Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 71 januari-februari 1998

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

August Kotzsch

Is als bescheiden pionier van de fotografie in Duitsland altijd wat in de schaduw gebleven van luidruchtiger nationale en internationale tijdgenoten. In zekere zin kunnen zelfs zijn beste werken, wanneer die uit hun context worden gerukt, een vergelijking met de meesterwerken van bijvoorbeeld een Le Secq nooit verdragen. Maar dit soort van vergelijkingen, schrijft Jean-François Chevrier, staan een goed begrip van een fotografisch oeuvre alleen maar in de weg. Een kunsthistoricus begrijpt pas, wanneer hij kan vergelijken. Chronologie wordt daarbij welhaast als een waardenschaal gehanteerd en veelal wordt het te vergelijken werk dan ook als inferieur beschouwd aan datgene waarmee het vergeleken wordt, wanneer dat vergelijkingsmateriaal vroeger tot stand kwam. En vermits hij zo moeilijk buiten het ordeningssysteem in categorieën (of genres) kan, dat hij kreeg ingelepeld door de academische doctrine van de Schone Kunsten, verkiest de kunsthistoricus een identificerende classificatie boven een beschrijving die de singulariteit van een oeuvre in acht neemt, aldus nog Chevrier. August Kotzsch (1836-1910) woonde zijn leven lang in Loschwitz, bij Dresden. Reizen deed hij nooit, hooguit een paar keer naar Dresden. In de zomermaanden was Loschwitz zo’n beetje het provinciale Barbizon van Saksen, de schilder Ludwig Richter en zijn leerlingen kwamen er naar de natuur werken. Kotsch werkte er, zomer en winter, als fotograaf, nadat hij eerst tekenlessen had gevolgd bij Richter. In eerste instantie leverde hij werkmateriaal voor schilders, modellen waarop ze zich konden baseren. Loschwitz was zijn territorium, zijn home ground, en daar hield hij zich aan. Alle foto’s die hij ooit maakte zijn er trouwens samen bewaard gebleven en dat is een zeldzaamheid in de fotogeschiedenis. Het biedt de kans om op een zinnige manier vergelijkingen te maken bínnen een oeuvre en vast te stellen dat er hier naast de nodige conventionele oefeningen, een indrukwekkende kern aanwezig is die de loutere typologische studie, de modellen bestemd voor schilders, overstijgt. Een ontdekking.

 

• Tot 22 februari in Musée d’Art Moderne, La Terrasse, 42000 Saint-Étienne (04.77.79.52.52).