Dirk Pültau

DE WITTE RAAF

Editie 78 maart-april 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Thuis in cultuur

Een massamedium bezet een autoritaire plaats, en spreekt tot een anonieme massa van toehoorders. Zo ook radio. Radio heeft het eerste woord, en hoeft niet op het tweede woord te wachten. Zolang de toehoorder luistert, is hij een passivum. Echt humaan werkt het medium dus niet.

Maar radio weet zich nooit met die wetenschap verzoend. Van zodra radio spreekt, moet het medium haar onmenselijkheid vergeten. Het moet de wanverhouding die heerst tussen haar soeverein spreken en de passieve, anonieme massa van luisteraars omkleden met een humane schijn. Alle radiomensen vullen de leegte waarin ze spreken met een fantasmatische luisteraar. Ze construeren een mens waarmee ze spreken.

Radio is gedwongen om bij de gratie van deze ‘leugen’ te werken. De ontkenning van de wanverhouding tussen massamedium en luisteraar is haar noodzakelijk bedrog. Toch mag je van elk medium verwachten dat het zich tot dit netelige probleem verhoudt. Elke zender moet een afweging maken tussen de onontkoombare schijn-menselijkheid die ze optrekt van zodra ze spreekt, en haar machtspositie die op noodlottige wijze in die schijnoperatie verstrikt zit. Hier willen we ons onder meer afvragen welk antwoord één bepaalde radiozender, Radio 3 ofwel het radiocultuurnet van de VRT, op dit dilemma in huis heeft. We putten daarvoor onder andere uit de laatste tien jaargangen van Muziek & Woord – thans het “maandelijks cultureel programmablad van Radio 3 & Canvas” – en gingen uiteraard ook na hoe de zender vandaag klinkt.

 

Listen to the radio

Nemen we alvast twee nummers van Muziek & Woord van onze stapel, het oudste en het jongste. Een eerste, vluchtige blik op de programma’s brengt alvast een merkwaardig contrast aan het licht. Opvallend in het oude nummer (januari 1989) zijn vooral de onopvallende titels: Klassiek ochtendconcert, Romantische pianomuziek, Muziek van Mozart, Werk van vrouwelijke componisten, Concert door het BRT-Filharmonisch Orkest. Doorgaans kan je nauwelijks van titels spreken, ze beschrijven immers alleen wie of wat er ten gehore wordt gebracht.

Wanneer we vervolgens de kolommen in het nummer van februari 1999 overlopen, dan zijn we minder snel geïnformeerd maar, wie weet, des te meer geprikkeld: Drieklank, De Zilveren Vloot, De Vier Seizoenen, Klankenkoorts, Bruggen en Wegen, De Toonzaal. De titels knipogen naar de lezer. Ze willen ons nieuwsgierig maken. Poëtische lokkertjes en blitse woordspelingen doen vermoeden dat de cultuurzender zich plots is gaan bezighouden met haar imago. Laat ons echter kijken of dit façade-bewustzijn, het oppervlakkige beeld dat de zender aldus van zichzelf optrekt, ook consequenties heeft voor de programmatie, voor de stijl en inhoud van de programma’s.

 

Wat wil de luisteraar?

Wat is er op dat vlak veranderd, de laatste tien jaar? Bij het doorbladeren van Muziek & Woord wordt onze aandacht een eerste keer gewekt door een artikel in het meinummer van 1989. [1] Het is getiteld BRT 3: een servicezender en ondertekend door Pieter Andriessen, op dat moment “belast met programmacoördinatie radio” en huidig ‘nethoofd Radio 3’. De tekst parafraseert om te beginnen het oude discours van de zogenaamde ‘derde programma’s’. Deze programma’s, zo klinkt het met lichte ironie, gingen ervan uit dat ze een educatieve opdracht te vervullen hadden. De Belgische cultuurzender bijvoorbeeld, beoogde niets minder dan de “ontvoogding en verrijking van de Vlaamse gentleman”. Algauw wordt duidelijk dat de BRT deze missie niet meer onverdeeld enthousiast onderschrijft. Andriessen suggereert met name dat de zender zich een beetje achter haar opdracht schuilhield, en precies daardoor ook blind bleef voor de wensen van haar “potentiële luisteraarsgroep”.

