Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Living bridges

Bedacht door het Centre Pompidou in Parijs, tentoongesteld in de Royal Academy in Londen en nu te zien in het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam: een overzicht van bewoonbare bruggen in het verleden, heden en toekomst. Met 125.000 bezoekers was het de meest succesvolle Britse architectuurtentoonstelling. Living bridges is een adembenemend mooie tentoonstelling met de zeldzame eigenschap aantrekkelijk te zijn voor zowel een groot publiek als voor de ingewijde architect of architectuurhistoricus. Twintig modellen van historische bebouwde bruggen op een schaal van 1:200 staan opgesteld over de tijdsrivier, beginnend in de middeleeuwen, met natuurlijk de Ponte Vecchio in Florence (1345), en eindigend met de winnende ontwerpen van de besloten prijsvraag voor een bebouwde brug over de Thames in 1995. Palladio, Soane, Piranesi, Fischer von Erlach, Robert Adam, Chambers, Eiffel, Lutyens en actuele architecten als Rob Krier, Daniel Libeskind, Richard Rogers, Bernard Tschumi, Stephan Hall, Michael Graves: allemaal hebben ze zich bezondigd aan ontwerpen van al dan niet fictieve bebouwde bruggen. De bebouwde brug, als concentratiepunt van de stadscultuur, waar verkeer, wonen, werken en ontspannen samenkomen op een klein oppervlak, blijkt een snaar in ontwerpers te raken die het beste of het meest fantastische in ze naar boven brengt.

Dat een brug de kortst mogelijke verbinding is tussen twee oevers wordt in deze tentoonstelling gelogenstraft, al is het verbazingwekkend hoe inventief ontwerpers omgaan met de eis van bebouwing en een goede doorstroming van het verkeer. Het meest voor de hand ligt het type van de Rialtobrug of de Ponte Vecchio met bebouwing aan weerszijden van het wegdek, maar er blijken talloze andere oplossingen voor het onderbrengen van woningen, opslagruimte, winkels, musea enzovoort: in de peilers onder het dek, in wolkenkrabberachtige pilonen, op een tweede dek boven het verkeer, in poortgebouwen, aan pleinen die twee of zelfs drie parallelbruggen met elkaar verbinden. Opvallend is dat de 20ste-eeuwse bruggen de verkeersafhandeling problematiseren. Waar bij de oudere modellen het verkeer hoogstens een flauwe helling moest nemen om op het brugdek te komen, krijgen de moderne bruggen allerlei ingewikkelde hellingbanen en op- en afritten. In deze lijn ligt het ontwerp van Zaha Hadid voor een nieuwe brug over de Thames. Vijf losse componenten met verschillende bestemmingen zweven boven de brug en zijn daarmee en onderling met talloze hellingbanen en loopbruggen verbonden. Publieksfavoriet van de tentoonstelling in Londen was het ontwerp van Antoine Grumbach Associates, waar twee halfronde pyloontorens met woningen en een reusachtige serre de brugeinden markeren. De 160 meter lange overspanning is een lichte structuur met een aaneenschakeling van glazen dozen, aan weerszijden van een looppad, die onderling gescheiden worden door heggen en waar alle mogelijke soorten activiteiten en functies in kunnen worden ondergebracht.