Petra Brouwer

DE WITTE RAAF

Editie 82 november-december 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Op Europees spoor

In drie uur van Amsterdam naar Parijs, in negen uur naar Madrid, in krap tien uur naar Rome. Door de groei van het Europese hogesnelheidsnet zullen in 2010 de Europese steden in tijd gemeten steeds dichter bij elkaar liggen. Dit soort getallen maakt aardige vergelijkingen mogelijk. Zo ligt Rotterdam op de tijdkaart dichter bij Parijs dan bij Emmen. De geografie van Europa wordt, zoals bij elke invoering van nieuw of sneller transport, opnieuw herschikt, met de binnenkort in te voeren Euro als smeermiddel. Voor de halteplaatsen van de HSL heeft deze herschikking grote consequenties. Het gaat voorlopig om zes Nederlandse steden: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Breda liggen aan de HSL-Zuid, richting Brussel en Parijs, de HSL-Oost zal van Amsterdam via Utrecht en Arnhem naar Duitsland voeren. Voor de verdere toekomst staat een noordtak via Groningen naar Hamburg gepland.

De stations aan de HSL-Zuid en Oost moeten ingrijpend worden aangepast, de tracés door de steden worden verbreed en er zal nog meer op de schop gaan, want de stationsgebieden die straks bereikbaar worden, hebben een enorm verstedelijkingspotentieel. Bij elkaar gaat het in de zes genoemde steden om ruim drie miljoen vierkante meter nieuw te ontwikkelen kantoorruimte. De dollartekens staan eenieder in de ogen. Alleen de herstructurering van het Utrechtse stationsgebied wordt al geschat op een kleine vier miljard gulden. De overheid probeert een wakend oog op deze gebieden te houden door ze tot sleutelprojecten te benoemen, met een potje zakgeld van 540 miljoen gulden voor de komende tien jaar.

De investeringslust is ook te zien op de fraai vormgegeven buitententoonstelling bij het Nederlands Architectuurinstituut. Op een perron in het gras staan vertrouwde Publex reclamezuilen, inderdaad ideaal bestand tegen weer en wind. Dit keer hoeven we niet te staren naar rondborstige dames en gespierde heren; er wordt driftig geadverteerd door de respectieve ontwikkelingsorganisaties (“Straks de gaafste stop van de HSL Schiphol-Frankfurt? Utrecht natuurlijk!”). Maar de zuilen bevatten ook foto’s en informatie over de stationsgebieden. Helaas overstijgt de informatiedichtheid en de kwaliteit van het beeldmateriaal het folderniveau niet, al heeft dit ook met de beperkte ruimte te maken. Een tentoonstelling als deze verdient meer oppervlakte.

Een waardevolle toevoeging is het panorama van het traject van de HSL-Zuid, zoals dat in 1998 is vastgesteld. Vanuit het denkbeeldige treinraam krijgen we het toekomstige uitzicht te zien: landschappen, industriegebieden, snelwegen, viaducten, dorpen, steden en heel veel donkere tunnels. Wie naar Eurodisney in Parijs wil, heeft al een compleet achtbaanpretpark achter de rug eer hij bij de Belgische grens is. Het gevecht om elke meter tracé door de dichtbevolkte Randstad kreeg een eigen – bestuurlijk niet meer te controleren – dynamiek. In emotionele touwtrekgevechten op lokaal niveau werden geluidswallen, tunnels, omwegen, afsnijdingen en halfverdiepte bakken verdeeld onder de hardst schreeuwende partijen, met de aanleg van een zeven kilometer lange boortunnel onder een deel van het Groene Hart als letterlijk en figuurlijk dieptepunt. Een kabinetscrisis werd voorkomen en de milieuminister mocht het een overwinning noemen; het betekende natuurlijk ook dat op de inpassing van infrastructurele projecten elders in het land onmiddellijk bezuinigd werd. Rick van der Ploeg, Staatssecretaris van Cultuur, spreekt in het tentoonstellingstijdschrift van het vastlopen van de besluitvorming in het veen van ons poldermodel. Bovendien constateert hij fijntjes dat Den Haag straks de enige West-Europese regeringszetel zal zijn die niet wordt aangedaan door de hogesnelheidstrein (al spreekt de gemeente op de tentoonstelling nog steeds de hoop uit van wel). Straks maakt de HSL Nederland nog stuurloos.

 

• Op Europees spoor, de aansluiting op het netwerk van de HSL, buitenexpositie bij het Nederlands Architectuur instituut, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam (010/440.12.00). Op 8 december is er een symposium over de ruimtelijke consequenties van de komst van de HSL. Sprekers zijn Peter Hall, professor of planning aan de Bartlett School of Architecture (onder voorbehoud) en Hans Achterhuis, hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Universiteit Twente. Een discussie vindt plaats tussen vertegenwoordigers van NS Vastgoed en de Ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat, en stedenbouwkundige Carel Weeber.