Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 76 november-december 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

The plant of kingdoms of Charles Jones

Zonder de Bechers of de Wildes zouden we zeker een stuk minder zicht hebben op het oeuvre van Renger-Patzsch of Blossfeldt. Zonder de studie van Jean-François Chevrier was August Kotzsch een godvergeten lokale Duitse pionier gebleven. En mocht de verzamelaar Sean Sexton op de Bermondsey-rommelmarkt in Londen, achteloos aan een pak foto’s van Charles Jones zijn voorbijgelopen, dan hadden we ook van dit protomoderne werk nog nooit gehoord. Het geeft aan het bestaan van de ‘fotohistoricus’ een (niet per se onaangename) grillige touch.

Afgaand op het pas door Thames & Hudson geproduceerde boek The Plant Kingdoms of Charles Jones is over deze Britse ‘fotograaf’ belabberd weinig geweten. Als zoon van een slager in Wolverhampton, werd Charles Harry Jones in 1866 geboren. Hij kreeg een opleiding tot tuinman en trouwde op zijn zevenentwintigste. Dat hij een eminent tuinder was, weten we ook, dankzij een lovend artikel over zijn botanisch kunnen in The Gardeners’ Chronicle van september 1905. Enkele pogingen tot ‘orale geschiedenis’ leverden tenslotte nog een beeld op van Jones als een soort Victoriaanse outcast, die in de jaren ’50 met zijn vrouw in Lincolnshire leefde in een huis zonder elektriciteit of stromend water. Hij overleed er in 1959. Op de vraag hoe het komt dat een ‘obscure’ tuinman zo’n consistent en origineel fotografisch oeuvre kon realiseren en waarom dat aan al zijn tijdgenoten lijkt te zijn voorbijgegaan, krijgen we in dit boek dus nog niet eens een suggestie van een antwoord.

De vondst op de vlooienmarkt nu, bestaat uit honderden ‘goud-getonede’ afdrukken van glasnegatieven. Zowat tweederde ervan geeft beelden van groenten te zien, de rest van bloemen of vruchten. Op alle foto’s werd meticuleus met potlood de exacte naam van elke plant geschreven, naast de initialen CJ of soms voluit de naam van de fotograaf. Nooit een datum of plaats evenwel, en vermits zowat alle beelden de gewassen in close-up tonen voor een neutrale achtergrond, zijn er zo goed als geen aanknopingspunten voor een exacte datering of localisering. Op basis van het gebruikte materiaal lijkt een datering tussen 1895 en 1910 nochtans waarschijnlijk en om nog veiliger te spelen, kregen alle foto’s in het boek de eenvormige tijdsaanduiding ‘c. 1900’ mee. Uiteindelijk zegt dit alles natuurlijk bitter weinig over de onmiskenbare kwaliteit van de beelden zelf. De belangrijkste verdienste van dit boek is dan ook dat het dit werk überhaupt onder de aandacht brengt en dat bovendien op een heel respectvolle en reproductietechnisch puntgave manier. Maar afgezien van de luttele elementaire historische gegevens omtrent Jones, blijven de bijgevoegde teksten teleurstellend op de vlakte. Het wordt wachten, dus, op geïnspireerde stijlanalyses (Jones versus Blossfeldt, enzovoort) of gedurfde interpretaties (niveau Chevrier over Kotsch) die kunnen beklemtonen dat deze merkwaardige ‘portretten’ van groenten, bloemen en fruit niet enkel gastronomen of botanici kunnen bekoren.

 

• The Plant Kingdoms of Charles Jones bevat naast 117 duotone foto’s, teksten van Sean Sexton, Robert Flynn Johnson en restauranthoudster Alice Waters en is een uitgave van Thames & Hudson, 1998.