Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Dorothea Lange

Die Kunsthal toch. Terwijl er op de begane grond bijvoorbeeld een bangelijk populistisch Eschercircus woedt, kan je er voor hetzelfde geld terecht – weliswaar in een restruimte, vier hoog – voor een presentatie van het intimistische fotowerk van Francesca Woodman. De overenscenering en de vaak ontnuchterende reprints neem je dan maar op de koop toe. Het blijft tenslotte een overname van de Parijse Fondation Cartier. Ook de volgende fotografietentoonstelling in de Hal kan, theoretisch, niet stuk. Het betreft dit keer een coproductie met het NBC in Parijs, de cultuurdienst van de ‘Regione Autonoma Valle d’Aosta’ en het Suermondt Ludwig Museum in Aken, waar de tentoonstelling komend voorjaar heen trekt. Die tentoonstelling – met 68 vintage prints – heetThe Human Face en biedt een thematische greep uit het aanzienlijke oeuvre van de Amerikaanse fotografe Dorothea Lange (1895-1965). Achttien is ze als ze gedecideerd voor de fotografie kiest. Ze volgt les bij Clarence H. White aan de universiteit van Columbia en op haar vierentwintigste opent ze een eigen studio. Zo start een lange carrière, al is het slechts een korte periode daaruit die de basis zou vormen voor haar reputatie. Van 1935 tot 1939 is ze verbonden aan het legendarische team fotografen, dat in opdracht van de U.S. Farm Security Administration een onderzoek naar de miserabele levensomstanigheden van de landarbeiders tijdens de Grote Depressie, met beelden kracht moest bijzetten. Een van haar foto’s, Migrant Mother (Californië, 1936) zou dé icoon worden van de jaren’30. An American Exodus: A Record of Human Erosion is de nog steeds niet gedateerde titel waaronder ze in 1939 haar foto’s uit deze periode bundelt. Het zet de toon voor de rest van haar carrière, waarin ze zichzelf vooral geëngageerde opdrachten blijft stellen. Zo fotografeert ze tijdens Wereldoorlog Twee de kampen waarin Amerikanen van Japanse afkomst werden geïnterneerd (foto’s die slechts in 1972 werden vrijgegeven), verslaat ze de oprichting van de UNO of volgt ze twee jaar lang een jonge pro deo advocaat, Martin Pullich, om zo een aantal verborgen kanten van het Californische rechtssysteem aan te klagen. Hoewel haar werkwijze na verloop van tijd ook aanleiding gaf tot meterslange melige publicaties in de trant van Dorothea Lange looks at The American Country Woman, blijft de fond ervan respect afdwingen. Vanuit wat men, enigszins anachronistisch, een soort anti-snapshot-esthetiek zou kunnen noemen, bouwt ze haar foto’s heel zorgvuldig, bijna langzaam op. Ze praat met de mensen die voor haar lens komen tot die haar aanwezigheid en die van de camera bijna ‘vergeten’ en blijft na afloop van de opname ook in de donkere kamer aan de cadrering en het licht sleutelen in functie van een inmiddels geërodeerd begrip als ‘de maximale expressie’. Ze was zich naar eigen zeggen bewust van haar soms wankele balanceren tussen sentiment en sentimentaliteit, maar bleef in de eerste plaats haar hele leven lang overtuigd van het feit dat haar “work was important because it was useful”.

 

• Dorothea Lange. The Human Face: van 21 november tot 24 januari 1999 in de Kunsthal Rotterdam, Museumpark, Westzeedijk 341, 3015 AA Rotterdam (010/440.03.01). Vanaf begin december is er onderin een tentoonstelling van bloemstukschilderijen te zien.