Christoph Ruys

DE WITTE RAAF

Editie 71 januari-februari 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Sally Man, Jan Locus

De Amerikaanse fotografe Sally Mann brengt met Still Time de winter door in de Lieven Gevaertzaal van het Antwerpse Provinciaal Museum voor Fotografie. Mann (1958) stelt voor het eerst tentoon in België, wat bij de directie de geconditioneerde reflex opriep om deze tentoonstelling met een omvangrijke promotie-campage aan te kondigen. Still Time biedt tenslotte een overzicht van twintig jaar “creatieve arbeid”. Bovendien is er naast Landscapes (1972-1974), Portraits of Women (1976-1977) en At Twelve (1983-1985) ook de reeks Family Pictures (1984-1994) te zien, die Sally Mann de status van “controversieel hedendaags kunstenaar” opleverde. En dat is voor dit museum wellicht het ultieme kerstcadeau. Toch is het niet toevallig dat Mann in 1994 bekendheid verwierf met deze Family Pictures. Opgenomen in de landelijke omgeving van de staat Virginia, spelen Manns eigen kinderen Emmett, Jessie en Virginia de hoofdrol in een reeks foto’s die de structuur, de samenstelling en de functie van het gezin centraal stellen. Het thema lag bij menig criticus reeds geruime tijd onder schot. Enerzijds omdat er al eind de jaren ’80 bij verschillende fotografen een groeiende afkeer merkbaar was ten opzichte van the nuclear family zoals dat op de Amerikaanse conservatieve partijpodia werd voorgesteld: met een flinke dosis nostalgie en als de laatste, volstrekt legitieme ‘nationale hoop’. Kindermisbruik, groeiende scheidingspercentages, draagmoederschap en proefbuisbaby’s, om maar enkele voorbeelden te geven, werden in het hoog oplaaiende publieke debat eenvoudigweg genegeerd. Ongeveer terzelfder tijd werd op het fotografische terrein het tijdperk van de Nieuwe Documentaire aangekondigd. Het grote geld, de verre reizen en de tijdschriften die als laatste schakel van belang waren om het documentaire werk van fotografen te verspreiden, waren nagenoeg allemaal verdwenen. Of zoals D.H. Mader het destijds stelde: “Het slagveld op de foto is niet langer het strand van Okinawa, maar de ontbijttafel; de onderwerpen zijn niet langer Lambarene of Minamata, maar het gezin, de ouders, een geliefde, de vriendenkring of seksualiteit”. Thema’s waarmee naast Mann, ook Susan Lipper, met haar Grapevine Hollow (over het ruige leven in West Virginia), als Larry Sultan met Pictures from home (over the family life in de Zuid-Californische voorsteden), gelijktijdig ‘groot’ werden. Dit zijn twee elementen die voor een beter begrip van Manns werk in geen geval als overbodig afgedaan kunnen worden. Toch perkt Antwerpen Sally Mann in tot een “controversieel kunstenaar” en tot “de subtiele wijze waarmee zij haar publiek confronteert met een universeel taboe”. Want, lezen we in het persbericht: “Vooral anno 1997 is het moeilijk geworden om zonder enige vorm van schroom dergelijke onbeschaamde foto’s van naakte of halfnaakte kinderen te bekijken, zelfs al weten we dat deze beelden met kunstzinnige ambities en door een liefhebbende moeder zijn gemaakt”. Dit vertelt natuurlijk heel wat over de wijze waarop het Museum voor Fotografie het begrip actualiteit invult. Vooral wanneer je weet dat deze tentoonstelling vóór de zomer van 1996 werd samengesteld – en inmiddels al in Salzburg en in de Rotterdamse Kunsthal te zien was – en de discussie omtrent Manns ‘controverse’ intussen al vijf jaar aansleept.

De Bewegende Stad (Antwerpen) is de vierde tentoonstelling in het kader van de Documentaire foto-opdrachten Vlaanderen. Na fotoreeksen over mutaties in het Vlaamse landschap (Lucas Jodogne, 1994), een fotografisch verslag van de (provinciale) vrijetijdsbesteding in evolutie (Freya Maes, 1995) en de (provinciale) mens in zijn arbeidsmilieu (Jérôme de Perlinghi, 1996), gaat het nu over “de voortdurende mutatie van de functies van de stad, haar stelselmatige uitbreiding naar de periferie, de verstedelijking van haar randgebieden en de ontluistering van waardevolle buurten”. En, vervolgt de stuurgroep van dit project, “wie dagelijks in de stad of haar perifere gebieden verkeert, merkt vrijwel niets van de sluipende veranderingen die er zich voortdurend voltrekken, tot een nieuwsgierig en verwonderd fotograaf, die het territorium vrijwel niet kende, de confrontatie aangaat en dan de beelden ontdekt die voor de autochtoon totaal nieuw zijn”. Die fotograaf in kwestie was Jan Locus (1968), die “met succes eerder publiceerde in het Standaard-Magazine” en die verder door Michiel Hendryckx in de inleiding van het boek zonder gêne wordt omschreven als “ambitieus introvert”. Hendryckx voegt er meteen aan toe dat deze opdracht duidelijk maakt dat Jan een fotograaf is met een roeping, “iemand die passioneel zijn weg zoekt. Hij zegt van zichzelf een moeilijk karakter te hebben en vergeet daarbij dat dat de enige ware aard is van de authentieke kunstenaar.” Temidden van al deze kommer en kwel zou men nog vergeten om de vraag te stellen wat nu eigenlijk door Locus gedocumenteerd werd, want dat is bij het bekijken van de foto’s niet zo duidelijk als de stuurgroep ons graag wil doen geloven. Zelf spreekt de fotograaf van dichtgetimmerde etalages, glas-betonnen buildings, exotische kruidenwinkels, geheimzinnige antiekwinkels, dichtgeslibde ringwegen of een kleine dorpswinkel op de hoek van een drukke straat, maar besluit om uiteindelijk toch te kiezen voor de mensen. Want zij zijn tenslotte “toeschouwer, acteur en maker van een eindeloze reeks gebeurtenissen en feiten die de stad vormen”. Het resulteerde in foto’s die je zonder twijfel kan omschrijven als het voorlopige dieptepunt van de Documentaire Foto-Opdrachten Vlaanderen. Het ontbreekt Jan Locus niet alleen aan elementair kritisch inzicht, ook technisch loopt een en ander gewoonweg uit de hand. Ann Verhetsel, die deze keer instond voor het inleidend essay, merkt op dat een geograaf die over een stad wil vertellen, “u het liefst wil meenemen op het terrein”, en verwijst daarbij naar een eminent Belgisch geograaf die het aan het begin van deze eeuw als volgt verwoordde: “La géographie s’apprend par les pieds”. Verhetsel besluit hoe moeilijk het wel was de charme en het samenspel van verschillende stedelijke processen van deze Bewegende Stad in woorden te vatten en besluit: “Kaarten helpen ruimtelijke structuren duidelijk te maken, foto’s maken het gemakkelijker de plekken te beleven.” Jan Locus is duidelijk verloren gelopen.

 

• Sally Mann en Jan Locus: nog tot en met 15 februari in het Provinciaal Museum voor Fotografie, Waalse Kaai 47, 2000 Antwerpen (03/242 93 00).