Merkwaardig is dat Andriessen tegelijkertijd de Bildungsauftrag van de cultuurzender relativeert, én de wens van de (potentiële) luisteraar als alternatief naar voor schuift. Zijn Bildungsauftrag en ‘luisteraar’ inderdaad twee kampen waartussen een keuze moet worden gemaakt? Ogenschijnlijk staan beide partijen lijnrecht tegenover mekaar: aan de ene kant een abstract en ‘onpersoonlijk’ ideaal, ex cathedra uitgevaardigd, en aan de andere kant het menselijke principe, de keuze voor het particuliere individu. De laatsten zullen de eersten zijn, zo luidt nu de impliciete redenering, want mensen in naam van de Mens betuttelen, is niet meer van deze tijd. Maar de ‘mens’ achter de Radio 3-luisteraar is vooral ook de consument, en het betoog over ‘wensvervulling’ komt allerminst als een verrassing, wanneer we vernemen dat het marketingbureau Censydiam in 1987 een eerste keer gepeild heeft naar de cultuurbehoeften van de BRT-luisteraar. De wens dat de luisteraar “zich telkens weer een tikje knusser zou gaan voelen” bij zijn radiozender, staat sindsdien ook bij Radio 3 op de agenda. [2]

Hoe heeft de cultuurzender deze wensen en verlangens in de programmatie verrekend? Om te beginnen door het aanbod klantvriendelijker te structureren. Tussen 1989 en 1999 wordt het programmaschema stapsgewijs gehorizontaliseerd. Doordat op dezelfde tijdstippen steevast gelijkaardige of identieke programma’s beginnen, en dit doorheen de ganse week (of binnen het weekend), worden de luisteraar vaste instapplaatsen geboden, wat hem toelaat zich probleemloos in zijn luistergewoonten te nestelen.

Uit het Censydiam-onderzoek was ook gebleken dat de luisteraar beter geïnformeerd wilde worden. Begrippen als ‘service’ en ‘informatie’, die traditioneel eerder wijzen in de richting van het takenpakket van Radio 1, zijn sindsdien naar Radio 3 overgewaaid. Het ochtendprogramma Drieklank wordt opgevrolijkt met een korte column, een weetje, een hap concertinformatie, een korte kijk op een cultureel onderwerp, een interview. De Zilveren Vloot (maandag-vrijdag 10.00-11.30 uur) stelt nieuwe opnames voor en voorziet ze van commentaar. De Kunstberg (maandag-vrijdag 16.45-18.00 uur) – een informatief en duidend cultuurprogramma met korte gesprekken, soms een column en tussendoor stukjes muziek – is sinds oktober 1990 een vaste waarde op weekdagen. Typerend voor deze programma’s is het verknippen van de zendtijd in snippers woord en muziek, een tendens die ook Bruggen en Wegen (maandag-vrijdag 18.30-20.00 uur), De Vier Seizoenen (maandag 13.30-15.30 uur), Novecento (donderdag 13.30-15.30 uur) en nog enkele andere programma’s typeert. De muziek wordt ‘een streepje muziek’, soms nauwelijks meer dan een intermezzo, of het moest zijn dat men – omgekeerd – het verbale gedeelte als middel ziet om ons uit een dreigende muzikale halfslaap te wekken. Globaal resulteert dit knipwerk in ‘gevarieerde programma’s’ met een sneller ritme. Bovendien zijn er vaak vaste items, die als anker fungeren. Dit soort gestandaardiseerde verkaveling doorbreekt niet enkel de monotonie, maar fungeert ook als houvast voor de luisteraar. Er zijn nog zekerheden: ‘tijd voor onze gast’, ‘onze c.d. van de week’, ‘onze culturele tip’.

