Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Helen Levitt

In 1913 geboren in Brooklyn. Gaat van school af net voor ze haar diploma zou krijgen en begint te werken voor een lokale portretfotograaf in de Bronx. Hoewel fotohistorici haar werk gemakshalve bij de New York School onderbrengen, sluit ze zich nimmer bij enige groep of beweging aan. Wel trekt ze bijvoorbeeld een tijdlang op met Cartier-Bresson, die rond ’35 in New York leeft, maar evenzeer houdt ze zich bezig met dans, eigentijdse kunst en de Europese film. In 1936 schaft ze zich een ‘lichtgewicht’ Leica-camera aan en gaat de straat op. Van meet af aan gebruikt ze enkel een 35 mm objectief, omdat ze zo weinig mogelijk wil ‘manipuleren’ of ‘vervormen’. Tussendoor geeft ze, in het kader van een ‘Federal Art Project’, ook les aan kinderen in East Harlem. ‘Spelende kinderen’ zou een van de motieven worden die ze op een zeldzaam onsentimentele en allesbehalve idealiserende manier steeds weer is blijven opnemen.

Helen Levitt klit aan de New Yorkse bohème van die dagen, ze leert er rond 1938 Walker Evans en James Agee kennen. Evans zou ze assisteren bij de voorbereidingen van zijn tentoonstelling American Photographs in het MOMA en met Agee’s vrouw Alma trekt ze naar Mexico. Na haar terugkeer in 1941 wordt ze assistente van Luis Buñuel, die op dat moment voor rekening van het Museum of Modern Art aan het werk is in New York. Ondanks het feit dat Levitt in ’43 een eerste MOMA-tentoonsteling krijgt, merkt ze dat het beroep van fotojournaliste niets voor haar is. Ze begint documentaire films te maken, waarin ze haar ervaring als ‘straatfotografe’ – In the Street is de titel van haar eerste film – combineert met filmische experimenten. Haar film The Quiet One, over de problemen van een zwart kind in New York, haalt in ’48 zelfs een oscarnominatie voor beste documentaire film. Levitts filmwerk wordt algemeen beschouwd als baanbrekend voor de latere onafhankelijke low-budgetcinema.

Vanaf de jaren ’50 neemt ze de fotografie terug op en legt zich een tijdlang enkel op kleur toe. Ze hoort er volop bij, wanneer in de jaren ’70 mensen als Bruce Davidson of Danny Lyon kleurenfilm gebruiken om hun ervaringen in de stad kracht bij te zetten. Sinds de jaren ’80 werkt ze zowel in kleur als zwart-wit. De receptie van haar werk is, ondanks het feit dat kenners en collega’s haar al vrij vlug op handen droegen, merkwaardig traag op gang gekomen. Lange tijd was de compilatie A Way of Seeing die James Agee in 1965 maakte, het enige boek. Pas vanaf de late jaren ’80 doen overzichtstentoonstellingen en -catalogi, zowel in Amerika als in Europa, recht aan dit intrigerende, ‘lyrische’ oeuvre. Met als voorlopig ‘hoogtepunt’ haar aanwezigheid op documenta X, vorig jaar. Een aanwezigheid, die, wars van de intrinsieke kwaliteiten van haar werk, naar verluidt mede werd ingegeven, net als de keuze voor Ed Van der Elsken trouwens, door de verzamelactiviteiten van een close medewerker van Catherine David. Helen Levitt woont en werkt nog steeds in New York City.

 

• Een door Peter Weiermair samengestelde keuze van 74 foto’s van Helen Levitt is nog tot 10 januari 1999 te zien in het Museum Villa Stück, Prinzregentenstraße 60, 81675 München (089/455.55.10).