Etienne Wynants

DE WITTE RAAF

Editie 79 mei-juni 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Umwelt/Umfeld

Soms leidt de inzet van koninklijk bloed tot een grote output. Zo loont het in tal van landen om commerciële missies onder auspiciën van royals te laten doorgaan: deuren openen zich, producten worden bekeken en contracten beklonken. In eigen land manifesteert het koninklijk huis zich naast de officiële agenda vooral bij uitzonderlijke rampspoed of als blijk van interesse en respect voor allerlei zinvolle initiatieven.

Consternatie alom bij ondergetekende na lezing van de perstekst bij de tentoonstelling Umwelt/Umfeld, kunst en leefmilieu: vijf voorstellen met werk van Joseph Beuys, Panamarenko, Bjarne Melgaard, Benoit Platéus en Stan Douglas in de Antichambres van het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Niemand minder dan Prins Laurent van België blijkt als voorzitter van zijn Koninklijk Instituut voor het Duurzaam Beheer van de Natuurlijke Rijkdommen en de Bevordering van Schone Technologie (kortweg KINT genoemd) aan de wieg te staan van dit initiatief. Herinneren we ons prins Laurent niet vaag als een wat goedbedoelend maar warhoofdig type die zijn gehoor onderhoudt over zijn liefde voor honden (de grote mensenvrienden), bomen, bloemen, enzomeer, en over wie politici uit de parlementaire oppositie al eens interpelleren met betrekking tot de vermeende overbodigheid van zijn instituut? Voor de tentoonstelling Umwelt/Umfeld verlenen Piet Coessens als gastheer, Jan Hoet als curator, Thierry de Duve als filosoof en onder meer Flor Bex, Hubert Dethier en Gisèle Ollinger als adviseurs hun medewerking om de prinselijke oproep aan de kunstenaars enige realiteitswaarde te verlenen. In een catalogustekst verklaart prins Laurent zich getroffen door de creatieve hartstocht van kunstenaars en typeert deze als 'echt, zuiver, direct en vanzelfsprekend'. De wereld zou kunstenaars nodig hebben, "omdat zij door de artistieke concretisering van hun onzekerheden of de kracht van hun verbeelding en overtuigingen kunnen bijdragen tot de ontwikkeling van een scherper wereldbeeld en bijgevolg tot een helderder visie inzake de te nemen maatregelen en het te wijzigen gedrag". Dit en nog veel meer kunnen kunstenaars lezen omtrent hun heilzame bijdragen voor een 'holistische benadering ter verbetering van het leefmilieu in de toekomst', een streefdoel dat het instituut KINT precies behartigt.

Uiteraard is er in de wereld veel te doen. De vraag is dan ook waarom de Vereniging voor Tentoonstellingen van het Paleis voor Schone Kunsten zich ondertussen met zoveel leeghoofdigheid bezighoudt? Is er nood aan meer publieke belangstelling en wat steun vanwege de gevestigde orde? Een andere, even pertinente vraag is of de prins wel beseft dat hij artistieke mérites op zijn vaag KINT laat weerspiegelen? De tentoonstelling zal het uitwijzen.

Beperken we ons betreffende de bijeengescharrelde werken tot de aangekondigde fotoreeks Detroit photos van Stan Douglas. Douglas brengt er het centrum en de omgeving van Detroit in beeld, ooit de bloeiende hoofdstad van de Amerikaanse autoindustrie. Ogenschijnlijk is er niets aan de hand in zijn oogstrelende landschappen. Tot men daadwerkelijk verwerkt wat men ziet. Temidden van wuivende grasvelden met hier en daar een boompartij verrijst een imposant treinstation, of een grootwarenhuis, een huizenrij, een ooit flamboyant eclectisch theatercomplex nu gerecycleerd tot autoparking… Het zijn fragmenten van een reële maar doodse en verlaten spookstad onder een schitterend blauwe hemel. Terwijl Richard Plunz met zijn fotoreeksen het proces van ontstedelijking en sociaal verval nuchter documenteert, speelt Douglas verrassend het pittoreske landschapsgenre uit. Wat ooit de uitdrukking was van stedelijke welvaart en koortsachtige activiteit verschijnt nu als een reeks stille monumenten, waarbij de precieze omstandigheden en oorzaken van de uittocht nauwelijks worden geformuleerd, slechts gesuggereerd via het beeld van een – alweer – verlaten autofabriek. De centrumfunctie is verdampt met een ontruimde plattegrond van de stad als enige restant en herinnering aan de afwezige instanties. Net zoals prins Laurent ver weg van het Brusselse centrum verblijft in een nieuw opgetrokken fermette aan de Jezus-Eiklaan in Tervuren, in volmaakte harmonie met zijn lapje verkaveld Zoniënwoud.

 

• Umwelt/Umfeld, kunst en leefmilieu: vijf voorstellen zal tot 13 juni lopen in de Antichambres van het Paleis voor Schone Kunsten, Koningsstraat 10, 1000 Brussel (02/507.84.66).