Sven Lütticken

DE WITTE RAAF

Editie 82 november-december 1999

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Huis Marseille

Nog immer woedt een stedenstrijd tussen Amsterdam en Rotterdam over de vestiging van een instituut voor de beeldcultuur, voortgekomen uit het verlangen van de gemeenten om het (door het Prins Bernhard Fonds) beheerde Wertheimer-legaat – meer dan 20 miljoen gulden – voor de oprichting van een fotomuseum in te palmen. Rotterdam stelde in oktober zijn plan voor: een Internationaal Centrum voor Foto, Film en Mediatechnologie met de oer-Hollandse naam Las Palmas, naar het voormalige werkplaatsengebouw op het Kop van Zuid waar het gevestigd zou worden. Naast het Nederlands Filmmuseum uit Amsterdam en V2_Organisatie (voor de nieuwe media) zou hier een nieuw fotomuseum deel van moeten uitmaken, waar het Nederlands Foto Instituut, het Nederlands Foto archief en het Nationaal Fotorestauratie Atelier in zouden moeten opgaan. Het personeel van het Nederlands Filmmuseum blijft ondertussen liever in Amsterdam, en het laatste woord is in dezen nog niet gesproken. Op fotogebied is Amsterdam hoe dan ook niet geheel verweesd: zo wordt er al te vaak vergeten dat het Stedelijk Museum in de loop der decennia een uiterst hoogwaardige en in Nederland unieke collectie 20ste-eeuwse fotografie heeft opgebouwd, en dat heden ten dage alleen de fotoafdeling van het museum nog geen volledige farce is geworden.

Els Barents, voormalig conservator fotografie van het Stedelijk, is inmiddels directrice geworden van een nieuw, geheel aan de fotografie gewijd instituut aan de Keizersgracht met de naam huis Marseille stichting voor fotografie, in het leven geroepen door de met particulier kapitaal gerunde Stichting De Pont. Huis Marseille – namen van nieuwe Nederlandse culturele instellingen worden blijkbaar altijd afgeleid van het pand waarin ze gehuisvest zijn – kreeg een basiscollectie mee met werk van onder meer Beat Streuli, Sam Samore en Andreas Gursky, die werd samengesteld door Hendrik Driessen, directeur van De Pont in Tilburg. Deze collectie, waaruit nu een keuze in het souterrain van huis Marseille te zien is, is niet erg overtuigend: ze is weliswaar zeer verantwoord, maar bevat teveel usual suspects en onderscheidt zich niet erg van wat het Stedelijk en enkele andere Nederlandse musea op het gebied van kunstfotografie aankopen. Dat Els Barents evenwel breder wil opereren, blijkt uit de openingstentoonstellingen van Daan van Golden en Albert Londe (1858-1917), en meer bepaald uit de laatste.

Van Van Golden is een selectie van foto’s vanaf de late jaren ’60 te zien – uiteraard neemt dochter Diana een ereplaats in, maar er is ook een prachtige foto van het profiel van de Britse Queen Victoria op de tegels van een Londens metrostation, waarop de graffito ‘Sex Pistols’ is gekrabbeld. Een andere uitschieter is de pittoreske landschapsfoto van Wales Picture (1967/75), die door Van Golden is verdeeld in een raster van 56 apart ingelijste, postkaartgrote fragmenten. Deze redelijk kleine presentatie van Van Goldens fotografische werk kan fungeren als fotografische aanvulling op zijn schilderkunstexpositie in het Nederlandse paviljoen van de Biënnale van Venetië. Het is evenwel jammer dat de beide aspecten van zijn werk, die allesbehalve los van elkaar staan, zo van elkaar worden gescheiden; ook zijn schilderkunst staat immers vaak in het teken van referenties aan reproduceerbaarheid en fotografie, terwijl een foto als Sex Pistols (1979) duidelijk naar zijn schilderkunst verwijst. Het was mooi geweest als in de presentatie in huis Marseille ook een schilderij was opgenomen, teneinde de geforceerde tweedeling die op deze wijze in Van Goldens werk wordt gecreëerd te doorbreken.

Het is de uit Parijs overgenomen tentoonstelling van Albert Londe die de hoop rechtvaardigt dat huis Marseille werkelijk een belangrijke aanvulling op het Nederlandse museumlandschap kan zijn: een dergelijke verzorgde presentatie van een lange tijd vergeten maar in zijn tijd zeer prominente fotograaf zou men hier anders niet zo snel aantreffen. Londe werkte voor de Parijse Salpêtrière, waar de fotografie werd gebruikt om een ‘iconografie’ van de afwijkingen te maken van de met aangeboren abnormaliteiten en geestesziekten behepte patiënten. Ook maakte hij in de openluchtstudio van het hospitaal technisch pas in de loop van de jaren 1880 mogelijk geworden chronofotografieën, bewegingsstudies à la Muybridge. Dit lijkt een van de redenen te zijn om tegelijkertijd werk van Van Golden te tonen, aangezien deze vaak meerdere, vlak na elkaar gemaakte opnames van zijn dochter tot diptieken of langere reeksen samenvoegt. Deze oppervlakkige overeenkomst benadrukt slechts de verschillen. Van Golden gaat affectief te werk en probeert door opeenvolgende opnames van zijn dochter iets weer te geven van de magie die van haar uitgaat. Londe daarentegen was de fotograaf van een nauwgezette vorm- en bewegingsanalyse van ‘afwijkende’ lichamen, die de ingezetenen van de kliniek reduceerde tot te bestuderen objecten; niet voor niets heeft Georges Didi-Huberman het gebruik van fotografie aan de Salpêtrière aan een foucauldiaanse analyse onderworpen. Het is te hopen dat huis Marseille zich in een poging om een breed spectrum aan fotografie te tonen niet uitsluitend laat leiden door formele of technische analogieën, maar ook oog heeft voor de context van beelden.

 

• De tentoonstelling van fotografisch werk van Albert Londe en Daan van Golden loopt nog tot 20 november in huis Marseille, Keizersgracht 401, 1016 EK Amsterdam (020/531.89.89). Vanaf 27 november loopt de tentoonstelling Full moon, foto’s van de Apollo ruimtevluchten naar de maan samen met presentaties van Marijke van Warmerdam en Teun Hocks.

Het Rotterdams plan voor Las Palmas, Internationaal Centrum voor Foto, Film & Mediatechnologie, samen met de verbouwingsvoorstellen van Benthem Crouwel Architecten kan men raadplegen op de site www.kopvanzuid.rotterdam.nl/laspalmas/