Bruggen en Wegen levert de blauwdruk van dit onderhoudende, gevarieerde profiel in de programmering. Geeuwers krijgen geen kans, daarvoor zorgen de smakelijke aankondigingen, de korte en erg uiteenlopende muziekfragmenten, het verhaaltje of de interventie van een artistieke gast. Van langere composities wordt hooguit één deel gedraaid, en de speelse overstap van oud naar modern, of van klassiek naar jazzy en volks, ontzenuwt het rigide imago van de ‘klassieke’ zender. Radio 3 is niet zo saai en elitair als we dachten. Deze lieden lusten zelfs een populair deuntje, daarvan overtuigt ons bijvoorbeeld De Vier Seizoenen (maandag 13.30-15.30 uur). De Oversteek (maandag 22.30-24.00 uur) is dan weer het cross over-reservaat van de zender, een rariteitenkabinet voor alles wat, zoals men dat zo mooi zegt, ‘niet onder één hoedje te vangen is’. De discrete pogingen van Radio 3 om haar culturele breeddenkendheid en transgressieve speelsheid aan de man te brengen, contrasteren veelzeggend met een zinnetje in Muziek & Woord van maart 1994, waarin sprake is van het streefdoel om “de storende impact van de specialismen op het globale beeld van Radio 3” te verminderen. [3] Wellicht kunnen we de resultaten van deze ambitie herkennen in de behandeling van programma’s die gewijd zijn aan één ‘marginale’ muziekvorm. Met jazz werd al danig geschoven. Het vroegere coherente Gregoriaans en polyfonie is gemetamorfoseerd tot Rituelen (zaterdag 22.30-24.00 uur), dat in kort tijdsbestek plaats moet bieden aan rituele en liturgische muziek uit alle tijden en culturen. Het opvallendste doelwit lijkt echter de traditionele muziek, tien jaar geleden nog goed voor een dagelijks (en thematisch coherent) halfuurtje in de week, en thans samengedrongen tot één multi-culturele brok genaamd Een oor op de Wereld (zondag 18.10-20.00 uur).

 

De grote verleiding

Hoe klinkt Radio 3 tegenwoordig? Of hoe klinkt een cultuurzender die de band met de luisteraar wil aanhalen, die het verlangen van zijn ‘potentiële luisteraars’ tot uitgangspunt neemt?

Opvallend veel radiostemmen die op Radio 3 weerklinken, nemen ons in een zachte houdgreep. Wie vandaag op Radio 3 afstemt, voelt zich meermaals persoonlijk aangesproken. De stemmen appelleren aan onze haast intieme nabijheid, dichtbij het toestel. Ze spreken ons niet toe, ze spreken ons aan, warm en soms bijna fluisterend. Ze maken een grapje, worden soms lieflijk poëtisch, en bijwijlen zelfs een beetje familiair. Ze zijn de gezelschapsheer of -dame van de luisteraar. “Ik heb vandaag Mozart voor u meegebracht,” zeggen ze, of ze richten zich tot de toehoorder met attente vragen als “mag er wat opera op uw bord”. Achter de microfoon vermoeden we ondertussen een gezicht dat aanhoudend zachtjes glimlacht. De stem van de presentatoren wil onder geen beding klinken als iemand die zich richt tot de algemeenheid van de luisteraars. Hun vriendelijke nabijheid onkent abstracte grootheden zoals ‘dé toehoorder’ of ‘hét publiek’. De stem houdt de schijn op van een singuliere relatie tot die ene toehoorder.

Maar Radio 3 spreekt de luisteraar niet alleen allervriendelijkst toe, de luisteraar wordt ook effectief het kastje binnengetrokken. De wensen van de luisteraar zijn in die mate tot programmapunt uitgeroepen, dat hij daadwerkelijk zijn zegje mag doen. De ene keer mag hij via een systeem van televoting zijn voorkeur voor een c.d. te kennen geven, dan weer is het quizzen geblazen, zoals in het zoekspel van De Grote Verzoeking (zaterdag 13.10-15.00 uur). Meer dan eens valt er iets te winnen op Radio 3, en de luisteraar wordt ook persoonlijk in de studio uitgenodigd. In De Grote Verzoeking zit hij of zij op de praatstoel om te spreken over zijn/haar muzikale passie. Het is van belang dat de gast geen specialist is maar een gewone luisteraar, een gepassioneerde leek. De gast van De Grote Verzoeking zit daar niet alleen om kennis over te dragen, maar ook op grond van zijn emotionele band met een onderwerp. Geen duidelijker symptoom van de uitholling van het educatieve ideaal. Zoals dit ideaal voor de wensen van de luisteraar moet wijken, zo maakt kennisoverdracht plaats voor de simulatie van menselijke betrokkenheid bij cultuur. Achter de hoofdrol van de gepassioneerde liefhebber schuilt de boodschap dat iedereen, op grond van een menselijke relatie met een onderwerp – een ‘passie’ – de vermeende kloof met die ‘hoge’ cultuur of rare muziek kan overbruggen. De gast verlaagt de drempel. Hij ontzenuwt het elitaire aura, dat nog rond hautaine, paternalistische noties als ‘educatie’ en ‘ontvoogding’ hing. Deze angst voor het strenge, educatieve discours heeft allicht ook geleid tot het uitbannen van het monologische discours. Een kenner die een luisteraar minutenlang toespreekt over een bepaald onderwerp, dat ligt moeilijk. Het radio-essay is dan ook zo goed als verdwenen van het derde net. Als er nog een specialist of kenner in de studio uitgenodigd wordt, dan zit die doorgaans op de praatstoel bij een anchor (wo)man. Zijn betoog wordt aldus in een conversatie ingebed. Het is zonder meer een pluspunt als de specialist zijn ‘onderwerp’ ook nog intiem blijkt te kennen – bijvoorbeeld omdat het een bevriende componist betreft – want dan komt er ruimte vrij voor (weerom) een menselijke noot. “We waren daar op dat muziekfestival, onze echtgenotes waren erbij, iedereen was in een opperbeste stemming…”

