Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 71 januari-februari 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Claude Cahun

Werd er in het boek L’Amour fou, photography & surrealism dat Rosalind Krauss in 1985 publiceerde, nog verondersteld dat Claude Cahun als links politiek activiste en joodse in een concentratiekamp was omgekomen, dan raken de laatste jaren de biografische onduidelijkheden omtrent deze merkwaardige kunstenares stilaan opgehelderd. Lucy Schwob (1894-1954) was haar echte naam, ze stamde uit de grande bourgeoisie, studeerde in Oxford en aan de Sorbonne en het huis dat ze samen met Suzanne Malherbe bewoonde, fungeerde als een ontmoetingsplaats van dichters, schrijvers en kunstenaars in het Parijs van de jaren ’20 en ’30. Ze schreef gedichten en essays en was de auteur van een erg eigenzinnig fotografisch oeuvre, dat inmiddels reeds menig gender-minded criticus aan het denken zette. Haar fotomontages en geënsceneerde zelfportretten zijn vaak stimulerend inventief en ambigu. In een complexe persoonlijke mythologie tast ze de grenzen af van noties als seksuele identiteit, androgynie, dandyisme. Recent werd door het Kunstverein, München en de Neue Galerie, Graz het boek Claude Cahun – Bilder voorgesteld. Na een inleidende situering van Dirk Snauwaert gaat Laura Cottingham in op de betekenisvolle receptiegeschiedenis van Cahuns werk, die eigenlijk pas in de jaren ’90 in een stroomversnelling raakte. François Leperlier diept Cahuns biografie uit en Peter Weibel benadert haar oeuvre vanuit een taalfilosofisch perspectief.

 

• Van 18 januari tot 8 maart is de aan dit boek gekoppelde tentoonstelling Claude Cahun-Selbstdarstellungen nog te zien in Museum Folkwang, Goethestrasse 41, 45128 Essen (201.88.45.103).