Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Allan Sekula

Een aantal jaren geleden presenteerde Allan Sekula in Witte de With zijn omvangrijke Fish Story, een aan de hand van fotografie, tekstpanelen en diaprojectie geconstrueerde uiteenzetting over het maritieme containertransport. Deze presentatie werd niet unaniem gunstig onthaald. De massa leesvoer die verwees naar foto’s die meters verder te zien waren en de meerduidige betekenis van detailopnames en beeldsequenties verveelde sommigen. Men oordeelde bovendien dat het resultaat fotografisch toch ook niet altijd erg beklijvend was. Begin dit jaar volgde een overzicht in het Nederlands Foto Instituut met ensembles waarin nog andere presentatiemiddelen aan bod kwamen, zoals audiotapes. De positie van Sekula kan intussen minimaal omschreven worden als luis in de pels van de actuele appreciatie voor een beperkte, ingesnoerde fotografische praktijk. In vergelijking met goed tien jaar geleden is de belangstelling voor fotografie uitgegroeid tot een succesverhaal dat evenwel – eng beschouwd – eenzijdig steunt op de waardering voor het ene goede beeld. Het kan om een snapshot gaan of om een overbestudeerde en digitaal bijgewerkte compositie; een foto wordt veelal uitgepuurd en uitvergroot tot ‘tableau’. Voorheen heroïseerde men dit ‘moment suprême’ weleens door een vel contacten te tonen, waarbij de fotografische voltreffer met stift vet omcirkeld werd. In een interview met Frits Gierstberg, opgenomen in de NFI-publicatie Dead letter office, betreurt Sekula deze beperkte omgang met de fotografie. Voor Sekula ligt de uitdaging elders: “Fotografie wordt altijd gepositioneerd in een onbestemde ruimte die wordt begrensd door schilderkunst, literatuur en film”. En verder: “Vasthouden aan de beperktheid en openheid van fotografie betekent voor mij het voortdurend werken met de wereldse onzuiverheid van drie ruimtelijke types: de schilderijengalerij, de leeszaal en de projectiezaal”. Sekula werkt met woord en beeld maar stelt de gangbare nauwe relatie tussen beide (de tekstverklaring bij de foto) in vraag. Hij benadrukt de psychologische verschillen tussen de ervaring van het lezen en het kijken en ontkoppelt woord en beeld van elkaar. Beelden krijgen wel net als woorden een betekenis in hun samenhang. Hij verkiest het ordenen van beelden in een sequentie boven deze van een hersorteerbare serie. Een serie berust eerder op onderlinge gelijkwaardigheid, terwijl een sequentie functioneert als een roman.

In de antichambres toont het Paleis voor Schone Kunsten nu Sekula’s project Dead letter office, eerder ook getoond in het NFI. Deze foto’s bieden fragmenten van maatschappelijke fenomenen aan weerszijden van het ijzeren gordijn, aan de Westkust van Mexico en in de U.S.A. Een landingsoefening van U.S.-troepen op een kuststrook, de manuele overslag van de bagage van toeristen, het inblikken van tonijn aan de lopende band, een assemblage-site van containers, het verveeld wachten op verslaggeving over een republikeinse conventie, de krankzinnige opnameset van de speelfilm Titanic… Zonder veel commentaar – een inleiding en wat titels volstaan – combineert Sekula foto’s met een subtiel verschillende kadrering, of zwenkt hij langs een te fotograferen topic. Het is doorheen de omgang met deze verschillen en nuances dat de invalshoek van Sekula voor de kijker duidelijk wordt.

 

• Dead letter office van Allan Sekula nog tot 3 januari in het Paleis voor Schone Kunsten, Koningsstraat 10, 1000 Brussel (02/507.84.66). Op 11 december, om 20.00 uur, geeft Allan Sekula een lezing, met als titel Dismal science, in het Paleis voor Schone Kunsten (ingang Koningsstraat).