En Radio 3 is niet zomaar menselijk, Radio 3 is zonder meer gevoelig. In Bruggen en Wegen vertelt iedere dag een jonge kunstenaar niet noodzakelijk over kunst, maar bijvoorbeeld over de bloem of het dier waarin hij zou willen veranderen indien hij daartoe de kans kreeg. In De Vier Seizoenen, niet toevallig de jongste aanwinst, wordt muziek afgewisseld met interventies van mensen, jong en oud, die getuigen over ‘ervaringen en gevoelens’, rond één bepaald thema, van ‘trouw en ontrouw’ over ‘alleen zijn’ tot ‘spijt’. De link tussen muziek en tekst berust hooguit op emotionele anekdotiek, en tussen de confessies weerklinkt de muziek als een intermezzo tijdens de honingzoete bezinningsuurtjes in het katholieke onderwijs. Strategieën die tot voor kort aan de verketterde populaire media leken voorbehouden, vinden nu evengoed bij de culturele zender ingang. De Vier Seizoenen is reality-t.v. omgezet voor radio, en omkleed met het alibi van poëtische gevoeligheid, van ‘betere smaak’.

 

Partners in cultuur

De menselijke touch in de stem van presentator, de menselijke inhoud van het programma of de menselijke aanwezigheid in de studio: ze vertellen ons allemaal dat iedereen krachtens de menselijkheid waarover hij sowieso beschikt, toegang heeft tot cultuurbeleving. Hij moet hoogstens worden gesensibiliseerd, warm gemaakt, drempels en remmingen overwinnen. Deze eerder sociotherapeutische dan vormende taak neemt de cultuurzender waar: de radio reikt hem de hand.

Let wel, Radio 3 is noch stilistisch noch inhoudelijk een homogene zender. De invulling van de programma’s is divers, en dat geldt ook voor de verpakking. Dat in veel stemmen van Radio 3 een ‘nieuwe menselijkheid’ opklinkt, betekent dus niet dat de zender van hogerhand opgekuist wordt. Toch leert de geschetste tendens tot vermenselijking van culturele radio ons dat Radio 3 danig in onvrede leeft met zijn Bildungsauftrag. Dat onbehagen is ook begrijpelijk. Wie de mens tot de kunst wil opvoeden, geraakt al te gauw in vormen van cultuurpastoraat of ‘esthetische ideologie’ verstrikt, en de arrogante plaats van het massamedium is helemaal onmogelijk geworden in tijden waarin iedereen naar goeddunken aan cultuur-shopping kan doen. Het meest problematisch is echter dat de cultuurzender haar onvrede zo makkelijk onder stoelen en banken weet te steken. In werkelijkheid voedt de cultuurzender ons vandaag nog steeds op, alleen bedenkt ze strategieën om ons daar zo weinig mogelijk aan te herinneren. Ze kruipt nadrukkelijk uit haar ivoren toren, tot dichtbij de luisteraars, en benevelt zo de reële verhouding tussen massamedium en publiek. “We hebben geleerd,” meent programmamaker Karel Nijs in Muziek & Woord van januari 1999, “de soms belerend-didactische trant van wijlen BRT 3 in te ruilen voor informatieve programma’s die ‘menselijker’ zijn.” [4] Vreemd dat precies de programmamaker die wekelijks in Een Groot Vertolker de coryfee van één of andere platenfirma bewierookt, zo’n verraderlijke oefening in bescheidenheid debiteert.

