ zijn om esthetische- en gezondheidsredenen onontbeerlijk, maar kosten de stad veel geld vanwege de hoge grondwaarde. Niet alle stadsbesturen waren daarom even gewillig de adviezen van stedenbouwkundigen en hygiënisten te volgen. Veel parken kwamen tot stand op initiatief van particulieren. De eerste decennia van de 20ste eeuw veranderde dit. Op het moment dat de volksgezondheid onderwerp van politiek beleid werd, ontwikkelde zich tegelijkertijd een theorie waarbij het stedelijk groen op zijn gebruikswaarde werd beoordeeld en als volwaardige functie in het stedenbouwkundige plan kon worden opgenomen. Die gebruikswaarde moest aan allerlei standaardnormen voldoen: in Berlijn gold in de jaren ’10 bijvoorbeeld dat per inwoner werd gerekend met een gemiddelde van 2,4 m2 kinderspeelplaats, 1,6 m2 sportpark, 0,5 m2 wandelpromenade, 2 m2 park en 13 m2 stadsbos. Ook werd een norm ingesteld voor de afstand. Speelplaatsen mochten niet verder dan tien minuten lopen zijn vanaf de woning, parken niet meer dan twintig, enzovoort. Een van de punten van kritiek op Berlages beroemde Plan Zuid was dat het ontwerp nauwelijks (gebruiks)groen had. De Amsterdamse uitbreidingsplannen na Berlage werden wel volgens de nieuwste inzichten aangelegd. Veel sportvelden kwamen direct op de grens met de oude 19de-eeuwse bebouwing te liggen, aan de Amsterdamse ringweg.

De plaats van volksgezondheid op de huidige politieke agenda is flink gezakt. Het ruimtelijke ordeningsbeleid in Nederland staat in het teken van de compacte stad. De dichtheid moet omhoog en vooral plaatsen die goed bereikbaar zijn, moeten zo optimaal mogelijk gebruikt worden. Tegelijkertijd sporten vandaag de dag steeds minder mensen in verenigingsverband, waardoor veel sportvelden een moeilijk bestaan leiden. De gemeente heeft nog net de beleefdheid een paar krokodillentranen te huilen, maar ziet natuurlijk haar kans schoon: langs de ringweg en het spoor, toplocaties bij uitstek, ligt het ene kwijnende sportveld na het andere! Met een vriendelijk bedrag worden de clubs uitgekocht en krijgen een nieuw terrein elders (lees: aan de huidige stadsrand). De bevolkingsgroep die hiervan vooral de dupe is, is de jeugd. Zoonlief die op zijn fietsje naar het voetbalveld rijdt, is in Amsterdam een uitgestorven soort. Volwassenen vinden hun weg wel. Joggers en skaters infiltreren op alle mogelijke wijzen in de openbare ruimte van de (binnen)stad, die helemaal niet met het oog op sport is aangelegd. Toen recentelijk een boekje uitkwam met de beste skate-routes in de stad, werd door de gemeente weinig enthousiast gereageerd. Toch speelt ze zelf ook in op de nieuwe trend met het organiseren van grootse evenementen als de Dam-tot-Dam-loop, de Marathon van Amsterdam en de Battle of Amsterdam, een zeilrace op de Singelgracht. De sportverenigingen slaan inmiddels de handen ineen en doen op eigen wijze aan intensief grondgebruik. Op de tentoonstelling is een foto te zien van golfers op een voetbalveld. De ‘holes’ zijn net buiten de zijlijn aangelegd. Het beeldessay over sportcomplexen dat Cary Markerink maakte in opdracht van ARCAM bevat meer bizar-realistische beelden. Daarnaast is op een kaart van de stad de dynamiek van bovenstaande ontwikkelingen zichtbaar gemaakt: aangegeven zijn de routes van de evenementen, de sportvelden die de laatste tien jaar zijn verdwenen, de velden die de komende vijf jaar mogelijk een andere functie krijgen en de complexen die de afgelopen tien jaar zijn gerealiseerd of gepland worden. Ook worden van een aantal nieuwe complexen de plannen getoond.

 

• Sport in stadsbeeld is te zien tot 5 december in ARCAM galerie, Waterlooplein 213, 1011 PG Amsterdam (020/620.48.78).