Peter Rotsaert

DE WITTE RAAF

Editie 77 januari-februari 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nouvelle vague

1959 is het jaar waarin Le Beau Serge, Les 400 Coups, Hiroshima mon amour en A bout de souffle, van respectievelijk Claude Chabrol, François Truffaut, Alain Resnais en Jean-Luc Godard het begin van de Franse nouvelle vague definieerden. Drie van die vier maken nog altijd films die behoren tot het beste van de huidige Franse filmproductie. Het is daardoor enigszins ongemanierd om de nouvelle vague te bespreken als een voorbij moment, een afgesloten periode uit de filmgeschiedenis. Deze beweging, die in verschillende landen een pendant vond, bezit ook niet de stilistische of thematische eenheid die men aantreft in vroegere stromingen als het Duits expressionisme, de Sovjet-Russische montage of het poëtisch realisme. We kunnen weliswaar gedeelde voorkeuren of praktijken onderscheiden, zoals het gebruik van echte locaties in plaats van studiodecors, kleine gebeurtenissen als onderwerp in plaats van breedvoerige tragedies, zelfgeschreven scenario’s in plaats van literaire adaptaties, en acteurs aanduiden die aan de nouvelle vague gelieerd zijn, zoals de jonge Jean-Paul Belmondo, Anna Karina en Jeanne Moreau. Het gaat echter in de eerste plaats om een groep jonge mensen die een recht opeiste: het recht om cinema te maken ‘in de eerste persoon’, niet met zelfverheerlijking als ordinair streefdoel, maar in een verlangen naar authenticiteit. Dat verlangen werd geruggesteund door een kennis van en een respect voor wat de cinema reeds voortbracht. Referenties in hun films aan elementen uit die geschiedenis en recyclage voor eigen gebruik van stilistische procédés zijn geen ironische verwijzingen naar afgesloten hoofdstukken maar hommages aan de vitaliteit die ze bewonderden in het werk van diverse regisseurs. Want het is precies tegen het academisme van de toenmalige Franse filmproductie, door FrançoisTruffaut beschimpt als ‘cinéma de papa’, dat deze jonge regisseurs zich met het branie en het zelfgewilde amateurisme van rebelse zonen verzetten. Dat verzet van de nouvelle vague versterkte een romantisch beeld van de regisseur die vecht voor zijn persoonlijke visie. In de kortzichtige vanzelfsprekendheid waarmee distributie, exploitatie of kritiek een jonge regisseur het onrecht aandoen zijn of haar eerste realisatie te bombarderen tot ‘origineel meesterwerk van een nieuw, jong talent’ duikt soms een karikatuur van die retoriek op. Dat doet aan de verdiensten van de nouvelle vague niets af.

Het Brusselse Filmmuseum viert de veertigste verjaardig van A bout de souffle in februari met een retrospectieve van werk van tot de nouvelle vague gerekende cineasten.

Recent verschenen ook: Nouvelle Vague, une légende en question, een nummer buiten reeks van de Cahiers du Cinéma. La Nouvelle Vague, vue par les Cahiers du Cinéma. in de reeks Petite Bibliothèque des Cahiers du Cinéma, een heruitgave van teksten uit het speciaal nummer van dit tijdschrift van december 1962 en tenslotte Nouvelle Vague van Jean Douchet, uitgegeven door Cinématheque française/Hazan.

 

• Filmmuseum, Baron Hortastraat 9,1000 Brussel (02/507.83.70).