Peter Rotsaert

DE WITTE RAAF

Editie 79 mei-juni 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Helmut Newton, Pages from the glossies

Deze publicatie toont Helmut Newtons modefotografie zoals ze bedoeld was om te verschijnen: niet als afzonderlijke foto’s, maar in de pagina’s van tijdschriften, met de armere, minder gedefinieerde fotografische kwaliteit die daar het gevolg van is, en in een lay-out, met tekst naast of in het beeld. Nog interessanter ware misschien geweest er ook de andere foto’s of artikels naast te kunnen bekijken, die niet noodzakelijk mode als onderwerp hebben. Of toch weer niet: zoals ze hier in verzelfstandigde facsimiles zijn weergegeven, laten ze zien hoe het opzet van dit opdrachtwerk – in de context van een tijdschrift geplaatst kunnen worden – zich in de beelden heeft geïnterioriseerd.

In de tweede helft van de jaren '50, de periode waarin Newton debuteert, lijken modefoto’s hun kracht om als zelfstandig object te functioneren, te hebben kwijtgespeeld; glamour en elegantie zijn, net als in Hollywood, hun verleidend potentieel verloren. Vanaf dan zoekt de modefotografie kaders om te assimileren, wordt ze steeds meer verbonden met andere contexten en onderwerpen, gepresenteerd als verhaal, een fotoroman bijvoorbeeld, als treffende scène of situatie. De introductie van pornografische elementen en verwijzingen maakt van Newton in de jaren '70 een enfant terrible en topfotograaf. Een kenmerkend en algemeen thema, dat men bij metaforische uitbreiding pornografisch kan noemen, is de totale beschikbaarheid van het tot voorwerp verworden lichaam. Het is reeds vroeg in zijn werk aanwezig en het meest expliciet in voyeuristische en gewelddadige scènes, maar ook elders keert het voortdurend terug. De ontluistering die het lichaam ondergaat, vinden we zowel in de martelscène in de James Bond-fotoroman uit 1963, gepubliceerd in Adam, een mannenmagazine van Vogue France, als in de medicaliserende foto’s uit American Vogue in de jaren '90. Terreur is hier in vele vormen aanwezig, vaak samengaand met de visuele dreiging van diep fotografisch zwart: claustrofobische ruimtes en donkere, dreigende omgevingen, ongemakkelijke positionering, verhulling van het gezicht, donkere dreigende personages, fallische raketten of duikboten, mechanische contrapties, gevaarlijke dieren en talloze referenties aan prostitutie, sadomasochisme en militarisme. Zelfs de kledij, altijd perfect gefotografeerd, wordt ingezet tegen het model. In de modefoto is dat pornografische of obscene uiteraard niet rechttoe rechtaan, maar in de eerste plaats een verwijzing of een citaat, er wordt gespeeld, gedemonstreerd. Zo ontstaat een vervreemdingseffect, een ironische afstand, die wie deze niet opmerkt als naïeve kijker brandmerkt. Toch lijkt me het emancipatorische dat sommigen hierin zagen ver te zoeken, de bevrijdende ironie blijft afwezig. Integendeel, de evidente artificialiteit van de poses van de modellen en de grafische compositie in het fotografische vlak versterkt, door zijn integratie in de modefotografie, het objectkarakter van het bezitbare, manipuleerbare en in laatste instantie vernietigbare pornografische lichaam. Het gebruik van mannequinpoppen (ook: opblaaspop, crash test dummies) naast fotomodellen thematiseert die depersonalisering: de pop en het model lijken eerder tweelingen dan tegenpolen. Ook de seksualisering van de relatie fotograaf-model – een thema dat meer voorkomt in de jaren '60 en '70, men denke aan Antonioni’s Blow Up – Newton die als met camera gewapende voyeur figureert in een paar fotoreeksen (één daarvan draagt de titel Caught Underwears), fuseert de beschikbaarheid van het pornografische met die van het modieuze lichaam.

Hoeveel terreur, seksuele, fotografische (onflatteuze effecten zoals de door rechtstreeks flitslicht roodgekleurde ogen bijvoorbeeld) of andere, de omgeving ook moge bevatten, de modellen lijken er niet overmatig door aangetast. Hun soms van het geagresseerde lichaam afgewende gezicht doet nog het meest denken aan de blik van martelaren die zich reeds richten op een andere, betere wereld, waar ze precies door hun verzoeking, deel van zullen uitmaken. De tentoongestelde lichamen betwisten hun totale beschikbaarheid niet. In deze fotografische wereld wordt geen alternatief geboden, niets in deze verbeelding ontsnapt aan de clichés en categorieën van de media, die niet gesaboteerd mogen worden omdat de foto’s dan ophouden te werken, in het mediatieke niet meer kunnen functioneren. Uitgebeeld wordt hier de overgave van de lichamelijke integriteit om in het paradijs van de media te worden opgenomen, om mee te circuleren met die massa beelden die niet in de eerste plaats objecten of gebeurtenissen willen tonen, maar psycho-affectieve aansluiting willen vinden met de grootste gemene deler van onze verbeelding. Het is eender of dat contact geschiedt via pijnpunten of via pleasure zones, het gaat om het publiek consumeerbare effect. Wie geshockeerd wordt, is ten minste niet teleurgesteld, en behoudt dat contact.

Met wat nostalgie heeft Newton het over zijn beginperiode, toen foto’s nog foto’s waren en geen ‘beelden’. Zelf heeft hij in die overgang een markante en prominente rol gespeeld. Wat overigens niemand mag weerhouden deze foto’s aandachtig te bekijken, een uitdrukkelijke afkeer van het pornografische is immers zoals een afkeer van het christelijke: het getuigt van weinig cultuurhistorisch besef.

 

• Helmut Newton, Pages from the glossies, facsimiles 1956-1998 werd in 1998 uitgegeven door Scalo Verlag, Weinbergstrasse 22 A, 8001 Zürich (01/261.09.10).