 

Opvoeding desondanks

Ooit had de zender nog letterlijk educatieve programma’s, schoolradio en radio ‘voor jonge oren’. Ze zijn verdwenen, overigens om begrijpelijke redenen voor wie zich herinnert hoe ze klonken. Toch zegt het veel dat Radio 3 precies op het moment dat ze de laatste openlijke restanten van haar educatieve taak wegveegt, aan haar sociaal imago begint te werken. In 1990 houdt de cultuurzender haar eerste, jaarlijkse Nacht van Radio 3 in deSingel. Sinds 1992 komt het derde net jaarlijks een dag ‘naar je toe’, en slaat ze haar tenten op in een Vlaamse stad. En de jongeren worden niet meer opgevoed, ze horen er nu gewoon bij. Sinds oktober 1997 hebben ze met Drielink een eigen Radio 3-jongerenclub, een ‘link’ tussen jongeren en Radio 3. De vereniging heeft een thuisbasis in Bruggen en Wegen, dat nieuws van en voor Drielink verzorgt en kaarten aan voordelige prijzen aanbiedt. De hiërarchische relatie medium-luisteraar, geënt op de relatie leraar-leerling, maakt plaats voor een sociale scène waarop alle cultuurminnaars verbroederen, radiomensen incluis. Radio 3 wisselt educeren voor socialiseren, de toespraak voor menselijke uitwisseling. Cultuur kan nog menselijker, nog democratischer worden!

Maar radio is niet menselijk. Radio speelt hoe dan ook een dirigistische, bevoogdende rol, stuurt de luisteraars, voedt ze op, vormt hun smaak, geeft ze een cultuurideologisch patroon mee. Geen enkele radiozender ontkomt aan de vermenselijking van haar positie, maar de tendens om deze vermenselijking tot absoluut principe uit te roepen, dreigt dit noodlottige dirigisme onder tafel te praten én daardoor juist te versterken. Menselijke radio loopt uit op een permanente ‘rituele zelfontkenning’ van het medium. Precies waar ze erin slaagt de luisteraar te verleiden, in naam van de menselijkheid, zet radio haar autoritaire, opvoedende tendens op een heimelijke manier verder.

Hoe klinkt een opvoedende stem dan, een stem die zijn educatieve strekking niet camoufleert? Wellicht laat zo’n stem nog ergens het besef meespelen dat haar spreken op een intersubjectieve pretentie drijft. En wellicht klinkt in die stem nog de draagwijdte mee van een algemener ‘ik’, het ‘ik’ van het massamedium, de publieke instantie die zich tot ‘de gemeenschap’ richt. Precies de aanwijsbaarheid van deze scheidingslijn tussen twee partijen – de media-educator tegenover het individu, spreker tegenover luisteraar, subject tegenover object – wekt vandaag onbehagen op. Het gaat daarbij minder om een stemgeluid – associaties bij stemmen zijn evengoed fantasmatisch – maar om het geheel aan strategieën om de culturele bevoogding te ontveinzen, de radiofone kansel in een rookgordijn te hullen, of de mensen de indruk te geven dat ze zelf mee op die kansel staan.

Radio 3 heeft gelijk haar idealistische pretenties te problematiseren, maar mag haar educatieve opdracht niet wegstoppen onder de wensen van de luisteraar. De cultuurzender moet die opdracht, in al zijn onmogelijkheid, bloedserieus nemen. In plaats van ‘niet te willen opvoeden’ dient ze haar noodlottig opvoedende rol juist tenvolle te affirmeren.

 

Noten

[1]        Pieter Andriessen, BRT 3: een servicezender, in: Muziek & Woord, mei 1989, p. 8.

[2]        Raymond Schroyens, BRT 3 in 1990, in: Muziek & Woord, januari 1990, p. 2.

[3]        Pieter Andriessen, Verandert Radio 3, in: Muziek & Woord, maart 1994, p. 37.

[4]        Karel Nijs, De Vier Seizoenen, in: Muziek & Woord, januari 1999, p. 8.