Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 77 januari-februari 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ger van der Vlugt

Ik hou niet van architectuurfotografie als die van Van der Vlugt, dus hij heeft aan ondergetekende een slechte criticus. Ik erger me aan de te blauwe luchten en de allesoverheersende smetvrees. Of de gefotografeerde gebouwen nu in Spanje staan of in Delft, het een detailopname betreft of een portret ‘en face’, een binnen- of buitenkant: Van der Vlugt portretteert consequent de architectonische glamour, met als gevolg dat de gebouwen een intimiderende perfectie en ongenaakbaarheid uitstralen. Sporen van gebruik, mensen en omgeving worden zo veel mogelijk weggelaten. Ze zouden maar storen. Mijn voornaamste kritiek op dit soort fotografie is dat ze op geen enkele wijze inzichtelijk maakt hoe een gebouw functioneert, op zichzelf en in de omgeving. Is een gebouw nog mooi onder de vertrouwde Hollandse grijze luchten? Verdraagt het geparkeerde auto’s? Hoe lopen mensen door een gang? Welk detail, welk aanzicht raakt de fotograaf? We komen het niet te weten. Daarvoor moeten we veeleer te rade bij fotografen die zich niet gespecialiseerd hebben, zo bleek onlangs op de indrukwekkend veelzijdige tentoonstelling Suburban options. Fotografie en verstedelijking in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam.

Een gebrek aan affiniteit met Van der Vlugts werk belet niet dat een tentoonstelling van zijn foto’s interessant kan zijn. In het ABC architectuurcentrum in Haarlem zijn 27 foto’s bijeengebracht onder de noemer Ger van der Vlugt. 15 jaar architectuurfotograaf. De titel suggereert een overzicht van zijn oeuvre, of van zijn meest recente werk, na zoveel ervaring met opdrachten van architecten, het NAi, het Nederlandse architectuurjaarboek en tijdschriften als Domus en Architectural Review. Jaartallen ontbreken bij de tentoongestelde selectie, maar duidelijk is dat geen van beide opties zijn uitgewerkt. Een disproportioneel groot aantal foto’s heeft de paviljoens op de Expo 1992 in Sevilla als onderwerp. Verder zijn er enkele opnames van gebouwen in Barcelona (onder meer het Olympisch stadion en Van der Rohes paviljoen), en in Nederland: Voets lagere school in Delft, van Herks woongebouw in Groningen en het beruchte laantje van de Vinex-locatie in Ypenburg. Welk selectiecriterium voor deze vergaarbak gehanteerd is, is onduidelijk. Ik vermoed dat de tentoonstelling eigenlijk ‘Mijn mooiste foto’s’ had moeten heten, maar elke persoonlijke noot ontbreekt. Zo houdt Van der Vlugt waarschijnlijk veel van Spanje, maar de gebouwen die hij er fotografeert, liggen wel heel erg voor de hand.

Een foto springt er wat mij betreft uit. In een sereen witte, ovale zaal van het Museum voor Hedendaagse Kunst in Antwerpen tekenen de in het zwart geklede bezoekers scherp af. Ze lijken haast in de ruimte te zweven, omdat de overgang tussen muur en vloer onscherp is. Boven dit onaardse tafereel cirkelt het plafond als een halo, dat echter van alle heiligheid ontdaan is: de lens is scherp gesteld op de ritmisch gerangschikte knulligheid van ventilatoren en lichtspotjes. De kunsttempel blijkt ook kwetsbaar en we ontwaren een fotograaf die hier oog voor had. Zo’n dubbelportret blijft bij.

 

• Ger van der Vlugt, 15 jaar architectuurfotograaf tot 1 februari in ABC, Architectuur en Bouwhistorisch Centrum, Groot Heiligland 47, 2011 EP Haarlem (023/534.05.84).