Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 78 maart-april 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Griekse architectuur in de jaren zestig en negentig

“De Griekse architectuur is nog altijd terra incognita binnen de West-Europese architectuurwereld en het architectuurdebat.” Met deze ware woorden wordt de tentoonstelling in de balkonzaal van het NAi ingeleid. Een mooie kans om een tipje van de sluier op te lichten, zou je zeggen. Het wordt nog spannender wanneer we vernemen dat veel Griekse architecten altijd open zijn blijven staan voor neoklassieke en regionalistische impulsen, ingegeven door het wantrouwen jegens het modernisme en het ontbreken van contacten met de historische avant-garde beweging. Hoe zien hun gebouwen en steden eruit? Een teleurstelling kan niet uitblijven wanneer zonder reden luchtig gesteld wordt dat de tentoonstelling daar niet over gaat, maar zich toelegt op de jaren ’60 en ’90, twee decennia waarin de Griekse architectuur zich wel liet beïnvloeden door de modernistische vormentaal, zij het dat ‘menig aspect’ onvervreemdbaar ‘Grieks’ is, zonder echter weer ‘folkloristisch’ te zijn. Dit raadsel, zo besluit de inleiding, vormt het thema van de tentoonstelling.

Het raadsel blijft helaas onopgelost. Er zijn erg veel plaatjes te zien, in kunstig vormgegeven constructies, maar wat nu typisch Grieks is, en modernistisch Grieks, behalve dan dat een en ander plaats heeft onder de Griekse zon, blijft volkomen onduidelijk. “Het primaat van het landschap” schijnt een van de typisch Griekse thema’s te zijn: we zien hotels aan het strand, en bomen op een plein. Een ander thema heet ‘architectuur van de intimiteit’: we zien villa’s die doen denken aan die van de International Style, maar, zo zegt de begeleidende tekst, behalve gewapend beton, werd ook nog gebruik gemaakt van traditionele materialen en constructiemethoden. Maar wat die methoden en materialen zijn, wordt aan de verbeelding van de bezoeker overgelaten. Wellicht heeft de onduidelijkheid te maken met het feit dat de tentoonstelling een initiatief is van de Griekse ambassade, en beide curatoren van Griekse komaf zijn, voor wie ‘Grieks’ en de nationale tradities geen uitleg behoeven. Dan nog valt hen te verwijten zich niets aan te trekken van de onbekendheid met de materie alhier. En het NAi houdt zich kennelijk ook ver van enige redactionele controle. Zij hebben hun zaal weer gemakkelijk (en goedkoop?) gevuld.

Gelukkig is er nog een film te zien. Marc Gastine maakt het betreden van de balkonzaal toch nog de moeite waard met een compilatie van tientallen fragmenten uit Griekse speelfilms tussen de jaren ’50 en nu. We zien een ontwikkeling van een fascinatie voor neonreclame, rock & roll en versnelling van het levensritme (het spitsuur in de stad en een overbezette conciërge, die geen tijd meer heeft voor het aloude gezellige praatje), naar een blik op de rafelranden van de modernisering: sloppenbouw en illegale dagloners. A city is stories, stories about her luidt de titel. Als ze bij het NAi dit concept nu eens serieus zouden nemen. Verhalen zijn veel intrigerender dan raadsels.

 

• Landschappen van modernisering. Griekse architectuur in de jaren zestig en negentig tot 21 maart in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00).