Ilse Kuijken

DE WITTE RAAF

Editie 82 november-december 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Marlene Dumas

Meer nog dan vroeger stelt Marlene Dumas in haar recente werk publieke vrouwen en mannen centraal. Haar nieuwste schilderijen zijn gemodelleerd naar pornografische afbeeldingen, wat duidelijk blijkt uit de poses die door de modellen worden aangenomen. Zo zie je vrouwen uitnodigend voorovergebogen hun aarsopening tonen, en mannen langoureus uitgestrekt liggen, penis overeind. Maar ze wijken af van hun voorbeelden uit de boekjes. Dumas’ wijze van schilderen levert geen gelijkende portretten op. Ze heeft de gezichten vaag geborsteld, meer gegrimeerd, met ogen en monden die niet veel meer zijn dan holtes. Details geeft ze wel aan, maar ongearticuleerd. De werken op papier gaan het verst in wazigheid, met figuren die ‘de spokerige kant uitgaan’, zoals ze zelf zegt. Door inkt nat over het blad te laten vloeien, en onderaan af te laten lopen, krijgt ze wel ‘levende’ lijnen, atmosferische zones, soepele rondingen. In de schilderijen wordt de ruimte van de figuren geërotiseerd door afgebleekte kleuren en de suggestie van hel artificieel licht op naakte lichaamsdelen. Weelderig, beloftevol – door het prikkelen van de zintuigen spreekt ze de verbeelding aan.

Het contrast met het oudere werk zoals Het Hooghuys (ook te zien) is groot. Voor die reeks portretten van bewoners van een psychiatrische instelling in Etten-Leur verzamelde ze juist uitgesproken karakteristieke gezichten. In haar recente werk ligt de focus niet meer op gezichten. Modellen zijn ten voeten uit, of meestal tot de dijen of knieën geportretteerd. Het verschil ligt in de benadering. Voorbij de poses ligt de sensualiteit in en rond de figuur, ook op het niveau van de huid. Er gebeurt iets op de oppervlakte die zich manifesteert als een vloeiende pasta, doorbloed of onwezenlijk cyanotisch. Dumas demonstreert geen gebrek aan durf bij het voorstellen van de opperhuid: een penis in blauw en lila, couperose wangen, een mondvol rode tanden. Dat geeft een roes-achtige kwaliteit aan de uitbeelding. Expansief, energiek en tegelijk soepel en vloeiend. Ze is nadrukkelijk in het gebruik van haar middelen (setting, pose, kleur,…) maar geeft daarmee nog geen dwingende duiding aan haar beelden. De afkomst van de modellen, uit de krochten van het nachtleven, is niet zonder belang maar Dumas omzeilt een stereotiepe benadering van mensen als lustobject. Ze vervullen niet zomaar hun rol. Dat roept nog een ander contrast op, met de grauwe schilderijen rond het thema van Sneeuwwitje die Dumas in 1988 maakte. Ze wordt er naakt op voorgesteld, een onderworpen pop ten prooi aan de blikken van de dwergen. Maar Dumas’ pin-ups, even blootgegeven aan de blikken van media en publiek, zien er vitaal, dierlijk en sympathiek uit (niet platvloers of blasé). De publieke tentoonstelling is geen bedreiging voor het individu, en evenmin voor de persoonlijkheid. Integendeel, de grimas lijkt wel een vrijplaats voor de verbeelding omtrent het eigen lichaam. Door de onbeschaamdheid waarmee de modellen zich blootgeven aan de blik van hun kijkers wisselt Dumas ‘gezichtloze’ uitvoerders van seksrolletjes in voor lichamen die iets te maken hebben met modellen in levende lijve. MD-light – zo heet de (porno)portrettenserie binnen de overkoepelende tentoonstelling die MD werd genoemd – zinspeelt op lichtheid en genot. Humor is nooit ver weg bij Dumas, vooral niet als het op namen en titels aankomt. Denk aan het model Mandy, dat in een andere pose snel even Handy wordt genoemd, of aan een schattig koosnaampje als 10-inch.

“In deze voorstellingen van naakte mannen en vrouwen liggen de suggestieve kracht van de schilderkunst en het expliciete van de pornografie ongewoon dicht bij elkaar,” schrijft Dominic van den Boogerd in het boekje dat MD vergezelt. “I deal with second hand images and first hand experience,” zegt Dumas er zelf over. Dat reikt trouwens verder dan de light-serie. Ze trekt zich de dromen van mannen, vrouwen, kinderen, modellen en andere figuranten aan. Een bedenking die je bij al haar personages kunt maken, is dat ze allemaal een beetje overgeleverd zijn, ook als de onderwerpen mythische allures hebben. Een prachtige zwarte Magdalena (Queen of Spades) is één uit een reeks uit 1995 die de beroemde ‘gevallen’ vrouw uitbeeldt. Girl with Lipstick is geen schilderij van een kind maar van een kinderportretje, één zoals men het bij voorkeur aan de muur in de huiskamer heeft hangen. Dumas doet er ongeremd het hare mee en transformeert het tot een beeld van een meisje dat stiekem met moeders lippenstift speelt en wegdroomt bij het resultaat in de spiegel. Met Ryman’s Brides (de grap is dat de japonnen van de vier bruidjes ‘wit’ geschilderd zijn) of Bonnard’s Wife neemt ze vol ironie de taak van koppelaarster waar. Al kent ze haar modellen misschien slechts van naam, van een portretje aan de muur of van een plaatje in een pornoblad, het zet geen rem op haar productie van beelden van genot.

 

• MD, schilderijen en aquarellen van Marlene Dumas nog tot 16 januari in het Muhka, Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen (03/238.59.60).